De macht van de maand juli

maandag 14/09

Den Ollander. Zo noemen sommige collega’s mij. Niet omdat ik op de redactie een shirt van Oranje draag met het nummer 14 (ik heb er wel zo één, maar dat laat ik keurig in de kast), wel omdat ik vaak Nederlanders uit de hoed probeerde te toveren als geïnterviewde. Opgegroeid met Studio Sport, twintig jaar lang wonend langs de Limburgs-Nederlandse grens en mede daardoor een beetje jaloers op hun flux de bouche, de welbespraaktheid van onze noorderburen, hun radheid van tong.

Bovendien pleegde Jan Wauters, met een kwinkslag, zijn leerlingen de volgende wijsheid mee te geven: ‘Beter een Nederlander interviewen met weinig inhoud dan een Vlaming met kennis van zaken. De eerste klinkt altijd goed.’ Dat ging er natuurlijk in als een vette kroket uit de muur.

Jaren later vroeg ik Leon van Bon als cocommentator voor de Omloop Het Volk, toen nog.  Best wel een goed renner geweest, een ervaringsdeskundige dus, met haarscherpe en vooral vlotte inzichten voor de microfoon. Werd ik daar even teruggefloten door een andere baas! Een Nederlander tweede viool laten spelen in de Belgische openingskoers op de radio, neen, dat was een brug te ver voor de Vlaamse openbare omroep. Een slecht en diffuus signaal. Soit, in deze niet echt rustige VRT-tijden, zullen we deze discussie doorschuiven naar een later tijdstip.

Met deze ruime bocht belanden we bij den Ollander dus, die het best wel spannend maakte in de Vuelta. Tom Dumoulin ging als leider het slotweekend in met een handvol seconden voorsprong op de nummer twee. Een meter of vijftig was het verschil na bijna drie weken koers. Uiteindelijk kreeg Dumoulin op de voorlaatste dag een slag van de molen. Jammer voor hem, maar het is wel een scenario waarvan de Ronde van Frankrijk al jaren droomt, maar niet in slaagt om het schrijven. Zwaar, minder lastig, Ventoux, tijdrit of Alpe d’Huez op de voorlaatste dag, niets baat. 

©Isosport
De Tour droomt al jaren van een Vuelta-scenario, maar slaagt er niet in om het te schrijven

De Tour versmacht de andere twee grote rondes in populariteit, maar moet bogen op een veel kleinere sportieve spanningsboog. Door z’n historie, de grote namen op de erelijst en de plaats op de kalender is de Tour zo overheersend geworden dat de toppers uitsluitend pieken naar die drie weken in juli. Indurain en Armstrong waren de voorlopers in die specialisatie. Alles voor de Tour en nadien amper nog in actie komen. 

Met z’n plaats op de kalender heeft de Ronde van Frankrijk een unique selling proposition

Met z’n plaats op de kalender heeft de Ronde een unique selling proposition: de grote vakantie begint, de zomer woedt volop, het mooie Frankrijk laat, met op voorhand opgenomen beelden, de mooiste kastelen en landschappen op de wereld los. Wegdromen in een ideale wereld. Zouden de Giro en Vuelta ook kunnen uitgroeien tot hét wielerevenement van het jaar, mochten zij in juli plaatsvinden en niet tijdens de werkmaanden mei en september? Spanje is, ondanks die vele lange rechte wegen, ook een fraai land. En de sportieve lust is tegenwoordig veel behaaglijker dan die van de Tour. In de Vuelta strijden locale helden (Rodriguez, Valverde) tegen de rondetalenten van de toekomst (Aru, Majka) en de te vroeg, maar daardoor wel mentaal nog frisse, gesneuvelden van de Tour (Dumoulin). Een prachtige mix. 

Maar laat ons niet overdrijven, de aandacht voor de Vuelta is oké, doch niet te vergelijken met die voor de Tour. Elke dag een stukje in de krant, dat wel, maar geen 5 bladzijden en zonder die, bij de haren gerukte columnisten. Dankzij Tom Dumoulin, een wok van Elvis en de jonge Merckx, neemt de aandacht in de Lage Landen toe. Maar niet in verhouding tot de sportieve spanning en dat is best wel jammer. De plaats op de wielerkalender is een machtinstrument in handen van de UCI en ASO. Het grote publiek laadt zich drie keer per jaar op: bij de voorjaarsklassiekers, tijdens de Tour en met nog een laatste stuiptrekking voor het WK. Jan Bakelants zei ons daarover een tijdje terug: ‘En al de rest daartussen is opvulling.’ Het klinkt misschien te scherp en met te weinig respect voor veel hardwerkende organisatoren, maar we delen die mening. Jan is geen Hollander, maar hij praat wél vlot en heeft bovendien altijd een mening. Het beste uit beide Lage Landen dus. Onze microfoon staat voor hem altijd open.   

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.