Brian Ryckeman

Afscheid van onze wereldtopper in het openwaterzwemmen

dinsdag 07/06

Wanneer op een sportquiz gevraagd wordt welke drie Belgische zwemmers ooit een WK-medaille wonnen, zullen de meesten al snel uitkomen bij Becue en Deburghgraeve. Maar dat de derde medaille gewonnen werd door openwaterzwemmer Brian Ryckeman, weten allicht enkel de wandelende encyclopedieën. Zijn palmares oogt nochtans mooi: een olympisch diploma, Europees en vicewereldkampioen, tal van overwinningen en ereplaatsen in World Cups en GP's... Onlangs maakte Ryckeman echter bekend dat hij deze erelijst definitief afsluit en zijn zwembroek aan de wilgen hangt.   

Je hebt als sporter helaas niet altijd te kiezen hoe je de geschiedenis ingaat. Soms zijn het net momenten van bittere teleurstelling die het meest bijblijven, ondanks een glorieuze carrière vol topresultaten. Zo wordt Brian Ryckeman door velen nog steeds geassocieerd met de Olympische Spelen van Londen in 2012. Zelden droop er zoveel ontgoocheling van het scherm als toen hij en zijn coach Rik Valcke na de tien kilometer in open water hun relaas deden voor de Sporza-microfoon. Het werd een van de meest aandoenlijke sportinterviews van het voorbije decennium. “Vier jaar lang zes uur per dag op een zwarte streep kijken om de slechtste wedstrijd uit mijn carrière te zwemmen.” Dan schieten woorden tekort...

 

De vervloekte Spelen

Vier jaar na datum kijkt Ryckeman er nog steeds niet graag op terug. Wat een orgelpunt had moeten worden, draaide uit op een fiasco. “De wedstrijd zelf was slechts het topje van de ijsberg. Vier maanden voor de Spelen kreeg ik een mentaal dipje. Overal waar ik kwam, ging het over Londen – goedbedoeld en logisch gezien mijn eerdere resultaten-, maar ik was het kotsbeu. Tot overmaat van ramp liep ik op stage ook nog een zware schouderontsteking op. De weken voor de Spelen kon ik niet op vermogen trainen en dat heb ik cash betaald in de wedstrijd. Ik kon gewoon niet in het rood gaan en zwom voortdurend achter de feiten aan.”

Ryckeman droomde vooraf van het podium, maar werd uiteindelijk zestiende. Een mentale klap die hem bijna zijn carrière kostte. “Na Londen ben ik in een zwart gat gevallen en heb ik zes maanden lang amper gezwommen. Ik schaamde me omdat ik niet aan de verwachtingen had kunnen voldoen en heb zelfs even aan stoppen gedacht.” Inmiddels kan hij de immense teleurstelling relativeren, al blijft hij streng voor zichzelf: “Ik weiger uitvluchten te zoeken. Het was gewoon niet goed en dat was mijn eigen schuld, punt uit. Jammer dat het net in Londen misliep, maar ik ben er sterker van geworden, als mens én als sporter.”

Switch naar open water

De Olympische Spelen zijn hoe dan ook de rode draad in Ryckemans carrière. Geprikkeld door de beelden uit Seoul (1988) dook hij op zijn vijfde voor het eerst in het bad. Ettelijke jaren later werd Ryckeman topsporter bij Defensie (2004) en zwom hij onder meer Belgische records op de 800 en 1500 meter. Maar op 22-jarige leeftijd nam hij plots een drastische beslissing. We schrijven 2006, het jaar waarin het openwaterzwemmen definitief een olympisch nummer werd. “In België nam ik al geregeld deel aan wedstrijden in open water en bovendien had ik al lang door dat ik een pure uithoudingsatleet ben: hoe langer de afstand, hoe beter ik presteer. Tot 2006 was de 1500 meter de enige mogelijkheid om naar de Olympische Spelen te gaan, maar op zich is die afstand te kort voor mij. Toen bekend raakte dat de 10 kilometer in open water op het programma zou staan in Peking (2008), heb ik geen seconde getwijfeld om de switch te maken.”

Mét succes. Ryckeman stelde niet teleur en werd in Peking meteen zevende. “Een prachtige herinnering, hoe dan ook een van de absolute hoogtepunten”, geeft hij aan. Drie jaar later volgde een nieuwe mijlpaal, met winst op het EK in Boedapest. “Qua resultaat is dat uiteraard fantastisch, maar qua beleving kon dat EK niet tippen aan de Spelen van 2008. Ik was die dag zo goed dat er van een wedstrijd eigenlijk geen sprake was.” De onbetwistbare apotheose van Ryckemans zwemcarrière kwam er amper een jaar na de mokerslag in Londen: een schitterende tweede plek op het WK van 2013 in Barcelona, na een beklijvende eindsprint met z'n vieren. “Na Londen heb ik maandenlang erg diep gezeten, maar begin 2013 kreeg ik de smaak opnieuw te pakken. Ik had weer plezier op training en kon me in optimale omstandigheden klaarstomen voor de 25 kilometer op het WK. Uiteindelijk ben ik op amper vier tiende van goud gestrand. De teleurstelling voor de gemiste wereldtitel heeft welgeteld vijf minuten geduurd, maar nadien waren het toch vooral trots en tevredenheid die overheersten.”

Aantrekkelijke discipline

Brian Ryckeman was een wereldtopper in een zware, mondiale sport. Helaas krijgt hij niet altijd de eer die hem toekomt. Sinds de Spelen in Peking einigde Ryckeman op quasi elk groot toernooi in de top-8, maar toch gaat de aandacht van pers en publiek vooral uit naar zijn collega's in het bad. “Intussen kan ik het relativeren, maar ik geef toe: ik heb er lang mee gezeten. Ik behaalde in Barcelona de eerste WK-medaille sinds Fred Deburghgraeve in 1998, maar in de kranten stond er amper iets van te lezen. Alsof openwaterzwemmen niet meetelt. Uiteraard is een wedstrijd in open water minder spectaculair dan een 100 meter crawl, maar dat doet toch niets af aan de prestatie? Gelukkig hebben Defensie en de Vlaamse Zwemfederatie me steeds prima ondersteund. Want vergis je niet: internationaal gezien is het echt wel een grote sport. De olympische kampioen op de 1500 meter in Peking (2008) – de Tunesiër Mellouli – is in Londen olympisch kampioen geworden in het openwaterzwemmen. Het niveau van de top ligt zo dicht bij elkaar dat het verschil tussen eerste en tiende worden vaak erg klein is.”

"Ik behaalde in Barcelona de eerste WK-medaille sinds Fred Deburghgraeve in 1998, maar in de kranten stond er amper iets van te lezen. Alsof openwaterzwemmen niet meetelt"

Dat het openwaterzwemmen niet meer aandacht krijgt, vindt Ryckeman erg jammer. Het is nochtans een zeer aantrekkelijke discipline, oppert hij: “In open water moet je met veel meer factoren rekening houden dan in het zwembad: stroming, golven, temperatuur van het water, positionering, tegenstanders die in je weg zwemmen, het indelen van je wedstrijd, voeding ... Het is een lange, collectieve race, dus tactiek is erg belangrijk. Je moet ervoor zorgen dat je tijdens de wedstrijd zo weinig mogelijk energie verspilt en dat je op het juiste moment de juiste keuzes maakt. Op zich ben ik zeker niet de snelste zwemmer, maar ik compenseer dat met inzicht en feeling – Mellouli is op de 1500 meter in het bad maar liefst 50 seconden sneller, maar toch heb ik hem in open water al meer geklopt dan hij mij. Om zulke lange races aan te kunnen, moet je uiteraard keihard trainen – in mijn piekperiodes zwom ik wekelijks 130 kilometer. De wedstrijden zelf kunnen bikkelhard zijn. Een race van 10 kilometer is niet onoverkomelijk, maar een race van 25 kilometer zit soms twee à drie weken nadien nog in je lijf.”

"Om zulke lange races aan te kunnen, moet je uiteraard keihard trainen. In mijn piekperiodes zwom ik wekelijks 130 kilometer"

Brute pech

Inmiddels heeft Ryckeman definitief een punt gezet achter zijn mooie carrière. De Olympische Spelen in Rio hadden de kers op de taart moeten worden, maar zover kwam het dus niet. Het spijtige resultaat van (alweer) een extra dosis tegenslag en een groeiend gebrek aan motivatie. “Vorige zomer ben ik twee dagen voor het WK ziek geworden. Brute pech, want dat was het ideale moment om me te plaatsen voor Rio. Ik had nog één kans in juni (de World Cup in Setubal), maar die wedstrijd werd in koude omstandigheden gezwommen, wat me veel minder ligt. Bovendien had ik niet de vorm om te kunnen wedijveren met de beteren van het veld en die vereiste top-8 te zwemmen. Doodjammer, want de race in Rio is me op het lijf geschreven: warme temperaturen, ruwe golven en veel stroming. Daar zal allicht niet de snelste zwemmer winnen, maar de slimste. Maar goed, Olympische Spelen of niet: afsluiten doe ik sowieso in schoonheid. Ik ben erg fier op wat ik gepresteerd heb. Ik heb altijd gezegd dat ik ooit aan de Olympische Spelen wilde deelnemen en een medaille op een EK of een WK wilde winnen. De realiteit is nog mooier, zo'n palmares is niet iedereen gegeven. Ik kan mezelf dus zeker niet verwijten dat ik er niet alles heb uitgehaald.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.