Afscheid van Sven Nys

Is hij daadwerkelijk de beste aller tijden?

vrijdag 26/02
Sven Nys©Isosport

Wout Van Aert en Mathieu van der Poel hebben het heden en de toekomst, maar achttien seizoenen lang was Sven Nys een dominant figuur in het hedendaagse veldrijden. Twee generaties overbrugde hij. In zijn aanvangsjaren als prof waren Bart Wellens, Mario De Clercq, Erwin Vervecken en die ene Nederlander, Richard Groenendaal, zijn voornaamste concurrenten. Later werden dat Lars Boom, Zdenek Stybar, Kevin Pauwels en Niels Albert. De jongste seizoenen heten Van Aert en Van der Poel de zwaarste, en haast onklopbare, concurrenten.

Sven Nys©Isosport

Nys was een heerser. Dertien keer (op achttien seizoenen!) won hij de Superprestige, negen keer de bpost Trofee (voorheen: Gazet van Antwerpentrofee), zeven keer de wereldbeker. Indrukwekkend. Negen Belgische titels behaalde hij in die periode, waardoor hij net een streepje minder kon zetten dan Robert Liboton, de heerser uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. En toch... werd Sven Nys 'slechts' twee keer wereldkampioen, in 2005 en 2013.

Nys zelf blaast niet zo hoog van de toren als sommige volgers, die luidop toeteren dat niemand ooit beter was

In de lange aanloop naar het definitieve afscheid regende het loftuitingen, analyses, vergelijkingen, waardoor de ultieme vraag — 'Is Sven Nys de beste veldrijder aller tijden?' — al weken geleden uitgebreid aan bod kwam. Nys zelf blaast niet zo hoog van de toren als sommige volgers, die luidop toeteren dat niemand ooit beter was. In het koor van de nee-zeggers is Roger De Vlaeminck de luidste stem. Niet verwonderlijk: Roger zwijgt nooit, heeft altijd een pertinente mening, ligt graag dwars én moet de familie-eer verdedigen, nu zijn broer Erik het niet meer kan.

Ach, tijdperken kun je onmogelijk vergelijken, net als appelen en peren. Maar we doen het toch zo graag. Toegegeven: ook ik. Dus laten we toch maar even de oefening maken. Nys reed achttien seizoenen mee bij de elite, de oudste van de De Vlaemincks vijftien. Nys had een paar ernstige blessures, waardoor hij een paar keer een paar maanden afwezig was, De Vlaeminck kampte vooral met psychische problemen en werd ook een paar keer betrapt op dopinggebruik. Nys won in totaal 291 crossen, De Vlaeminck 192, dat zijn er precies 99 minder.

Ach, tijdperken kun je onmogelijk vergelijken, net als appelen en peren. Maar we doen het toch zo graag.

Máár: in de tijd van De Vlaeminck waren er geen regelmatigheidstrofeeën: WK en BK, dat was het. Het seizoen begon half oktober (nu: begin september) en eindigde begin februari (nu: derde week februari) en er waren niet altijd twee crossen per weekend. Ze werden ook nauwelijks uitgezonden op tv en kregen minder aandacht in de kranten. Toch behaalde De Vlaeminck in zijn eerste profjaar, 1966, 23 zeges, het hoogste aantal uit zijn carrière in één seizoen. Voor Nys was dat 30 overwinningen in het topjaar 2006-2007. De tegenstand was voor De Vlaeminck ongeveer even sterk: zijn broer Roger, Berten Van Damme, de Italiaan Renato Longo en de Duitser Rolf Wolfshohl. De Vlaeminck werd 'slechts' vier keer Belgisch kampioen, maar wel zeven keer wereldkampioen in acht jaar tijd. Tussen 1968 en 1973 haalde hij zes op een rij. Niemand komt in de buurt, zelfs Renato Longo (vijf wereldtitels tussen 1959 en 1965) en Albert Zweifel (vier opeenvolgende wereldtitels in de periode 1976-1979, plus nog als toetje een fin-de-carrièretitel in 1986) komen niet in de buurt, laat staan een renner van nu. De Clercq, Vervecken en Stybar behaalden er elk drie. Mooi, maar een pak minder dan zeven. Vergeet ook niet dat De Vlaeminck tegenover het handvol knappe mountainbikeprestaties van Nys een Ronde van België, een ritzege in de Tour (waarin hij twee keer op drie deelnames Parijs haalde), een tweede plaats in de Waalse Pijl, een derde in Gent-Wevelgem en een vierde in Luik-Bastenaken-Luik plaatste. De Vlaeminck was dus het hele jaar door aanwezig.

ik ben geneigd om Roger De Vlaeminck voor één keer gelijk te geven: zijn broer Erik is wel degelijk de beste veldrijder aller tijden

Net als Nys stond De Vlaeminck bekend als een acrobatische crosser, die over hindernissen zweefde en daardoor zijn tegenstanders op enkele lengten fietste. Beiden stonden bekend als fanatici als het om het materiaal waarmee ze reden ging. Qua stijl zijn er meer gelijkenissen dan verschillen, naast het parcours is Nys veruit de evenwichtigste van de twee. Nys was lang de ideale schoonzoon, tot hij scheidde. Nu is hij nog altijd de ideale familievriend. Vriendelijk, welbespraakt, beheerst. Dat kon je van Erik De Vlaeminck allemaal niet zeggen. Maar die domineerde deze sport in een tijd dat die nog iets mondialer was dan nu — versta: er reden meer West-Europese kleppers mee dan alleen Belgen en Nederlanders. Vandaag is veldrijden een soort korfbal geworden, met dien verstande dat de Belgen het nog vaak halen van de Nederlanders én dat er héél veel media-aandacht voor is.

Kortom, ik ben geneigd om Roger De Vlaeminck voor één keer gelijk te geven: zijn broer Erik is wel degelijk de beste veldrijder aller tijden. Op plaats twee zou ik zelfs nog Roland Liboton laten aanschuiven: vier wereldtitels en tien opeenvolgende Belgische titels in een tijdperk dat er geen sprake was van Belgisch overwicht, knap. Met Robert Vermeire, Albert Zweifel, Hennie Stamsnijder en Klaus-Peter Thaler was er ook in de jaren 80 behoorlijk wat concurrentie. Dan komt, in mijn bescheiden ogen, Sven Nys. Alweer een volledig Belgisch podium.

Voorstel 1: we bekronen Erik De Vlaeminck postuum tot beste crosser ooit en geven Sven Nys de eretitel beste ambassadeur van het veldrijden uit de geschiedenis. Voorstel 2: we stoppen met onzinnige vergelijkingen. Proficiat, Sven, en bedankt voor alles!

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.