BMX-topper Elke Vanhoof

“Als het kon, zou ik de olympische finale graag nog eens overdoen”

dinsdag 19/09

Na enkele magere jaren zit het Belgische BMX weer volop in de lift. Een gunstige evolutie die ongetwijfeld een extra boost kreeg door de schitterende prestaties van onze landgenote Elke Vanhoof. Vooral de olympische finale in Rio vorige zomer, waar Vanhoof knap zesde werd, heeft allicht heel wat fietsende jongeren aan het dromen gebracht. Op naar goud op de Spelen van Tokio in 2020? “Dat is uiteraard de droom, want in Rio heb ik er door omstandigheden niet het maximum kunnen uithalen”, klink het vastberaden.

Het BMX was op de voorbije Olympische Spelen in Rio ontegensprekelijk een van de meest sensationele onderdelen. Acht racers die razendsnel van een startberg stuiven, elkaar met gevaar voor eigen leven trachten te passeren via vernuftige jumps, haarscherpe bochten of explosieve sprints en die na een bloedstollende halve minuut op de uitdagende track met het mes tussen de tanden strijden voor de overwinning: spektakel verzekerd! Ook voor onze landgenote Elke Vanhoof was er een belangrijke rol weggelegd in dit fascinerende schouwspel. Met een knappe zesde plaats in een zinderende finale rechtvaardigde ze haar plek in de wereldtop en zette ze het Belgische BMX opnieuw op de kaart. Het resultaat van meer dan vijftien jaar bloed, zweet, tranen en passie voor de sport.

Het succesverhaal van Elke Vanhoof begon – net zoals dat van veel andere sporticonen – in eigen gouw. De aanleg van een BMX-parcours in hometown Dessel bleek de aanzet voor de ontluiking van een enorm talent. “Ik was een actief kind dat door haar ouders voortdurend gestimuleerd werd om aan sport te doen. Atletiek, snowboarden, judo: ik heb het allemaal geprobeerd. Toen bekend raakte dat er in Dessel een BMX-parcours zou komen, kocht mijn vader me meteen een BMX’je en ging ik samen met mijn neef mijn eerste rondjes draaien in Luyksgestel, net over de grens met Nederland. Mijn eerste race – een wedstrijd met drie reeksen – was niet meteen een succes: laatst, voorlaatst en nog eens laatst. Desondanks was dat voor mij allicht toch een déclic. Het seizoen nadien reed ik plots uitstekend en werd ik zowaar Belgisch kampioen (2001) – bij de jongens welteverstaan, want van een afzonderlijke meisjesreeks was toen nog geen sprake. Het jaar erop werd ik opnieuw Belgisch kampioen en pakte ik ook de Europese titel bij de Miniemen in Duitsland. Toen was de trein definitief vertrokken.”

"Na mijn eerste seizoen werd ik zowaar Belgisch kampioen, bij de jongens welteverstaan, want van een afzonderlijke meisjesreeks was toen nog geen sprake"

De weg naar de top

Vanhoof maakte razendsnel progressie en groeide uit tot een absolute topper in de internationale jeugdreeksen. Enkele opmerkelijke resultaten: Europees kampioene en vicewereldkampioene bij de Aspiranten in 2004, vicewereldkampioene en zilver op het EK bij de Nieuwelingen in 2006, een vierde plaats op de UCI-ranking bij de Junioren na een uiterst regelmatig seizoen in 2009 … Sinds 2010 kwam Vanhoof uit in de elitecategorie en won ze zonder uitzondering elke wedstrijd op eigen bodem. Ook de rest van de wereld maakte stilaan kennis met onze flitsende landgenote. Kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2012 zat er net niet in, maar in 2013 sleepte ze op het EK wel een bronzen medaille in de wacht, een eerste triomf op internationaal eliteniveau. 2014 bracht een vierde plek op het WK tijdrijden en in 2015 beleefde Elke Vanhoof haar voorlopige moment de gloire. Ze werd Europees kampioene in het Nederlandse Erp, al was dat voor haar allerminst een verrassing: “Het moest gewoon gebeuren. Eerder reed ik op de tijdrit van de Europese Spelen in Bakoe al de beste chrono en was ik meer dan een seconde sneller dan mijn concurrentes. Op een afstand van slechts 350 meter is dat toch een grote voorsprong. Ik was met andere woorden de favoriete, maar tijdens de finale viel ik en werd ik zevende. Op het Europees kampioenschap was ik uit op revanche en was er voor mij geen andere optie dan de titel. Doorgaans presteer ik beter onder druk.”

 

Olympische finale

Vorige zomer was Elke Vanhoof een van de atleten die ons land mocht vertegenwoordigen op de Olympische Spelen in Rio, nadat ze zich als eerste individuele rijdster van het circuit wist te plaatsen. Ze deed het uitstekend en sleepte een finaleplaats uit de brand, al ging dat niet zonder slag of stoot. “In de tweede reeks wilde ik te snel vertrekken en miste ik mijn start door een contact met het starthek. Daardoor moest ik in de derde reeks alles op alles zetten. Ik besloot risico’s te nemen en een ‘tripel’ te springen – de drie bergjes in de eerste rechte lijn overwinnen met een verre sprong. Ik landde echter een tikkeltje te vroeg en liep zo een breukje in mijn scheenbeen op. De reeks zelf heb ik puur op adrenaline afgewerkt, maar nadien zwol mijn enkel snel en begon hij behoorlijk veel pijn te doen. Toen we vlak voor de finale de trap namen naar het startgrid voelde ik alles kraken. Dat heeft me toch even van de wijs gebracht en heeft er allicht voor gezorgd dat mijn finalerace bij de start al meteen de mist inging. Als ik kon, zou ik de olympische finale graag nog eens opnieuw rijden. Qua eindresultaat zou ik het misschien niet beter doen, maar het gevoel dat ik niet optimaal heb kunnen presteren en dat er hoe dan ook meer inzat knaagt toch wel. Toen ik even later ook nog eens moest uitwijken voor twee valpartijen verloor ik definitief de voeling met de eerste groep en was de kans op een betere notering definitief verkeken. Doodjammer, want als alles op zijn plaats viel, was een medaille misschien wel mogelijk. Al is een zesde plek uiteraard niet slecht, zeker gezien de omstandigheden…”    

Niet zonder gevaar

De vele spectaculaire valpartijen bewijzen dat BMX niet voor niets beschouwd wordt als extreme sport. Vooral tijdens de wedstrijden is het risico op een ernstige val en een dito blessure reëel. Ook Elke Vanhoof zag haar opmars in het verleden enigszins afgeremd door het nodige fysieke leed: “Een rib, twee sleutelbenen en een middenhandsbeentje gebroken, gehavende knieën, ‘geraakte’ ligamenten … BMX is best wel een belastende sport. Trainen impliceert voor ons dus niet enkel sessies op weerstand, explosiviteit, snelheid, techniek (start-, sprong-, bochtentechniek …) en tactiek (racesimulaties in groep). We lassen ook drie keer per week kracht-, stabiliteits- en plyometrische trainingen in. Over het algemeen train ik twee keer per dag en breng ik ’s avonds vaak nog een bezoek aan de kine, de dokter of de osteopaat. Voorts loop ik regelmatig langs bij een mental coach, die me tools aanreikt om mijn gedachten te kanaliseren, zodat ik op training en in wedstrijden shet beste uit mezelf kan halen. Het mentale aspect is in BMX enorm belangrijk. Een race is zo kort en gaat zo snel dat elke vorm van afleiding nefast is. Je moet hypergeconcentreerd zijn om alle prikkels juist te verwerken, zodat je de wedstrijd in de juiste flow kan rijden.”

“Een rib, twee sleutelbenen en een middenhandsbeentje gebroken, gehavende knieën, ‘geraakte’ ligamenten … BMX is best wel een belastende sport"

Voorzichtig ambitieus

De grote impact van BMX op het menselijk lichaam maakt dat Vanhoof voorzichtig blijft als het gaat over haar verdere ambities. De nuchtere Kempische, die in juli nog zilver pakte op het EK, is inmiddels uitgegroeid tot een stabiele wereldtopper, maar tot grootspraak laat ze zich niet verleiden: “Ik zou heel graag nog eens een olympisch tornooi meemaken, maar drie jaar is lang, zeker voor een topsportlichaam. Een echt plan met vastomlijnde doelen heb ik dan ook niet, ik bekijk het liever dag per dag. De progressie die ik de afgelopen seizoenen gemaakt heb, wil ik hoe dan ook verder uitbouwen. Ik voel dat er nog heel wat mogelijk is. Als ik zie hoeveel stappen ik heb kunnen zetten sinds de bouw van het olympisch BMX-parcours in Zolder drie jaar geleden, dan mogen we optimistisch zijn. Voor buitenstaanders is dat allicht moeilijk in te schatten, maar zo’n olympisch parcours in eigen land maakt een wereld van verschil. Vergelijk het met een zwemmer die zijn techniek aanvankelijk moet inoefenen in het babybadje en die nadien plots een 50-meterbad ter beschikking heeft. Als ik me dankzij die nieuwe trainingsaccommodatie verder kan blijven ontwikkelen, zit er misschien wel meer in. En wie weet mag ik dan op termijn wel dromen van het ultieme: goud op de volgende Olympische Spelen in Tokio…”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.