Beleefde barbarijen

dinsdag 29/09
Rugby

Dat is iets voor barbaren, dacht ik, maar de jongens zullen het wel leuk vinden. Ik was de juffrouw aardrijkskunde. Een interim lang geleden om als beginnend journalist toch ook wat zout op de patatten te verdienen. Op de sportdag stond toen rugby geprogrammeerd. Het was nu eenmaal een jongensschool en die gasten konden wel wat hebben. Zelf bleef ik er liever tussen uit, zo’n barbaar moest maar eens proberen om de juffrouw te tacklen, u kunt zich wel iets voorstellen bij het weelig tierend testosteron van achttienjarigen. 

Enfin, na veel gezaag belandde ik toch op dat veld. Net afgestudeerd wil je als juffrouw ook een beetje cool zijn. Ik maakte me zo onzichtbaar mogelijk en liep ver weg van de actie. Enkel als de ‘al iets op leeftijd gekomen’ andere juffrouw van onze tegenstander in mijn buurt kwam, durfde ik me te wagen aan een halve tackle. Dat vonden de jongens uiteraard ook wel leuk. Catfight!

Rugby wordt almaar populairder las ik deze week. In tien jaar tijd is het aantal leden in België verdubbeld. Van bijna vijfduizend naar meer dan elfduizend. De clubs kunnen de instroom zelfs niet volgen, omdat de accomodaties serieus achterlopen. Elfduizend barbaren overal ten velde, denkt een mens dan spontaan. Lees: vechtpartijen, mannen die elkaar de kop inslaan, breuken, blutsen en builen. Veel heb ik dus niet onthouden van die sportdag. Slechte punten juffrouw!

Integriteit, discipline, passie, teamspirit en respect voor de tegenstander, het lijken waarden uit lang vervlogen tijden van heren en edelmannen, in rugby vormen ze de basis van het spel

Want concurrerende supporters bij het rugby hoeft men niet eens te scheiden, ze juichen gezellig naast elkaar. Discussies tussen spelers en scheidsrechter zijn onbestaande, enkel de kapitein mag het woord nemen. Van maten naaien hebben ze in het rugby echt nog nooit gehoord. Integriteit, discipline, passie, teamspirit en respect voor de tegenstander, het lijken waarden uit lang vervlogen tijden van heren en edelmannen, in rugby vormen ze de basis van het spel. En zelfs al gaat het er stevig aan toe, geen rugbyspeler die er aan denkt om zich te laten vallen en verder te rollen, want een rugbyspeler die rolt niet, die keft niet en die jankt niet. Bij affluiten maken ze dan ook nog eens een erehaag voor de tegenstander. Chapeau messieurs!

Dat het dus geen barbaren zijn, al moeten we er ook geen koorknapen van maken. ‘Het is niet voor watjes’, zei één van die rugbymannen. Dat klopt. Watjes kunnen beter een andere sport kiezen. Misschien eens proberen als voetballer?

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.