De Derde Man

Black Power op de O.S. '68, maar wie is de vergeten geraakte blanke atleet op het podium die mee protesteert?

dinsdag 25/09

‘Wat weet je over deze foto?’ Fluitje van een cent voor een beetje sportliefhebber in de studio en thuis, mocht de vraag in het finalespel van De Slimste Mens voorbij komen, zeker weten.

Olympische Spelen, 1968, Mexico, podium 200 meter, Black Power, Tommie Smith, John Carlos…

Nog eentje, de tijd tikt.

Black Panthers? Burgerrechten Amerikaanse zwarten? Schandaal? Nee? Zwarte handschoenen? Ook niet? Zilveren en gouden medaille voor de USA? Of nee, goud en brons! Euh… Nog iets, wat kan dat zijn?  Jà! Euh, die andere mens op de foto… Die blanke… Maar hoe die heet…

Nul seconden, game over.

Peter Norman, dus. Australiër en winnaar van de zilveren medaille. Het zou niet meer dan een obscuur weetje zijn, een heel kleine voetnoot in de sportgeschiedenis, ware er niet dat ene detail dat zo goed als altijd over het hoofd wordt gezien. Als je goed naar de foto kijkt, dan zie je dat Norman net dezelfde ronde badge als Smith en Carlos draagt op zijn trainingspak bij het logo van zijn land. Het tragische verhaal achter dit op zich triviale mysterie. 

Het zijn daar in Mexico Spelen naar het beeld en de gelijkenis van de wereld anno 1968. Alles behalve een feest van vrede en broederschap. In Vietnam woedt een uitzichtloze oorlog; bij een conflict in Nigeria – de burgeroorlog in Biafra – wordt honger ingezet als wapen en miljoenen mensen komen om van ontbering; Martin Luther King en Bobby Kennedy worden vermoord en overal ter wereld trekken protesterende studenten en stakende arbeiders door de straten. Ook Mexico-Stad in het algemeen en de Spelen in het bijzonder ontsnappen er niet aan.

Tien dagen voor de olympische openingsceremonie schieten ordetroepen bij het ‘Bloedbad van Tlatelolco’ in de gelijknamige wijk 200 tot 300 demonstranten dood. Wraakroepend en onmenselijk, maar the Games must go on. Ook toen al. En dus springt de Amerikaanse hoogspringer Dick Fosbury naar olympisch goud met zijn legendarische ‘flop’, en niemand legt Bob Beamon een ethisch strobreed in de weg om met 8m90 een fabelachtig wereldrecord verspringen op de tabellen te beitelen.

De storm raast echter toch door. Ook in het hoofd van Peter Norman, vanuit zijn diep religieuze achtergrond. Hij komt uit een familie in Melbourne die doordrongen is van de idealen en het werk van het Leger des Heils. Zelf voert hij de christelijke idealen ook hoog in het vaandel. ‘God is love’ staat er op zijn sprintuitrusting genaaid, en later ‘Jesus saves’. Ook al mag hij die shirtjes alleen op training dragen omdat het strijdig is met het op dat moment wel heel strikt toegepaste wedstrijdverbod op… reclameboodschappen.

Normans geweten speelt nadrukkelijk op in de aanloop naar de roemruchte medailleceremonie in Mexico. De strijd tegen racisme en voor burgerrechten ligt hem namelijk na aan het hart. ‘Ik begreep niet waarom een zwarte niet van dezelfde waterfontein mocht drinken als een blanke,’ zegt hij er later over. ‘Niet dezelfde bus mocht nemen, niet naar dezelfde school mocht... Verschrikkelijk onrechtvaardig, vond ik. Maar als Australisch atleet kon ik zo weinig concreet doen.’ Tot die dag in Mexico.

Norman ziet Smith en Carlos een badge opspelden van het Olympic Project for Human Rights, een Amerikaanse organisatie die zich inzet tegen racisme in de sport en tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten in het algemeen. Norman merkt ook hoe de twee Amerikaanse sprinters staan te twijfelen en te dubben omdat ze slechts één paar zwarte handschoenen bij zich hebben. Het is Norman die suggereert dat ze er elk één kunnen aantrekken.

Of hij ook zo’n badge kan krijgen? Smith en Carlos hebben er niet meteen eentje extra, maar de blanke Amerikaanse roeier Paul Hoffman geeft de zijne aan Norman. Op naar het podium.

Normans geweten speelt nadrukkelijk op in de aanloop naar de roemruchte medailleceremonie in Mexico. De strijd tegen racisme en voor burgerrechten ligt hem namelijk na aan het hart.

De medailles zijn uitgereikt, de drie laureaten draaien zich een kwartslag richting vlaggenmasten, Norman staat vooraan. Hij ziet niet wat er achter zijn rug gebeurt. Zouden Smith en Carlos écht een gehandschoende vuist opsteken? De groet van de militante Black Panthers dúrven brengen? ‘Ja, begreep ik, toen ik zag hoe iemand in het publiek plots stopte met meezingen met het Amerikaans volkslied. Waarna het in het hele stadion muisstil werd.’

Hoeveel moed ervoor nodig is om zo’n gebaar op zo’n moment te stellen, blijkt al heel snel. Smith en Carlos worden meteen uit het olympisch dorp gegooid en naar huis gestuurd, waar ze met doodsbedreigingen ontvangen worden. Smith verliest zijn werk, zijn moeder vindt dode ratten in haar brievenbus, Carlos’ vrouw kan het allemaal niet meer aan en stapt uit het leven… Veel later pas krijgen ze eerherstel. Eredoctoraten zelfs, en ze worden iconen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

Maar dat lijdt – ironisch genoeg – tot een andere onrechtvaardigheid. Peter Norman geraakt er helemaal bij vergeten. Het meest pijnlijke voorbeeld is een standbeeld waarmee de universiteit van San Jose het moment later vereeuwigt op haar campus. Het trapje van de zilverenmedaillewinnaar is leeg. Geen Norman, alleen Smith en Carlos.

Geen Norman ook, vier jaar na Mexico, op de Spelen van München. Natuurlijk speelt de ijle lucht mee, maar dat geldt ook voor Beamon, en het neemt dus niet helemaal weg dat Normans zilveren 20.06 van 1968 in theorie goed zou geweest zijn voor olympisch goud in West-Duitsland. Winnaar Siegfried Schenke (DDR) doet immers ruim meer dan een halve seconde minder goed, met 20.66. Norman had er ook bij kunnen zijn - móeten zijn, zelfs. Zowel op de 100 als op de 200 meter bovendien, waarvoor hij meermaals de limiet heeft gelopen. Niet, dus.

Hij is niet geselecteerd. Omdat hij op de trials een mindere race heeft gelopen, houdt de Australische atletiekbond nog decennialang vol. Niet zo vreemd, want Norman sukkelde met een blessure. Dubieus dus, en het verklaart ook niet waarom hij in het leven naast de sport na Mexico maar niet aan een job geraakt. En waarom hij, in tegenstelling tot alle andere Australische medaillewinnaars uit het olympisch verleden, niet welkom is wanneer de Spelen in 2000 Sydney aandoen. Zijn zilveren 20.06 is op dat moment en vandaag 50 jaar later overigens nog steeds een nationaal record.

Op het standbeeld waarmee de universiteit van San Jose het moment vereeuwigt, is het trapje van de zilverenmedaillewinnaar leeg. Geen Norman, alleen Smith en Carlos.

Het is voor iedereen duidelijk dat men in zijn thuisland Norman zijn actie op het olympisch podium nooit heeft vergeven. Het begon met een gigantische boete wegens onsportief (wan)gedrag, meteen na zijn terugkeer. Daarna kwam de genadeloze kritiek in de media en dus bij het grote publiek. Vervolgens het njet voor München, en uiteindelijk is het helemaal over en uit met zijn sportieve carrière. Maar niet met de ellende. Norman loopt nog wat wedstrijden op laag niveau en geraakt bij een blessure besmet met koudvuur. Ei zo na moet een van zijn benen geamputeerd worden. Hij geraakt nu helemaal het noorden kwijt, zinkt weg in inktzwarte depressies en zoekt soelaas in drank en pijnstillers.

In 2006 overlijdt Peter Norman op zijn 64ste aan een hartaanval. Tommie Smith en John Carlos vliegen naar Australië om zijn kist te helpen dragen. Carlos zegt in een afscheidsrede: ‘We wisten dat  ons gebaar de sport zou overstijgen. En toen we Peter vertelden wat we van plan waren, zei hij meteen dat hij ons zou steunen. Ik zag liefde in zijn ogen. Hij aarzelde of twijfelde geen moment. In mijn ogen is hij een held.’

Eerder dit jaar pas, in april 2018, komt ook de Australische bond over de brug. Twaalf jaar na zijn dood kent ze Norman de nationale Orde van Verdienste toe. ‘Deze onderscheiding komt te laat, daar kan geen twijfel over bestaan,’ zegt voorzitter John Coates tijdens de plechtigheid in Sydney. ‘Zijn hele leven heeft hij voor mensenrechten geijverd. We verloren Peter in 2006, maar we mogen nooit vergeten hoe moedig hij in 1968 is geweest.’

Maar eerlijk toegeven dat Norman om die reden niet naar München mocht… Nee, dat kan er vandaag nog steeds niet af.

In 2006 overlijdt Peter Norman op zijn 64ste aan een hartaanval. Tommie Smith en John Carlos vliegen naar Australië om zijn kist te helpen dragen.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.