Belgian Beach Boys

Dries Koekelkoren en Tom van Walle ‘in alle stilte’ wereldtop in beachvolleybal

donderdag 16/08

Niet doorvertellen maar ons land is één van de betere beachvolleyduo’s ter wereld rijk: Dries Koekelkoren en Tom van Walle. Die tandem pendelt al ruim een jaar tussen wereldrang 10 en 20 en maakt behoorlijk wat kans om in 2020 naar de Olympische Spelen in Tokyo te gaan.

Dries Koekelkoren “Als we in maart-april 2020 in de wereldtop-16 staan, zijn we rechtstreeks geplaatst voor de Olympics in Japan. Als we daar buiten vallen, kunnen we ons in de daaropvolgende weken/maanden nog plaatsen via de Europese poule van de mondiale Continental Cup. Onze Olympische droom is dus realistisch en haalbaar.”

Dries Koekelkoren speelde net als zijn vaste teamgenoot Tom  van Walle professioneel zaalvolleybal tot april 2015. Dries bij Puurs, Tom bij Antwerpen. Twee jaar terug hebben ze samen het project “KvW” (Koekelkoren en van Walle)  opgestart. Onder het motto "It takes teamwork to make the dream work" focussen ‘the  Belgian Beach Boys’ nu dus op Tokio 2020. En hun programma richting de Spelen is indrukwekkend. Noem hen wereldreizigers, met een heel hoog frequent flyer-gehalte. “Dit jaar alleen al zullen we tussen februari en september in de officiële ‘FIVB Beach Volleyball World Tour’ van de internationale volleybalbond ruim 10.000 km hebben gevlogen. Van de States en Brazilië over China en Japan tot Moskou en Istamboel.”

Beachvolleybal is één van de paradepaardjes binnen het aanbod aan volley-disciplines van de internationale volleybalbond FIVB. “De World Tour 2018 telt 40 toernooien in 33 steden en 16 landen wereldwijd, onderverdeeld in vijf ‘sterren’-categorieën, afhankelijk van het prijzengeld en de rankingpunten… en verspreid over alle continenten. Totale prijzengeld van die World Tour: 7 miljoen dollar. De vier hoogst gequoteerde events, de drie zogenaamde ‘5-stars’ (Fort-Lauderdale Miami, Wenen  en Gstaad) geven hun winnende teams (zowel bij de mannen als de vrouwen) elk 40.000 dollar, de tweede krijgt 32.000 dollar, nummer drie 20.000 dollar. En in die World Tour mikken we vooral op de qua rankingpunten en prijzengeld hoogst gequoteerde toernooien, de vier- en vijfsterren-toernooien dus, met soms een ‘drie-ster’ er tussendoor.”

"Wij zijn in een halfjaar tweeëneenhalve keer om de aarde gevlogen om aan beachtornooien deel te nemen"

Beach- is geen indoorvolleybal

Tom van Walle heeft enkele jaren op het hoogste Belgische niveau zaalvolleybal gespeeld bij oa. Antwerpen. Dries is via Halen en Waremme bij Puurs ook in de hoogste klasse terechtgekomen. Ze weten dus ‘proefondervindelijk’ wat het verschil is tussen zaal- en beachvolleybal. Uiteraard zijn er de klassieke ‘verschillen’: twee tegen twee i.p.v. zes tegen zes, een veld van acht op acht meter i.p.v. negen op negen. De puntentelling is ook helemaal anders: naar twee winnende sets tot 21 punten - met twee punten verschil – en bij 1-1 een tie-break tot 15. En om de zeven punten wordt er gewisseld van speelhelft, dit om de invloed van de wind en zon evenwichtig over beide teams te verdelen. "Beach- en indoorvolley zijn twee totaal andere sporten, zoals ook tennis en badminton of wielrennen en veldrijden slechts ‘materiële’ raakpunten hebben. Geen toeval dus dat spelers die wereldtop zijn in het zaalvolleybal doorgaans niet slagen op het zand. Ik geef de Amerikaanse vedette (William) Reid Priddy al voorbeeld. De man won in 2008 als zaalvolleyballer met de USA goud op de Spelen in Bejing, speelde bij Griekse, Russische en Italiaanse topclubs en probeerde zich op een bepaald moment te reconverseren tot ‘beacher’. Tevergeefs, hij geraakte niet eens uit het lokale Amerikaanse circuit weg. Het omgekeerde is ook waar. Mezelf, bijvoorbeeld. Ik was absoluut geen wereldtopper in de zaal, maar ben nu met Tom toch duidelijk naar de mondiale beachtop aan het groeien.”

Een moderne indoor-zaalvolleyballer is ‘gespecialiseerd’. Je hebt een setter, een middenman-blokker, een hoofd- of receptie-aanvaller, opposite, libero… Als beachvolleyballer moet je heel allround zijn. “Je moet een pass kunnen geven, receptie kunnen nemen, goed kunnen aanvallen,… Ook tactisch komt er heel wat bij kijken. Ik ben de verdediger van het team, wat heel wat behendigheid vereist, want ik moet veel door het zand bewegen, wat niet evident is. Je zakt weg, je enkels zoeken constant naar evenwicht. Het is erg lastig voor je kuiten, knieën en quadriceps. Daarom hebben we in het begin veel getraind op snelle verplaatsingen in het zand. En om hoog te kunnen springen, natuurlijk. Krachttraining en fitness blijven een groot deel uitmaken van ons wekelijkse trainingsschema. Tijdens een beachmatch mag er ook niet gecoacht worden. De twee spelers moeten dus mentaal heel sterk zijn om zelf oplossingen te zoeken voor eventuele problemen.”

 

Conflicten

Julie sporten inderdaad in de kleine ruimte constant op mekaars lippen. Hebben jullie al stevige onenigheden gehad?  “Geen grote conflicten. Al hebben wij zoals elk ‘koppel’ wel eens een meningsverschil. En daarom worden we sinds dit jaar begeleid door een heel ervaren mental coach, Bert Decuyper. Bert leert ons communiceren onder druk en dat helpt toch wel. Want Tom en ik zijn verschillende karakters. Ik hou ervan om feedback te krijgen en de discussie aan te gaan, terwijl Tom eerder op zichzelf gericht is en zelf de oplossing in alle rust tracht te zoeken.”

Dries Koekelkoren en Tom van Walle zullen in een halfjaar dus tweeëneenhalve keer om de aarde zijn gevlogen. Tom meet 1m98 en Dries 1m90. Niet evident reizen als je weet dat luchtvaartmaatschappijen steeds meer besparen op beenruimte. “We zijn trapsgewijs  gegroeid in onze vluchtgewoontes en progressief geleerd hoe we comfortabel en sportvriendelijk kunnen vliegen. Het gebruik van steunkousen, bijvoorbeeld. Of vooraf aan de nooduitgang een zitje inchecken waar er sowieso iets meer beenruimte is. Maar ik moet toegeven dat ik dat nevenaspect van het beachvolley toch wel onderschat had. Ik had nooit gedacht dat dit vele reizen met jetlags echt wel een invloed heeft op ons lichaam. Veel vluchten zijn dan nog met meerdere tussenstops. Van Fort Lauderdale naar Doha was er wel een rechtstreekse vlucht, maar die was voor ons onbetaalbaar. Het is uiteindelijk Fort Lauderdale – Frankfurt – Istamboel – Doha  geworden, de helft goedkoper dan de directe trip. Maar als we nog een paar keer naar USA of China vliegen, zullen we voldoende miles hebben die recht geven op een heleboel voordelen zoals gratis vliegreizen, upgrades naar Business Class, bezoekjes aan de luchthaven-lounge of hotelkamers voor helemaal (of bijna) niets.”

"In China aten we kraaienpoten en andere onappetijtelijke 'voeding'. Er was geen airco terwijl het daar 40 graden en vochtig was"

Kan je ook kort nog enkele minder fraaie ervaringen in het circuit vertellen en vergelijken met de sterrentoernooien nu? “De eerste keer dat we in China moesten spelen was het hotel een minder leuke ervaring. We moesten ons toen nog plaatsen via de kwalificaties voor het hoofdtornooi, en de organisatie voorziet pas een hotel voor de maindraw-spelers. Dus kwalificatie spelers moeten hun eigen slaapplaats regelen. Daar wij steeds rekening moeten houden met ons budget, kozen we voor een low-budget hotelletje, 2 sterren… waar in de kamer nog de rook van de vorige gasten op onze adem plakte, het eten bestond uit kraaienpoten en andere onappetijtelijke ‘voeding’ en er was geen airco terwijl het daar 40 graden en vochtig was.”

Veel vliegtuigreizen, een eigen coach, uren wintertraining in De Pollepel in Duffel en ‘Stafort indoor beachcenter in Schaffen’, krachttraining gebeurt olv Koen Embrechts in het SPC te Wilrijk.  Kost veel geld… “Gelukkig konden we drie jaar geleden een deal sluiten met de federatie, die ons onder bepaalde voorwaarden ondersteuning biedt waardoor we sinds april 2015 eindelijk voltijds beachvolleybalprofs konden worden en ook onze Nederlandse coach Michiel van der Kuip kunnen betalen. Op 1 januari 2018 kregen we dankzij onze vierde plaats op het Europees kampioenschap en negende op het WK vorig jaar een profcontract van de Vlaamse overheid en ontvangen nu een maandloon van Sport Vlaanderen, gebaseerd op ons diploma. Tom studeerde lichamelijke opvoeding, ik ben industrieel ingenieur. Daar zijn we uiteraard heel blij mee.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.