De koers is (steeds minder) van ons

vrijdag 26/04

De prijs voor arrogantste uitspraak gaat dit wielerseizoen ongetwijfeld naar Wouter Vandenhaute. De grote baas van Flanders Classics gaf op de vooravond van de Ronde van Vlaanderen samen met zijn ceo Tomas Van den Spiegel een interview in Het Laatste Nieuws. Volgt u de conversatie even mee.

Journalist: Voor een breder publiek is het toch van belang dat nog een keer een Belg wint, zeker na zo'n lange periode van droogte? Gaan jullie zondag niet vloeken als Bettiol of Langeveld wint?

Vandenhaute: "Die gaan niet winnen."

Dat bedoelen we: in hoeverre garandeert de parcoursopbouw dat Langeveld of Bettiol niet kan winnen?

Vandenhaute: "Kijk naar de erelijst van de Ronde van Vlaanderen, toen ze nog op de Muur van Geraardsbergen reden en finishten in Meerbeke: Wesemann, Nuyens, Ballan, Bortolami — je kreeg dat soort winnaars."

© ID / photo agency

Boemerang in de vip-tent

'Dat soort winnaars': meer dedain tegenover zeer degelijke renners kom je niet tegen dezer dagen. De man die van het slot van de Ronde van Vlaanderen een criterium maakte — rondjes draaien, dat hebben de vips graag want dan zien ze de renners vaker — kakte op zijn voorgangers, die de Ronde lieten arriveren in die, toegegeven, lelijke brede straat in Meerbeke.

Oudenaarde ligt inderdaad veel meer voor de hand als aankomstplek — niet dat die baan waarop de streep wordt getrokken mooier is dan die in Meerbeke, maar de stad straalt veel meer wielergrandeur uit. Dat de Muur en de Bosberg niet langer de scherprechter zijn in de koers, ach, kan gebeuren. Het kwalijke zit 'm in twee keer de Oude Kwaremont en de Paterberg in de laatste zestig kilometer. Alsof ze in Milaan-San Remo na de Poggio terug zouden draaien om nogmaals de Cipressa en de Poggio te beklimmen. Alsof ze in Parijs-Roubaix via een ommetje opnieuw over Carrefour de l'Arbre zouden moeten dokkeren. Alsof ze in de Amstel Gold Race weer eens over de Cauberg... o ja.

De Ronde van Vlaanderen is na de overname door Flanders Classics nog altijd een mooie koers, maar minder klassiek. En dat om de Very Important People ter wille te zijn, de lieden in de vip-tenten, waarvan een kwart achteraf niet weet wie er gewonnen heeft en een kwart niet méér weet wie er gewonnen heeft: alcohol heeft een negatieve impact op ons kortetermijngeheugen.

Voor wie het vergeten is: de Italiaan Alberto Bettiol won zondag 7 april zijn allereerste wedstrijd bij de profs. Hij kon nochtans niet winnen, dixit Wouter Vandenhaute. Er zweefde een boemerang door de vip-tent.

De Ronde van Vlaanderen is vooral de lieden in de vip-tenten ter wille, waarvan een kwart achteraf niet weet wie er gewonnen heeft en een kwart niet méér weet wie er gewonnen heeft

Gilbert redt Belgische eer

Deceuninck-Quick-Step raasde door het voorjaar. Koers op koers wonnen de mannen van Patrick Lefevere. Omloop Het Nieuwsblad (Stybar), Kuurne-Brussel-Kuurne (Jungels), Strade Bianche (Alaphilippe), Milaan-San Remo (Alaphilippe), E3 BinckBank Classic (Stybar). En Parijs-Roubaix, het vierde van vijf monumenten op de intussen monumentale erelijst van Philippe Gilbert. De bijna 37-jarige renner uit Verviers heeft er al een unieke carrière op zitten en mikt nu op een ultieme overwinning in de moeilijkste klassieker van allemaal: Milaan-San Remo. Moeilijk, omdat het meer loterij dan koers is. De beste wint niet altijd op de Via Roma.

Op weg naar de mythische piste van Roubaix bleek nog maar eens hoe gedreven Gilbert is. Een voor een schudde hij de concurrenten van zich af, om in een spurt met twee makkelijk de maat te nemen van de Duitse outsider Nils Politt. Niet Boonen, Museeuw of Van Petegem is de beste Belgische renner van de afgelopen kwarteeuw, maar Gilbert. Ongetwijfeld. Veelzijdig. Gefocust. Thuis in de Ardense, Nederlands-Limburgse en Lombardijse heuvels én op de kasseien van het noorden, een tegenwoordig zeldzaam geworden combinatie. Een man van alle terreinen en alle seizoenen.

Bovendien: Philippe Gilbert redde de Belgische eer. De Vlaamse belangstelling voor de koers is nog altijd ongeëvenaard, maar het wielergebeuren domineren doen we al een poos niet meer. Onze beste mensen zitten in de regiewagen: niemand brengt het wielrennen beter in beeld dan de ploeg van de VRT. Het verschil met captaties in het buitenland is immens. Als de UCI een beetje verstandig zou zijn, vertrouwt het de regie van alle belangrijke wielerwedstrijden toe aan de equipe van de Vlaamse openbare omroep. Dat zou bijdragen tot het verhogen van de populariteit van de sport.

Of we moeten Mathieu van der Poel een halve Belg noemen. Dan hebben we het aardig gedaan, ja, zéér aardig. Greg Van Avermaet, Oliver Naesen, Yves Lampaert en Wout Van Aert reden wat ereplaatsen bij elkaar, maar het was altijd net niet goed genoeg. Een boude uitspraak (straks komt die boemerang misschien wel mijn richting uit): Van Avermaet heeft zijn beste jaren gehad, Naesen en Lampaert zijn goede renners maar net geen toppers, Van Aert moet het nog bewijzen. Valt toch tegen dat onze hoop voor de toekomst berust op een drievoudig wereldkampioen... veldrijden.

Niet Boonen, Museeuw of Van Petegem is de beste Belgische renner van de afgelopen kwarteeuw, maar Philippe Gilbert. Een man van alle terreinen en alle seizoenen

Veldrijders top

Veldrijden. We zijn er. De opmerkelijkste vaststelling in maart en april is dat voormalige en huidige veldrijders top waren. De Tsjech Zdenek Stybar, drievoudig wereldkampioen in het veld (plus nog eens twee keer bij de beloften), won twee semiklassiekers. De Fransman Julian Alaphilippe, twee keer Frans beloftenkampioen, tweede op een WK en derde op een EK, telkens bij de veldritbeloften, won in 2018 en 2019 al drie semiklassiekers en Milaan-San Remo, en eindigde tweede in Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. Net als Gilbert kan hij alle terreinen aan. Drievoudig wereldkampioen veldrijden Wout Van Aert blonk uit in alle Vlaamse koersen en werd derde in de Strade Bianche, die ene koers die meer aan veldrijden dan aan wegwielrennen doet denken. Zonder pech zou hij veel langer voorin hebben gezeten in Parijs-Roubaix. Die grote zege zit eraan te komen. Een kwestie van tijd.

Maar dé revelatie van dit voorjaar is ongetwijfeld Mathieu van der Poel. Op z'n vierentwintigste is de Nederlander uit Kalmthout nog niet op het punt van maximaal vermogen aanbeland. Die twee WK-titels in het veld zijn uiterst mooi, maar door het provinciale karakter van die sport — Vlaanderen en Nederland, dat is het zo'n beetje —, is de uitstraling beperkt. Van der Poel won ritten in kleinere rondes, werd vorig jaar Nederlands kampioen op de weg en won voorjaar 2019 aardige wedstrijden als Dwars door Vlaanderen en Brabantse Pijl, plus die ene Nederlandse klassieker-die-eigenlijk-maar-een-klassieker-op-papier-is: de Amstel Gold Race. En hoe! Maar wat vooral opviel was de manier waarop hij in de Ronde van Vlaanderen na een val terugkwam en nog vierde eindigde. Beste man in de koers.

Fysieke tests wezen uit dat Van der Poel heel veel aankan: eendagskoersen, rondes (grote rondes?). Vraag is hij of niet stilaan moet kiezen: het veld of de weg. Hij amuseert zich nog te veel in de winter om het veldrijden helemaal te laten vallen, zegt hij zelf — het is ook een lucratieve periode, niet te vergeten —, maar misschien moet iemand in zijn entourage hem er wel op wijzen dat een combinatie van rust en een stevige voorbereiding in de wintermaanden tot nóg betere prestaties in het voorjaar zou kunnen leiden. Negen op de tien veldritten winnen is geen uitdaging meer: dat heeft hij al gedaan. Been there, done that.

Mathieu van der Poel is op een leeftijd gekomen dat hij een keuze moet maken tussen het 'gemak' van het veld en de 'uitdaging' van de weg. Het zou zonde zijn dat dat eerste in de weg zou blijven staan van het tweede.

Mathieu van der Poel is op een leeftijd gekomen dat hij een keuze moet maken tussen het 'gemak' van het veld en de 'uitdaging' van de weg

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.