Acteur Jan Van Looveren

“’s Morgens lopen, ik kan het iedereen aanbevelen”

vrijdag 30/03
©VRT

Eind vorig jaar overleed Jan Van Looverens zus door kanker, nadat eerder ook al zijn vader aan de ziekte was gestorven. De vraag of het hem angstig maakt dat hij twee naasten door dezelfde ziekte verloor, beantwoordt Van Looveren met een kwinkslag. “Iedereen van een zekere leeftijd die ‘iets voelt’ zal zich afvragen: Oei, moet ik hier niet naar laten kijken? Maar wij proberen dat bij ons thuis te counteren met humor. ‘Voel je iets? Moet ik de koffiekoeken al bestellen voor de koffietafel?’”, grijnst hij. “Maar ik heb ook wel gemerkt dat bij mij de knop is omgedraaid om dingen nù te doen in plaats van later.” Dus over de vraag van zijn oom of hij diens zelfgebouwde zeilboot wou kopen, hoefde van Looveren niet lang na te denken. Het cursusboek om zijn zeilbrevet te halen, ligt al klaar.

Hij houdt van aanpakken en zo benadert hij ook het sporten in zijn vrije tijd. “Ik ben er nu 49 en ik ben een believer dat hard work beats talent. Als je hard werkt, geraak je er. Want ik had nooit vooraf gedacht een marathon te kunnen lopen toen ik 120 kilo woog.”

Maar vorig jaar liep hij die van New York voor de Cliniclowns en nu is hij aan het trainen voor die van Berlijn.

©GvA

“Dat gevoel in New York toen ik over de meet kwam en weende van blijdschap en uitputting, die euforie, dat was als een première die je speelt en waar je George Clooney, Brad Pitt, Leonardo di Caprio en Quinten Tarentino op het einde ziet applaudisseren. Dus ik was heel blij (lacht). Op latere leeftijd merk je wel dat je meer aan je lichaam moet werken dan op jongere leeftijd. Als je begin twintig bent, is je kracht top, maar dan neemt het af. Maar het moet niet altijd een uitdaging zijn om beter te doen dan de vorige keer. Aan sport doen op je eigen tempo, is top. Als ik ’s avonds met vrienden loop, babbelen we in het begin en na tien, vijftien kilometer valt dat tetterke stil, dan zit je wat in een cadans samen, tot we na een paar kilometer weer ‘wakker’ worden (lacht). Lopen is ook techniek: geen te grote stappen nemen, bijvoorbeeld, anders krijg je te veel gewicht op je knieën, rechtop lopen, op je ademhaling letten, dezelfde cadans blijven aanhouden als je op en af een brug loopt, … Maar iedereen kan het. Het idee dat het niks voor jou is en dat je het niet graag doet, dat stopt na een tijd. Ik hoop dat iedereen het toch eens probeert.”

"Iedereen kan een marathon lopen. Het idee dat het niks voor jou is en dat je het niet graag doet, dat stopt na een tijd. Ik hoop dat iedereen het toch eens probeert"

Hoe vaak loop je?

“Ik probeer dat drie keer per week te doen: twee keer tien kilometer en een langere sessie van vijftien. Rustig uitlopen, een interval en een lange loop. Meestal loop ik op straat, soms in Den Brandt in Wilrijk, omdat daar heuveltjes zijn waarop je interval kunt trainen.”

 

Je was altijd al een stevig gebouwd type. Wanneer ben je erachter gekomen dat lopen iets voor jou was?

“Lopen was aanvankelijk totaal mijn ding niet. Ik heb de neiging om alle sporten te kiezen die met fighting te maken hebben. Ik doe dat heel graag, wat raar is, want ik ben totaal niet agressief. Maar bomen kappen, muren slopen: ik doe dat ‘k weet niet hoe graag. Tot twaalf jaar geleden deed ik gevechtssporten. Heel explosief, vanuit het bovenlichaam en daar zat door mijn gewicht wel wat power achter. Ik vind dat nog altijd een heel leuke sport. Ik squashte ook, maar daar liep ik meer blessures mee op.”

“Lopen vind ik nu wel héél plezant. Maar als je het langer dan twintig kilometer doet, is het toch wat roofbouw op je lichaam plegen. Acteren is een gevecht met je ego, een marathon is een gevecht met jezelf. Acteren is zeggen: kijk eens wat ik allemaal kan. De marathon is een mannetje in je hoofd dat zegt: komaan!”

“Beginnen met sporten is voortgekomen uit mijn overtollige kilo’s. Ik woog op een gegeven moment 117 kilo en dat ging stilaan naar de 120. Met twee jonge kinderen de trap op wandelen was niet moeilijk, maar ik voelde het toch wel keihard. Ik moest daar toch eens iets aan doen en zoals alle mooie dingen is mijn passie voor lopen ontstaan uit een grap aan de toog. Een marathon- en ultraloper had mij uitgedaagd om mee te doen aan de marathon van New York. Iedereen die ervoor trainde en geen blessures kreeg, kon die uitlopen, zei hij. Dus ik heb tien maanden getraind en ik ben 21 kilo afgevallen. Nu ben ik er weer vier of vijf bijgekomen, maar ik train voor de marathon van Berlijn op 16 september. Tegen dan zou ik er tien kilo af willen hebben, dan sta ik op mijn laagste en ideaalste gewicht ooit, zo rond de 92 kilo.”

"Acteren is een gevecht met je ego, een marathon is een gevecht met jezelf"

In welke mate let je op je voeding?

“Wat de eiwitten betreft let ik erop: ik eet veel platte kaas, veel fruit ook. En ik eet al eens een boterham voor de koolhydraten. Maar ik ben iemand die heel snel bijkomt: een bordje spaghetti en een glas wijn, dat is dan een kilo erbij. Ik zit altijd met dat gevecht. Ze hadden mij bij de voorbereiding van de marathon van New York gezegd dat ik een week voor de wedstrijd goed moest eten. Ik dacht: menen jullie dat?! Ik was nu eens afgevallen. Maar ik at koolhydraten en ik woog drie kilo meer. Ik werd zot.”

“De eerste keer dat ik dertig kilometer ben gaan lopen met mijn coach, zijn ze mij moeten komen halen met de auto. Ik had alleen wat water en druivensuiker mee. De coach had mij wel gezegd: test je gelletjes eens uit voor de marathon. Maar ik dacht: liquide gellekes, stop eens met die zever. Maar na 22 kilometer was de pijp uit. Vanaf toen besefte ik: ook daarin moet je je schema volgen en de dag voordien misschien toch een spaghetti eten. Ik moet eerlijk toegeven: de marathon van New York heb ik gelopen met zeven gellekes (lacht). Gewoon omdat het noodzakelijk is, want anders is je brandstof op. Het blijft een zoektocht. Maar ik let er wel op. Dus dat is dan ‘s morgens een yoghurtje met fruit en weinig boterhammen. Soms drink ik weleens een pint, want het moet plezant blijven. Je moet erop toezien dat je nog lééft ook.”

“Ik heb per dag 2.400 à 2.600 calorieën nodig afhankelijk van hoeveel ik die dag doe. Maar kijk eens op de verpakking van wat je eet: je zit rap aan die hoeveelheid. Ik moet daar altijd op blijven letten. Vrijdag is ‘frietendag’ bij ons, dus ik kies dan een klein pakske. Maar is er op zaterdag door een toeval net pizza, dan pas ik. Is er op zaterdag een feestje voor de verjaardag van mijn dochter, dan ben ik op voorhand al bezig hoe ik dan mijn lopen in kan plannen. Dat is met pinten pakken ook zo: als je eens een avond op stap gaat, kan het, maar dan daarna niet meer. Dat is een systeem dat ik aanhoud.”

"Soms drink ik weleens een pint, want het moet plezant blijven. Je moet erop toezien dat je nog lééft ook"

Gaat je omgeving daar dan gemakkelijk in mee?

“Er is een sociale druk als het op wijn of bier drinken aankomt.

-Pintje?

-Neen, een water voor mij.

-Allee, doe niet onnozel, pak een pintje.

-Nee, water alstublieft.

Het is raar dat wij niet kunnen verdragen dat iemand eens water drinkt (lacht). Maar ik calculeer alcohol wel in: ik drink dan een week niet als ik er eens ‘over’ geweest ben. Ik heb eens met een paar pinten op gelopen, en dat ging verbazend goed. Maar ik heb ook een keer aan de Breweries deelgenomen, een loopwedstrijd van 25 kilometer tussen brouwerijen en het was 33 graden buiten. En de dag ervoor was er een feestje geweest… dus na twaalf kilometer ging het licht uit. Dus alcohol en lopen, het is toch geen goede combinatie (grijnst).”

 

Hoe moeilijk is het om de discipline op te brengen om op je voeding te letten en een trainingsschema te volgen?

“Het is nu geen ‘moeten’ meer. Als ik niet ga lopen, krijg ik zelfs het gevoel dat ik ‘ambetant’ word. Vroeger waren de moeilijkste meters die van de zetel naar de voordeur. Tot er een kantelmoment kwam. Ik sprak altijd af met mijn coach aan Den Brandt in Wilrijk en op een gegeven moment pakte ik de auto niet meer om tot daar te geraken, maar liep ik ernaartoe. Toen wist ik dat lopen geen verplichting meer was en dat het leuk werd. ‘s Avonds loop ik minder, want dan lig je te lang wakker. Maar ’s morgens is het heerlijk. Ik kan het iedereen aanbevelen: alles krijgt zuurstof en energie. Je komt thuis en de dag mag beginnen.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.