Cultuur van tevredenheid

donderdag 15/10
Olympische Spelen

'The Culture of Contentment', zo heette een essay van de vermaarde economist John K. Galbraith, dat in 1992 heel wat stof deed opwaaien. De op dat moment al hoogbejaarde professor hekelde 'de cultuur van tevredenheid' die heerste in de westerse geïndustrialiseerde wereld: hij wees de G7-landen op hun intellectuele luiheid, zelfgenoegzaamheid en een manifest gebrek aan aandacht voor de onderklasse, die in armoede moest leven terwijl de hoge heren zichzelf een weg naar de verdoemenis netwerkten op dure champagnefeestjes.

Gert Vande Broek

Bij ons geen 83-jarige economist, maar een 56-jarige columnist die op een iets bescheidener niveau en in een specifieke niche, de Belgische sportwereld, wijst op een heersende cultuur van tevredenheid. Uw dienaar. Als Gert Vande Broek, een zeer bekwame coach die ik ook als mens heel hoog heb zitten, anderhalve week geleden verklaarde dat ie tevreden is met de zesde plaats van de Yellow Tigers op het EK volleybal — een plaats die niet eens goed is voor kwalificatie voor het volgende Europees Kampioenschap over twee jaar —, dan stoort me dat. Als de atletiekdelegatie onlangs tevreden was met één zilveren medaille, twee Belgische records en twee Top 8-plaatsen op het WK in Peking, dan stuit me dat tegen de borst. Als zowel het bestuur van AA Gent, als Belgische voetbaljournalisten en analisten tevreden zijn over het niveau van de Belgische landskampioen in de Champions League, dan denk ik: niet slecht gespeeld, maar wel één op zes.

Deelnemen is voor de meeste landgenoten wel degelijk belangrijker dan winnen, mag je afleiden uit reacties na olympische- of andere toernooiprestaties

We hebben geen sportcultuur in dit land: alleen voetbal en koers tellen hier, uitzonderlijk krijgt tennis wat aandacht, of een eenling die zich tijdelijk op de voorgrond wringt in zijn of haar sport. Wat we wel hebben is een cultuur van tevredenheid. Deelnemen is voor de meeste landgenoten wel degelijk belangrijker dan winnen, mag je afleiden uit reacties na olympische- of andere toernooiprestaties. Op grote momenten moet je je groots tonen: jezelf overstijgen, persoonlijke records breken, hoger, verder en sneller gaan dan je ooit voordien hebt gedaan. Doe je dat niet, dan heb je het niet goed genoeg gedaan, tenzij je Usain Bolt heet en toch goud wint met een tijd die een eindje boven je eigen wereldrecord ligt. Maar wij hebben geen Bolt of deelnemers die wereldrecordhouder zijn. Wij moeten het hebben van hard werken, je best doen en alles geven. Dat, in combinatie met beter doen dan verwacht.

 

Misschien is dat makkelijk tevreden zijn wel de reden waarom we zelden uitblinken in teamcompetities. Als je het niet nodig vindt om beter te presteren dan in het verleden, dan zal de som van de delen niet volstaan om een goed geheel te vormen. En dan verlies je. Onze winnaars uit het verleden waren bijna zonder uitzondering 'loners'. Eenzaten die er alles voor over hadden om de beste te worden in hun sport. Niet de beste van Vlaanderen of Wallonië, niet de beste van België, niet de beste van de outsiders, nee, de beste van de wereld. Frederik Deburghgraeve lag voor dag en dauw in het zwembad om keihard te trainen en iedere dag technisch een beetje beter te worden. Ulla Werbrouck en Gella Vandecaveye trainden zich te pletter om medailles te halen op meer dan één groot toernooi. Justine Henin en Kim Clijsters waren hongerig naar persoonlijk succes en werden elk op hun manier de beste van de wereld. Jean-Michel Saive pingpongde zich een weg naar de top in een sport die weinig aandacht geniet van de media. Wat Robert Van de Walle overhad voor zijn sport, grenst aan het waanzinnige, maar dat hoort ook: je moet een beetje gek zijn om de wereldtop te kunnen halen en je moet je pijngrens niet één keer maar honderden keren willen doorbreken. Er zijn er nog, maar het blijven uitzonderingen.

Onze noorderburen presteren systematisch boven hun 'gewicht'

Kijk naar Nederland en je ziet wat een echte sportcultuur en een kritischer benadering van internationale prestaties teweegbrengt: onze noorderburen presteren systematisch boven hun 'gewicht', ze halen meer medailles dan ze in verhouding zouden moeten halen. Een kwestie van harder willen, harder trainen, harder je best doen en nooit tevreden zijn.

Iederéén — sporters, hun entourage, bonden, supporters, journalisten — zou kritischer moeten worden in dit land. Zo niet blijven we nog wat langer hangen in een tijd van grote onzekerheid, 'The Age of Uncertainty', om een ander baanbrekend werk van J.K. Galbraith aan te halen.

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.