De olympische blik van Ivan Sonck

“Zowel Bolt als de Borlées zijn over hun hoogtepunt heen”

donderdag 28/07

Alle organisatorische problemen en sociale wantoestanden ten spijt, mogen de Olympische Spelen nog steeds beschouwd worden als de absolute hoogmis van de sport. En dus kijken we met zijn allen reikhalzend uit naar de atletiekcompetitie in Rio, die zich wederom veelbelovend aankondigt. Wat kunnen onze landgenoten? Slaagt ons Nederlandse buurmeisje Dafne Schippers erin om de Jamaïcaanse raspaardjes te verslaan in de sprint? En kan Usain Bolt zijn status als beste sprinter aller tijden bestendigen met een nieuwe rist gouden medailles? We vroegen het aan notoir atletiekkenner Ivan Sonck, die zijn antwoorden als vanouds staafde met staalharde feiten en verhelderend cijfermateriaal. 

Laten we het allereerst over onze landgenoten hebben. De grootste kanshebber op een medaille is allicht discuswerper Philip Milanov. Zijn zilveren medaille op het WK in Peking vorig jaar doet alvast het beste verhopen…

“Inderdaad. Willen we in Rio een atletiekmedaille winnen, dan zal het allicht van Milanov moeten komen. Ik heb enorm veel bewondering voor die man. Discuswerpen is een discipline die in ons land absoluut niet populair is en waar dan ook (te) weinig waardering voor bestaat. Er komt heel wat meer bij kijken dan enkel kracht. Wat Milanov nu presteert, is het resultaat van jaren werk en volharding. Als eerste Belg ooit een zilveren medaille winnen op een WK atletiek, het is wel wat. Bovendien heeft hij gezien zijn jeugdige leeftijd nog progressiemarge, onder meer qua ervaring op grote tornooien.”

 

Hoe moeten we zijn prestatie op het WK inschatten? Ter vergelijking: met zijn winnende worp van 66,9 meter zou hij op de vorige Spelen in Londen (slechts) zesde geworden zijn…

“66,9 meter is zonder meer knap, laat daar geen twijfel over bestaan. Op het juiste moment kunnen uitpakken met een persoonlijk record getuigt van klasse. In de eerste Diamond League-wedstrijd van het seizoen (Doha) scherpte hij zijn Belgisch record overigens verder aan tot 67,26 meter. Natuurlijk hangt de einduitslag in een competitie ook af van de concurrentie en bepaalt de vorm van de dag enorm veel. Vergeet niet dat Milanov zich op het WK maar nipt heeft weten te plaatsen voor de finale. Als je eerste poging de mist ingaat, de volgende ook niet meteen het verhoopte succes biedt en bepaalde concurrenten al hebben uitgepakt met een vernietigende worp, beginnen de zenuwen onvermijdelijk op te spelen. Je hebt dus ook gewoon een beetje geluk nodig. De toppers ontlopen elkaar zeer weinig dit jaar, en dat zal in Rio niet anders zijn. Op de Spelen kan Milanov derde worden, maar evengoed achtste. Maar als hij een goede dag heeft, is er veel mogelijk.”

 

Op de Spelen van Peking (2008) en Londen (2012) konden we onze hoop vestigen op de Borlées. Nu lijkt dat helaas minder gerechtvaardigd...

“De jaarranking van Track & Field News, die doorgaans zeer goed de onderlinge verhoudingen schetst, spreekt boekdelen: Jonathan en Kevin konden in 2015 geen aanspraak maken op een plek in de top-10. Op basis van hun beste jaarprestaties kwamen ze respectievelijk uit op een 21e en 24e plaats. Ik vrees dat we dus ons geen illusies moeten maken. Ik hoop dat ik me vergis, maar alles wijst erop dat hun beste jaren achter de rug liggen. Op het WK in Peking vorige zomer liepen ze vrij aardige tijden, maar je mag niet vergeten dat de piste in het Vogelneststadion onwaarschijnlijk snel is. Op die 400 meter zijn maar liefst achttien atleten onder de 45 seconden gedoken. Dat is nooit eerder gebeurd. Komt daar nog bij dat het algemene niveau op korte tijd aardig gestegen is en dat er bij de Borlées logischerwijs wat sleet op de machine begint te komen. Het is op zich al zeer knap dat ze intussen ruim tien jaar meedraaien in een van de meest uitputtende disciplines in de atletiek. Net als de meeste 400-meterlopers hebben ze hun top bereikt tussen hun 23e en 25e. Het had dus in Londen moeten gebeuren…”

 

Kunnen de Borlées dan niet best volledig focussen op de 4x400 meter? De Belgian Tornados doen het de laatste tijd behoorlijk goed en maken misschien meer kans op een finaleplaats?

“Nee, dat zou ik eerlijk gezegd een zwaktebod vinden. Ook op de 4x400 meter lijkt de kans op een finale me eerder klein. In principe pieken alle landen naar Rio en vormt een WK – waar de Belgische ploeg de voorbije twee keer wél de finale wist te halen – slechts een tussenstap. Veel zal afhangen van de staat van paraatheid van Dylan Borlée en de sterkte van de vierde man – traditioneel toch het zwakke punt van de Belgische ploeg. Al moet het wel gezegd dat vooral Kevin Borlée in de estafette opvallend goed voor de dag komt. Enkel als ze zichzelf alle vier op het juiste moment overstijgen en wat geluk hebben bij de indeling van de reeksen zit de top-8 er misschien in…”

 

Wat te denken van Nafi Thiam, die toch nog steeds bestempeld wordt als het goudhaantje van de Belgische atletiek?

“Ik heb veel respect voor haar – ook omdat ze haar sport combineert met universitaire studies. Maar ik betwijfel of ze op de meerkamp ooit de absolute top zal bereiken. Net als tienkamper Thomas Van der Plaetsen heeft ze een gebrek aan pure snelheid. Haar 800 meter is zwak en maakt een goede eindnotering zeer moeilijk. Op enkele uitzonderingen na wijst de geschiedenis uit dat goede meerkampers steevast prima lopers zijn. Kijk naar Ashton Eaton, op dit moment de onbetwiste heerser op de tienkamp bij de mannen. Op het WK in Peking liep hij op de 400 meter zowaar onder de 45 seconden, zelfs met de snelle baan in het achterhoofd een fenomenale prestatie. En na een verschroeiende 1500 meter verbeterde hij zijn wereldrecord. Hij wordt zonder twijfel een van de absolute blikvangers in Rio.”

 

Zou Thiam zich na de Spelen niet best volledig toeleggen op het hoogspringen, de discipline die haar intrinsiek het best ligt?

“Een carrière als hoogspringster zit er op termijn zeker in, maar persoonlijk zou ik ze liefst nog een à twee jaar als meerkampster zien acteren. Meerkampers krijgen een zeer veelzijdige opleiding en plukken daar later in hun carrière de vruchten van. Een fout die veel Belgische atletiekclubs maken, is dat ze hun talenten te snel gespecialiseerd laten trainen. Terwijl atleten er in hun jonge jaren net alle baat bij hebben om zowel hun uithouding te vergroten als aan kracht en snelheid te winnen. Pas als ze na verloop van tijd uitblinken in één bepaalde discipline, kunnen ze eventueel de overstap maken. Vergeet bijvoorbeeld niet dat Dafne Schippers ook uit de meerkamp komt. Zij profiteert op de sprintnummers nog altijd van de kracht en coördinatie die ze in de zevenkamp heeft ontwikkeld.”

 

Dafne Schippers maakte voorbije zomer furore op het WK en mikt in Rio op olympisch goud op de 100 en/of 200 meter. Heeft haar pijlsnelle evolutie u verbaasd?

“Ik verwachtte wel dat ze afgelopen zomer op het WK minstens een medaille zou halen op de 200 meter. Ze laat immers al een tijdje mooie resultaten optekenen. Maar dat ze met 21.63 meteen de derde tijd ooit zou lopen, had ik uiteraard niet durven voorspellen – al valt dat dus deels te verklaren door die snelle piste. Het lijkt me een verstandige vrouw die goed met de stress omgaat en bovendien uitstekend omringd is. Een prachtige atlete. Jammer dat er – vooral gezien haar huidskleur – meteen vragen rezen omtrent eventueel dopinggebruik. Het is niet omdat een discipline overheerst wordt door zwarte atleten dat een blank supertalent per definitie geen kans maakt. In Rio is ze hoe dan ook topfavoriete op de 200 meter. Onlangs liep ze in Hengelo bij kil regenweer, op een natte en niet ultrasnelle baan en bij een tegenwind van 0,3 m/s nog een tijd van 22.02. Indrukwekkend! Benieuwd of haar start voldoende verbeterd is om de Jamaïcaanse titelverdedigster Shelley-Ann Fraser ook op de 100 meter achter zich te laten.”

 

Nu we het toch over Jamaïcaanse spurtbommen hebben: Usain Bolt was vorig jaar danig op de sukkel, maar wist zich op het WK in Peking toch weer tot absolute sprintkoning te kronen. Kan hij dat huzarenstukje nog eens herhalen in Rio?

“Het kan, maar het staat vast dat hij over zijn hoogtepunt heen is. Hij pretendeert nog onder de negentien seconden te kunnen lopen op de 200 meter, maar dat heeft mijns inziens eerder te maken met het in stand houden van zijn imago dan met realiteitszin. Rio zal hoe dan ook een van zijn laatste kunstjes worden, al wordt het zeker geen walk in the park. Gatlin is op het afgelopen WK ten onder gegaan aan de druk, maar blijft een te duchten tegenstander. Bovendien komt er een nieuwe generatie aan die stilaan klaar is om de fakkel over te nemen. Bolt heeft dus niet zomaar gewonnen spel en zal in topvorm moeten verkeren om de klus nogmaals te kunnen klaren.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.