Bewegen op verwijzing

Een beweegcoach als medicament op voorschrift

woensdag 29/05

Beweeg je te weinig en zit je te veel? ‘Uiteraard’, hoor ik je al zuchten. Wie niet? Als je het lastig vindt om dat alleen aan te pakken, kun je via ‘Bewegen op Verwijzing’ door je huisarts doorverwezen worden naar een betaalbare beweegcoach. Het project loopt sinds 2016 en de resultaten mogen er zijn. Twijfel je nog? Wij zetten voor jou alle feiten op een rij.

Uit een studie (periode 2001-2016) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bleek dat wereldwijd één op vier mensen niet genoeg beweegt. België scoorde lager dan het gemiddelde met zo’n één op drie inwoners die de beweegnorm niet haalt.

Die norm, bepaald door de WHO, adviseert volwassenen om zo’n vijf dagen per week 30 tot 60 minuten matig fysiek actief te zijn. Dat betekent: een verhoogde hartslag, een versnelde ademhaling en lichtjes zweten. Het Vlaams Instituut Gezond Leven vermeldt op haar website dat een kleine 60 procent van de 18- tot 64-jarige Vlamingen niet voldoet aan die norm.

Kortom: Vlamingen bewegen te weinig en zitten te veel, wat serieuze gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Om dat aan te pakken, richtte de voormalige Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, in het voorjaar van 2016 het project ‘Bewegen op Verwijzing’ (BOV) op.

Wat is Bewegen op Verwijzing?

Huisartsen kunnen patiënten met gezondheidsrisico’s (bijvoorbeeld overgewicht, suikerziekte, hoge bloeddruk, hartfalen, astma, artrose, lage rugpijn, kanker, hiv, stress, dementie, slaapproblemen…), maar ook patiënten die te weinig bewegen en te veel zitten, doorverwijzen naar een beweegcoach.

De patiënt contacteert een beweegcoach in zijn/haar regio en samen stellen ze een beweegplan op. De nadruk ligt daarbij op het integreren van beweging in het dagelijkse leven van de patiënt (thuis, tijdens verplaatsingen, op het werk), zodat die na de coaching blijft bewegen en het effect duurzaam is. Tijdens latere sessies volgt de beweegcoach de evolutie van de patiënt op en motiveert hij/zij de patiënt, bijvoorbeeld met tips.

De kostprijs voor de patiënt blijft laag, terwijl die gepersonaliseerde, intensieve begeleiding krijgt. Hij/zij betaalt 5 euro per kwartier voor een individuele sessie en 1 euro per kwartier voor een groepssessie. Als de patiënt recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming, krijgt hij/zij extra korting. Per jaar heeft de patiënt recht op 7 uur coaching, die niet allemaal opgenomen moeten worden.

 

Bewegen op Verwijzing in cijfers

Momenteel hebben de recentste cijfers betrekking op vorig jaar. In 2018 is ‘Bewegen op Verwijzing’ opgestart in 57% van de Brusselse en Vlaamse gemeenten. Patiënten werden vooral doorverwezen door hun huisarts voor overgewicht en obesitas, lage rugpijn, diabetes, burn-out, psychosomatische klachten, stress, en hart- en vaatziekten.

Het aantal deelnemers gaat in stijgende lijn. In 2017 werkten 479 Vlamingen samen met een beweegcoach, terwijl dat er in 2018 1.765 waren. Ze bezochten hun coach gemiddeld 3 à 4 keer, voor een duur van in totaal  2,5 uur. Meer vrouwen (69%) dan mannen (31%) lieten zich doorverwijzen, de gemiddelde leeftijd van de patiënten bedroeg 51 jaar en de oudste deelnemer was 88 jaar oud. Zestig procent van de deelnemers in 2018 was niet aan het werk en vier op tien had recht op een verhoogde tegemoetkoming.

Maar liefst 90% van de patiënten zegt heel tevreden te zijn over hun coach en 78% behaalde effectief de doelstellingen van het persoonlijke beweegplan. Na de begeleiding bewogen ze dubbel zo veel als daarvoor, wat resulteerde in zich beter voelen, meer buiten komen, meer sociaal contact, beter problemen aankunnen, een betere houding, beter slapen, gezonder eten, minder televisie kijken en minder roken.

 

Campagne nodig

Het project heeft dus resultaat, maar kan nog verbeteren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de resultaten van het onderzoek van Dimitri Vrancken en Patrick Verdonck, beschreven in het magazine Huisarts Nu. Via focusgroepen gingen zij o.a. na welke obstakels deelnemers in Gent ervaren. Ze hadden daarbij speciale aandacht voor patiënten uit kwetsbare bevolkingsgroepen. Uit onderzoek blijkt immers dat mensen met een lagere socio-economische status het minst bewegen en ook de meeste drempels voelen binnen het project.

Deelnemers gaven aan dat de persoonlijke begeleiding de belangrijkste meerwaarde is. Als ze echter zelf een tussenstap moeten zetten, zoals alleen een beweegcoach contacteren en een eerste afspraak maken, haken ze vaak af. De onderzoekers raden dan ook aan om de verschillende stappen zoveel mogelijk te verpersoonlijken. De communicatie aanpassen aan elke specifieke doelgroep bleek ook belangrijk. Mensen willen graag aangesproken worden door lokale verenigingen, buren, zorgverleners… Bewegen in een groep met bekenden zou ook een belangrijke motivator zijn.

Na een algemene evaluatie van het project bleek ook dat er nog huisartsen zijn die Bewegen op Verwijzing niet kennen en dat (zoals hierboven) niet elke geïnteresseerde patiënt na doorverwijzing de weg naar zijn/haar beweegcoach vindt. Daarom startten Zorg en gezondheid en het Vlaams Instituut voor Gezond Leven intussen een campagne om het aanbod bekender te maken en gaan coaches zichzelf nu voorstellen bij huisartsen in hun regio.

Meer informatie over het Bewegen op Verwijzing-project vind je hier: https://www.gezondleven.be/projecten/bewegen-op-verwijzing

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.