“Dansen in de kerk is voor mij religieus bezield”

Antwerpse pastoor Rudi Mannaerts over het belang van sport

maandag 30/04
©Wiemu

U las het bericht enkele weken geleden wellicht al: pastoor Rudi Mannaerts van de Sint-Andrieskerk in Antwerpen zette na de paasmis een crosstrainer in de kerk. Dat wekte bij Sporta-magazine natuurlijk de interesse. Waarom die aandacht voor beweging? Sport de pastoor zelf? In uniform of niet en met welke muziek? En waarom bungelt er in de kerk ook een bokszak? Wij vroegen het hem allemaal.

Allereerst: waarom plaatst een pastoor een crosstrainer in zijn kerk?

“Wel, eeuwen geleden waren de mensen gewoon fit door te werken. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de levensgrote beelden van de apostelen onder onze beroemde preekstoel, dan zie je dat die jongens spieren hebben, simpelweg omdat ze roeiden, netten naar boven hesen… Die waren blij dat ze ’s avonds konden gaan zitten. In vroegere tijden waren er ook geen stoelen in de kerk en stonden de mensen gewoon recht. Nu zijn die er wel, en zijn ze nuttig voor mensen die hard moeten werken met hun lichaam, in de landbouw, fabrieken… Maar plots leven we in een tijd waarin iedereen zit, zit, zit. En dan vraag ik mij af: zouden de mensen niet beter opnieuw wat meer rechtstaan in de kerk?

Vanuit de idee een gezonde geest in de kerk en een gezond lichaam in de fitness, droomde ik eigenlijk van een fitness in de kelder van de kerk. Maar in de fitness waar ik bijvoorbeeld af en toe kom, ligt het accent toch meer op het uiterlijk en opgepompte borstspieren. Ik kan daar niet rustig tot bezinning te komen, ook al download ik dan wat gebeden. Dus besloot ik het andersom te doen: ik bracht de fitness naar de kerk. Terwijl je op deze crosstrainer zit, zie je beelden en tekst over mensen die op bedevaart gaan naar Compostela, zodat je tegelijkertijd in beweging bent en je geest laat werken, om zo tot bezinning te komen. Een bedevaart is eigenlijk de juiste combinatie van fysieke inspanning, ontspanning en jezelf leren ontdekken.”

"We leven in een tijd waarin iedereen zit, zit, zit. En dan vraag ik me af: zouden de mensen niet beter wat meer rechtstaan in de kerk?"

Het valt op dat u lichamelijke gezondheid benadrukt, terwijl de Kerk daar in het verleden niet veel aandacht voor had. Bij ‘mens sana in corpore sano’ lag de nadruk vooral op het eerste deel.

“Waarop je alludeert, heeft meer te maken met de cultuur dan met de Kerk. Aan het einde van de negentiende eeuw werd een preutsheid ingevoerd in de hele maatschappij van Queen Victoria. De Kerk heeft dat overgenomen omwille van de seksuele zuiverheid, maar dat is dan zó geaccentueerd geraakt, dat ik daar nu toch mijn kritische gedachten bij heb. Het is niet echt gezond zelfs… Maar los daarvan, we leven nu. Ik ben ook een kind van mijn tijd en je moet de taal van nu spreken.”

 

Sport zou de sociale functie van religie overnemen, aldus sommige sociologen. Sportstadia doen denken aan kathedralen, topsporters worden bijna verafgood. U brengt sport net binnen in de kerk en ziet die dus niet als een bedreiging?

“Nee, bijlange niet! Leve de sport! De heilige Paulus, die brieven heeft geschreven in het Nieuwe Testament, gebruikte sport net als aansporing voor de christenen om zich beter in te zetten. Hij zei: ‘Kijk, die sportlui in het stadion hebben er veel voor over om te winnen. Sportief zijn is niet alleen behendigheid, leren dribbelen, tactiek of techniek, maar het is ook uithoudingsvermogen kweken. Als die sportmensen aan karakteropbouw doen voor een krans of overwinning die maar één jaar duurt, en dus vergankelijk is, dan moeten wij ons in de wedloop van het leven zó met karakter overgeven dat we een overwinning behalen, de finish van de hemel, een overwinning die eeuwig is.’ Ik doe dat elk jaar in de vastentijd. Ik gebruik net de echte sportiviteit, die karaktervormend is, als een beeld om soberder te leven.”

 

Sport is dus niet alleen fysiek, maar ook mentaal van belang?

“Ja! Er is een spreekwoord dat zegt: wie de berg overwint, overwint zichzelf. Als sport echt sport is, kan het een goede invloed hebben. Ik zie in de fitness helaas ook mensen die alleen maar omwille van het uiterlijk de meest ongezonde dingen doen en die allerlei neveneffecten en hartproblemen krijgen. Dat is toch te gek om los te lopen… Ik geef les godsdienst op het Sint-Lievenscollege en raad mijn leerlingen ook aan om te sporten. Het zijn 18-jarigen die zich graag eens laten gaan door te roken, maar ook door puf puf, snuf snuf. Ik zeg dan tegen hen: ‘Jongens, meisjes, drugsverslaafden zijn zwalpende, zielige zombies, zielig! Je denkt toch niet dat je daar de macho mee kunt uithangen? Het geluk zit in jezelf, niet in die ongezonde dingen.’ Je moet zulke mensen de ogen opentrekken, en ik vertel hen dan dat sport een zeer goed alternatief is om het geluk in zichzelf te vinden.”

"Een bedevaart is eigenlijk de juiste combinatie van fysieke inspanning, ontspanning en jezelf leren ontdekken”

Zijn we ook buiten de kerkcontext luier geworden?

“Ja, ik heb wel die indruk… Leve de vooruitgang op alle vlakken, maar onbewust maakt het ons zwakker, omdat we uitdaging missen. We worden te gemakkelijk opgevoed met te veel comfort. We moeten maar op een knopje duwen en het is er, en als het niet naar onze zin is, zijn we al snel ontevreden. In die zin vrees ik dat we een te grote gewenning en verwenning krijgen en zo afhankelijk worden. Als ik aan de jongeren vraag waar de zon opkomt, dan zeggen er drie in vijf klassen: ‘In het westen.’ Ik heb tegen de leerkracht aardrijkskunde gezegd: ‘Ik denk dat u een app moet maken over de zon- en windrichtingen…’ Ik voel ook wel dat de oude generatie zich gemakkelijker inzet dan de jongere. Die laatste vraagt eerst of er iets aan te verdienen valt, maar zelfs als ze er iets voor krijgen, verloopt het allemaal met veel komma’s en punten. En dat is een beetje zoals in het Romeinse rijk: we zitten te fel met ons achterwerk in de botersaus.”

 

Eerder hing u ook een bokszak op in de kerk, waarom?

“Die bokszak heeft eerder een symbolische functie. In elke relatie is er wel eens tandengeknars bij, en dat is ook zo in de relatie met God. Ik ben van mening dat je beter wat langer worstelt met God en de zinvragen van het leven, dan Hem meteen te dumpen en te zeggen: ‘Foert.’ Ik begrijp dat je in sommige menselijke relaties op een bepaald moment wél genoeg geworsteld hebt, en dat is oké. Maar de zin van het leven, voor ons God, kun je niet zomaar overboord gooien, ook al zit je soms diep. Sommigen mensen boksen met de zak om speels te doen, maar bij anderen heeft het wel zijn effect. Er zijn mensen die nog nooit in een kerk zijn geweest en mij erop aanspreken, omdat ze nu een beeld in gedachten hebben om hun worstelen vorm te geven. Ze beseffen: ‘Ah, het mag, het hoort erbij.’ Uiteindelijk heb je in de Bijbel ook vloekpsalmen, waarin men kwaad is op God. In sommige omstandigheden begrijp ik dat maar al te goed.”

"Sport is een zeer goed alternatief om het geluk in zichzelf te vinden"

U zei al dat u zelf fitnest. Doet u dat intensief?

“Ik fitnes inderdaad, maar niet regelmatig genoeg. Ik heb een boeiend leven, zie je. Mijn werk is mijn eerste liefde, dus ik wil er ook wel voor gaan. Ik werk voor de school, de parochie, in de kunstwereld en toerisme, en dan staat sport helaas bij mij niet op de eerste plaats. Maar in het dagelijkse leven probeer ik wel actief te zijn. Mijn fiets noem ik mijn persoonlijke taxi en die brengt me overal naartoe. Waar ik ook altijd op kick, is bijvoorbeeld in een ziekenhuis of appartementsgebouw de trap nemen, niet uit claustrofobie, maar om fitter te blijven. Ook als ik bijvoorbeeld in Antwerpen-Centraal uit de trein van Brussel stap aan de onderste perrons, neem ik de trap. Als ik dan als eerste bovenkom terwijl al die andere consumenten op de roltrap staan, dan geef ik mezelf toch een kleine speekmedaille. Ik hou dan mijn hijgen wel even in, natuurlijk.” (lacht)

 

In een ander interview zegt u dat dansen “de hoogste vorm van lichamelijke expressie” is. Danst u dan ook in de kerk?

“Ja, dat meen ik ook. Soms, als ik zeker ben dat er niemand anders in de kerk is, zet ik muziek op en dans ik. De kerk is een gigantische ruimte en hier dansen is voor mij ook ergens religieus bezield. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen: ‘Ik ben meer dan een stomme zak moleculen.’ Ik ben een mens, dat wil zeggen met koppie koppie, met gevoelens, met een hart. Als ik vroeger uitging, en soms nu ook nog, en kan dansen op de juiste muziek, dan word ik daar heel blij van!” (lacht)

 

Sport u ook met muziek? Welke soort?

“In de fitness waar ik ga, is er muziek, maar dat is soms nogal behangpapierachtig, zodat je het nauwelijks hoort. Ik heb mijn iPod dan bij. Als ik sport, maar ook bij het dansen, moet de muziek klak klak zijn, tsjak tsjak! Er is zo’n liedje waar ik graag mee sport, dat is Temper Trap met ‘Sweet Disposition’ in de Dirty Remix versie. Ik heb er zo nog, maar ik ken te weinig titels.” (lacht)

 

Ik heb gelezen dat zelfs wanneer u naar het galabal van de school gaat, u uw priesteruniform draagt. Hoe zit dat als u gaat sporten?

“Nee, dan niet. Een mens moet zijn kledij aanpassen aan de activiteit, niet? Maar dat belet mij niet om soms vlak na het werk zoals een echte urban boy de fitness in en uit te gaan in mijn werkkledij; in mijn geval een zwart-wit priesteruniform. Als het strikt privé is, ga ik mij niet als priester etaleren, maar doorgaans draag ik mijn ‘overall’, zeker in een context waarin ik werkzaam ben, zoals op huisbezoek, bij de scouts of op school. Maar mijn uniform hindert mij niet, hoor. Ik heb al in echte discotheken voorgehad dat ze vragen: ‘Waar vindt ge zoiets?’ Ik zeg dan: ‘Da’s niet voor u!’ (lacht) Soms vragen ze ook of mijn priesterboord echt is. Mijn antwoord is dan: ‘Dit kolletje is van plastiek, maar ik ben echt!’” (lacht)

"Als ik sport, maar ook bij het dansen, moet de muziek klak klak zijn, tsjak tsjak!"

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.