Bergen, oh Bergen

zaterdag 23/09

Eerst en vooral dit: het contrast met Doha en Qatar kan niet groter zijn! Misschien kleurt dat de gedachten. Maar ik moet iets bekennen: ik ben hier graag. ‘Hier’ is in Bergen, Noorwegen. Het begon afgelopen dinsdag bij het aanvliegen. Vanuit de lucht ontrolde zich een chaotisch, maar prachtig lappendeken van eilandjes, het ene al groener en grilliger dan het andere. Als kasseien van Carrefour de l’Arbre kriskras in zee gedropt. 

Brann Bergen, ik zal het nooit vergeten, zorgde in 1997 voor felle discussies op de toenmalige sportredactie van de radio. De Noren hadden de eer om als eerste club ooit radiorechten te vragen voor een Europese wedstrijd tegen een Belgische ploeg. Tegen Cercle Brugge dan nog, voor de eerste ronde  van de Europese bekercompetitie. Jan Wauters zaliger hoorde het zowaar in Keulen donderen! Of de VRT (het woord Sporza werd pas vele jaren later uitgevonden) uiteindelijk betaald heeft, kan ik me niet meer herinneren. Ik was nog niet vast in dienst en moest vooral horen, zien, zwijgen en bovenal hard werken. Brann, wat vuur of brand betekent (de Noorse taal is heus niet zo moeilijk), schakelde Cercle uit dankzij onder meer twee doelpunten van de jonge Tore Andre Flo. Tot begin deze week associeerde ik, de -na Oslo- grootste stad van Noorwegen, dus alleen met dat financiële verhaal.

Een eerste indruk maakt altijd indruk: kleurrijke gebouwen in het centrum van de stad zorgen voor een fleurig contrast tegen de immer dreigende regenwolken. Bergen staat immers bekend als één van de natste steden van Europa, te verklaren door de inkapseling van zeven omliggende … bergen. Er is een leuke haven met oude, houten vakwerkhuizen (Bryggen, Unesco-werelderfgoed) uit de veertiende eeuw, mooie en verzorgde winkels, leuke koffiebars, enfin, de intrede in Bergen gaf me meteen een fijn gevoel.

Als daarenboven het publiek zich ook nog eens superenthousiast opstelt, kan de sfeer van het wereldkampioenschap amper kapot. Zelfs bij de wegwedstrijd van de meisjes-juniores godbetert, staan de Noren, vlaggetje in de hand, op de reclamepanelen aan de finish te kletsen. Race to celebrate, luidt de slagzin. Ook al staat er op het dak van bijna elk gebouw een sluipschutter, het kan de pret niet bederven. De Noren vormen, net zoals de Nederlanders, een enorm trots volk. Trots op hun land, hun volk, hun vlag. Wanneer het dunbevolkte land dan eindelijk eens de kans krijgt om een groot evenement te organiseren, zo vernemen we, dan doen ze er alles aan om daarvan een geslaagd feest te maken. Het organiseren van de gezelligste Winterspelen ooit, in Lillehammer 1994 (Johan Olav Koss! Björn Daehlie!) heeft hen daarbij een enorme boost gegeven. 

Ook al staat er op het dak van bijna elk gebouw een sluipschutter, het kan de pret niet bederven. De Noren vormen, net zoals de Nederlanders, een enorm trots volk.

Het behoort hier blijkbaar tot de arbeidscultuur en het is dus niet ongewoon om tijdens de werkuren even naar de winkel te gaan of de kinderen van school te halen. Zolang het werk maar gedaan is. Zou dat een reden kunnen zijn voor de ietwat relaxtere staphouding van de mensen in het Noorse straatbeeld? Of moeten we niet naïef zijn en ons realiseren dat wij, opgefokte Vlamingen, net hetzelfde gedrag zouden vertonen, mochten ook wij op een gigantische gasbel leven? Soit, van die stugge Noorse houding, te verklaren door het onherbergzame landschap van het land, merken we hier weinig.

Ik ben voor het eerst in Noorwegen, dus het nieuwe speelt misschien een rol. Alhoewel. Bestookt door niets dan positieve commentaren over de stad Kopenhagen trok ik in 2011 met gigantisch hoge verwachtingen naar het WK aldaar. Wat een tegenvaller zeg! Kopenhagen had me niets van haar schoonheid getoond tijdens die troosteloze week vol gure buien eind september. Dat beeld veranderde volledig toen ik vorig jaar een weekend lang in een prachtige najaarszon doorheen de stad fietste en kuierde, cocktails dronk in het meatpacking district, nog steeds met de zon brandend op ons voorhoofd, om tot slot in de haven bij een ondergaande herfstzon de laatste Dark ‘n’ Stormy te nuttigen. Mijn vrouw en ik sloten Kopenhagen in onze armen, trokken afgelopen zomer zelfs op vakantie naar het platteland van Denemarken en beleefden met het gezin een topvakantie!

Het heeft geen zin om me af te vragen waarom ik niet eerder heb kennisgemaakt met Scandinavië. Ik ben hier graag. En moet de echte koers van zondag nog beginnen.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.