De dubbelrol van Jurgen Van den Broeck:

"Ik ben de held en de antiheld"

vrijdag 11/12
Jurgen Van den Broeck

Verandering van spijs doet eten. Bij Jurgen Van den Broeck toch. Een paar maanden geleden dacht hij nog aan stoppen met koeren. Kotsbeu was hij het. Maar kijk, een nieuwe ploeg, een nieuw gevoel. Bij Katusha bloeit hij na twee jaar miserie helemaal open. Meer zelfs, hij rijdt weer rond met de motivatie van een neoprof. 2016 moet zijn jaar worden.

Jurgen Van den Broeck is de beste Belgische ronderenner sinds Lucien Van Impe de Tour won in 1976. Hij heeft een derde en een vierde plaats op zijn palmares staan, maar dat zouden we durven te vergeten, omdat het na zijn knieblessure in 2014 van kwaad naar erger ging. Dit jaar trok hij, na negen jaar trouwe dienst, de deur bij Lotto achter zich dicht om het avontuur op te zoeken bij het Russische Katusha. “Dat voelde als mijn eerste schooldag”, zegt hij met pretlichtjes in de ogen. “Ik heb de jongste jaren weinig plezier beleefd aan het wielrennen. Nu is de klik er weer. Ik train gemiddeld zeven, acht uur per week meer dan andere jaren.”

Jurgen Van den Broeck©Isosport

En je trainde al zo hard.

“En toch heb ik er geen moeite mee. De laatste twee seizoenen moest ik mezelf dwingen om te trainen, zeker als het slecht weer was. Nu maak ik er niets van. Ik heb veel op mijn kop gekregen. Waarom weet ik niet. Ik deed mijn best, meer kon ik niet doen. Ik begon dat moe te worden. Het vertrouwen rondom mij was weg en dan is het plezier ook ver zoek. Nu ik bij een nieuwe ploeg zit, met mensen die in me geloven, geeft dat een boost. Ik had al gezegd dat ik niet lang meer wou koersen, maar toen ik terugkwam van de eerste stage bij Katusha, besefte ik dat ik het eigenlijk nog doodgraag doe en dat ik zo lang mogelijk renner wil zijn. Ik was voordien overmand door stress en jaagde me in alles op, maar al die balast is nu van mijn schouders gevallen.’”

 

Van een Belgische naar een Russische ploeg, zorgt dat voor een cultuurschok?

“Ik heb ooit nog bij US Postal en Discovery Channel gereden en daar heb ik toch veel plezier beleefd. Ik wou terug naar zoiets. Bij Katusha ben ik de enige Belg. Intussen volg ik elke week Italiaanse les, omdat een deel van de ploeg Italiaans spreekt. En zeggen dat ik vroeger nooit wou leren.’”

 

Wat is je eerste doel?

“Binnenkort zullen we mijn programma bepalen. Waarschijnlijk mikken we eerst op de Waalse klassiekers.”

 

Iedereen wil natuurlijk weten of jij naar de Tour gaat?

“Ik zou het ook willen weten, maar ze gaan kijken of het parcours bij me past.”

 

Blijft de Tour je nummer één?

“Dat is voor iedereen zo, denk ik. Ik zou er heel graag weer willen bijzijn. Daar is het voor mij begonnen. Ik heb er ook veel miserie gekend, maar dat doet geen afbreuk aan mijn liefde voor de Tour. Als je overal moet wegblijven waar je miserie gekend heb, kan je niets meer doen. Ik weet dat ik in de Tour ooit de held ben geworden , maar ook de antiheld. Vandaar dat ik vond dat ik tijdens de contractbesprekingen met Katusha niets te eisen had. Eerst moet ik iets laten zien.”

 

Ik herinner mij het interview van Lieven Van Gils in de Tour van 2014. Dat was heel pakkend. Je was daar enorm zelfkritisch.

“Soms moet je dat zijn. Iedereen denkt dat alles maar vanzelf komt. Op bestelling. Wij zijn ook maar mensen. Dat interview was een samenloop van een jaar lang mentaal en fysiek knokken en in de knoop liggen. Ik ben veel te snel willen terugkeren na mijn knieblessure, omdat er zoveel van mij geëist werd. Want ja, toen ging het ook over mijn contract. Maar die knie, daar kon ik niets aan doen. Ik heb mijn lichaam te ver gedreven, het was kapot.”

 

Vind je het jammer dat je afscheid bij Lotto zo anoniem is verlopen?

“Ja, maar dat is de sport. Sinds mijn knieblessure heb ik geleerd wat een harde wereld het is.”

 

Heeft dat je als mens veranderd?

“Ik ben me er bewust van geworden dat ik heel weinig echte vrienden heb. Sommigen geloven dat niet, maar dan zeg ik altijd: wacht maar tot je echt in de shit zit. Ik ben daarom niet wantrouwiger geworden tegenover mensen, maar wel meer realist op alle vlakken.”

 

Je werd dit jaar wel Belgisch kampioen tijdrijden. Het was niet allemaal kommer en kwel.

“Van dat BK had ik mijn doel gemaakt. Zeker in een discipline waarop iedereen me afgeschreven had. Dat was voor mij wel een overwinning met betekenis. Ik heb er maar twee in heel mijn carrière.”

 

Waar liggen je ambities? Zie je bijvoorbeeld iets in het tijdrijden op de Olympische Spelen?

“Daar zou ik heel graag aan meedoen.”

 

Ik hoor dat het een parcours voor jou is.

“Ze zeggen dat. Mijn eerste opdracht is laten zien dat ik daar klaar voor ben. Ik heb Peking meegemaakt en ik wil er weer voor gaan.”

 

"Om te winnen moet je soms het risico nemen om te verliezen. En als ik verloor, kreeg ik onder mijn voeten"

Misschien ben jij wel zo’n renner die pas naar waarde wordt geschat als hij stopt?

“Ik denk dat dus echt. Ik weet dat ik veel commentaar gekregen heb. Ook op mijn contract. Maar als ze me een goed contract voorstellen, moet ik dan neen zeggen? Wie zou dat doen? Ik weet wat ik kan en wat ik niet kan en heb altijd geprobeerd om het maximum te halen. Soms sta ik daar ook bij stil: twee keer top vijf in de Tour. Had iemand mij dat in het begin van mijn carrière gezegd, had ik ze gek verklaard. Dat is er alleen maar gekomen door heel hard te werken en alles op te offeren. Ook al ben ik misschien geen toptalent. Dat is mijn nadeel. Ik kan geen heel jaar op dat niveau rijden. Ik heb die motor niet zoals die andere mannen. Maar ik weet wel dat ik kan pieken naar bepaalde doelen.”

 

Bij Katusha liggen de verwachtingen wel anders. Er wordt minder ingezet op jou.

“Dat is een enorme druk die wegvalt. Bij Lotto moest ik elke koers voor de puntjes rijden. Dan kan je ook niet vol voor de overwinning gaan. Om te winnen moet je soms het risico nemen om te verliezen. En als ik verloor, kreeg ik onder mijn voeten, want dan verloor de ploeg punten, dus nam ik geen risico’s. Bij Katusha hebben ze andere renners voor de kleine rondes. Dus mag ik hen helpen en in andere koersen moet ik er staan. Dat geeft een bevrijding. Als ik naar een grote ronde zal gaan, zal ik frisser zijn.”

 

Weg met het defensieve rijden, wat je ook wel werd verweten.

“Laat ons hopen dat ik dan ook eens meer kan winnen. Want ik heb echt weer de motivatie van een neoprof. Af en toe in dienst rijden van iemand anders zal een mindswitch zijn, maar dat geeft wel meer rust. Dat je zo eens kan zeggen: nu moet het niet. Voor het klassement rijden is slopend.’”

 

Het wielrenner wordt er niet simpeler op. Hoe lang kan je dit nog opbrengen?

“Ik denk tot mijn 37ste, dat is een schone leeftijd. Maar de dag van vandaag is dat niet zo makkelijk meer. Dit jaar heb ik een moment  aan stoppen gedacht, maar toen is de klik er gekomen en kon ik weer alles aan zonder moeite. Mijn trainer ziet nog altijd geen verval.  We klagen dikwijls, maar als het ergste wat ik moet doen op mijn eten letten is, dan heb ik een mooie job. Ik heb echt weer veel goesting.”

 

Dat belooft. Succes ermee.

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.