Dag Jan

maandag 14/11

Neen, ik wil niet als een oude zak klinken. En evenmin de boodschap verkondigen dat het vroeger beter was, een typisch kenmerk van generatieconflicten. Eén ding weet ik wel zeker: die eerste drie jaar als jonkie op de radiosportredactie van Jan Wauters behoren tot de mooiste en meest inspirerende van mijn ‘carrière’. 

We bevinden ons in de tweede helft van de jaren negentig. Wauters zit dan in een ietwat gedwongen laatste fase van zijn loopbaan, met dank aan de herstructureringen van VRT-baas Bert De Graeve. Met een bijzonder klein hart stap ik kamer 3L16 binnen, binnen de afzichtelijk grauwe gangen van de VRT bekend als ‘de redactie van Jan Wauters’. De deur is altijd gesloten, collega’s van andere redacties durven niet of amper dat lokaal te betreden. Op eigen risico, alleen het plaatje met een blaffende buldog ontbreekt. De sportredactie van de radio vormt dan letterlijk een eiland, van waarop een tiental gedreven mannen sport in de wereld probeert te coveren. Er heerst een gevoel van wij-tegen-de-rest, zelfs binnen de eigen VRT. ‘Taalvoutjes’, slechte prestaties en verkeerde beoordelingen worden voortdurend bekritiseerd en verbeterd in een bijna onnavolgbare drang naar perfectie. Als nieuweling begrijp je niet meteen waarom dat allemaal moet en de buitenwereld beschouwt die redactie als een bende omhooggevallen ego’s. Maar diep vanbinnen erken je dat Wauters altijd gelijk heeft, met zijn opmerkingen over taal, met zijn inschattingen over sport. Als Jan spreekt, met zijn donkere ogen, turend boven zijn smal leesbrilletje, hou je de adem in en luister je. Ik hang vaak aan zijn lippen omdat ik besef dat ik geen betere leerschool kan krijgen. Het is een bijzonder strenge en harde leerschool. 

Zo gaat mijn allereerste verslag over de Cross der Jongeren in Westerlo, de opening van het veldloopseizoen. Een stukje van anderhalve minuut, gebracht in Open Doel op zaterdagavond, tussen zeven en acht, voor het begin van de voetbalwedstrijden. Uiteraard heeft Jan dat gehoord. ’s Maandags, ik heb mijn jas nog aan, begroet Wauters me met de woorden: ‘Wat jij daar zaterdag hebt gedaan is het voorlezen van een opstel, dan kan mijn zoon van 14 ook.’ Een directe linkse, ondergetekende incasseert en gaat hard tegen het canvas.

Andere anekdote. Op een avond, ik heb een late redactiedienst en verzorg de permanentie, loop ik snel naar het restaurant om een broodje te kopen. Ik heb de redactie dan 4 minuten en 38 seconden verlaten, maar net dan heeft Jan 3 keer gebeld… Als ik me een weinig later verdedig met de woorden dat ik toch moet eten, zegt ie: ‘Dat is het antwoord van een tweedeklasser. Stel dat Eddy Merckx net was overleden, dan had je dat gemist voor het radionieuws.’ Mijn Zuid-Limburgse klanken zorgen bovendien voor hoongelach en hilariteit, terecht, want eindklanken kende ik als Tongerenaar niet. Bedank in plaats van bedankT. Ik heb dat gepak in plaats van gepakT. Nooit of te nimmer zal die jongen in de ether geraken, hoor ik. 

Het ego van Wauters blijft groot (bij wie niet in ons vak?) maar hij omarmt je, ook met de nodige positieve prikkels

Jan Wauters is streng maar rechtvaardig. Als hij merkt dat ik inspanningen lever om mijn dictie te verbeteren en dat ik rechtkruip na een zoveelste tik, wordt Jan een gever. Zijn ego blijft groot (bij wie niet in ons vak?) maar hij omarmt je, ook met de nodige positieve prikkels. Nog voor ik het zo gewilde en beruchte stemattest te pakken heb, laat Jan mij op een donderdag, ik herinner het me nog goed, in ZIJN Wat is er van de Sport? (voor de jonge lezers: een vrij legendarisch kwartiertje sportberichtgeving op Radio1 dagelijks om 17.45 uur), berichten lezen. Een teken van vertrouwen. Bij de radio gaat er in die periode geen interview de ether in zonder dat de aanwezige redactieleden er samen naar luisteren en hun opmerkingen afvuren. Het is een kwaliteitslabel en je leert openlijk om te gaan met kritiek. Inzichten worden voortdurend aangescherpt, met hét credo van Wauters altijd in het achterhoofd: wees dissident van jezelf, stel jezelf en de (sport)wereld constant in vraag. En die sportwereld, tja, wat stelt het eigenlijk voor, welk belang heeft die? Umsonst, Trotzdem, benadrukt JW. Het leidt allemaal tot niets, maar toch, niettemin moet je je best blijven doen.

Peter Vandenbempt heeft gelijk wanneer hij zegt dat iedere beginnende journalist één jaar onder Jan Wauters zou moeten werken. Zonder te verheerlijken, want ook Wauters had kleine kanten, zoals iedereen, maar nu besef ik meer en meer hoe inspirerend en uniek die enkele jaren zijn geweest. Ze hebben me gevormd en daarvoor ben ik vooral dankbaar. Op een of andere manier is die man erin geslaagd om stiekem onder mijn huid te kruipen.

Later, toen hij met pensioen was en ik Luc Van Langenhove had opgevolgd als wielerverslaggever, heb ik Jan nog eens gemaild om zijn mening te vragen. Vanuit Zuid-Afrika liet hij me weten dat ik best wel sympathiek klonk. Jan komt uit een familie van kruideniers, weet U. Maar ik mis hem nog vaak.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.