De teloorgang van de fietstradities en -etiquette

vrijdag 24/05
©ID/photo agency

Het is niet meer hetzelfde. Het is ook niet meer zo leuk. U moet weten dat ik vroeger wel een beetje sportief was. En dat ik echt niet aan mijn proefstuk ben als het op fietsen aan komt. Toen ik nog het lichaam had van een Ullrich, woonde ik in Gent en reed ik geregeld langs de kanalen en de Brugse vaart tot in Oostduinkerke. Soms zelfs in de winter. Hoe eenzaam de fietser ook lijkt, dat valt meestal wel mee. Er bestond namelijk zoiets als solidariteit. Terwijl je eenzaam langs het water peddelde, reed er altijd wel een andere wielertoerist naast je, die aanspoorde om in zijn wiel te gaan hangen.

De wielertoeristen weten waarover ik het heb. Ze reden je voorbij, soms kreeg je een begroeting en een praatje, soms werd er gewoon stug vooruitgekeken en voortgepeddeld. Dat persoonlijk record moest er immers nog aan geloven, op deze strook. En dan kwam het gebaar… een arm die loom wenkte dat je dichter kon aansluiten, dat je mocht ‘wieltjeszuigen’. ‘Smijt u dichter achter mij!’ verlossende woorden.

©ID/photo agency

Dat is fijn, je kunt wat uitrusten, en als het tempo ongeveer op hetzelfde niveau ligt, neem je zelf ook over, zodat de andere ook even uit de wind zit. Een paar beurten later gaat elk dan ‘zijns weegs’. Je houdt er een prettig gevoel aan over en een licht verhoogd snelheidsgemiddelde. Het maakt een enorm verschil als je dat over pakweg twintig kilometer kunt volhouden met een man of twee, drie.

Sinds een jaar ben ik weer op het ros geklommen om bierpensen te doen slinken en algehele conditie wat op peil te brengen. En ik ben - eerlijk waar - geschrokken van de ruwheid der zeden. Tenzij het in de Kempen gewoon anders is dan in Oost- en West- Vlaanderen, wat ik me eigenlijk bijna niet kan voorstellen.

Er is geen sprake meer van aanklampen of beschutting zoeken. Bij groepen kan ik het nog begrijpen. Alhoewel, wat heb je eraan, om een gat te laten vallen tussen de groep, de laatsten van die groep en de vreemde eend (ik dus). En daarna proberen ze je dan met een splijtende demarrage uit het wiel te fietsen om terug in hun pelotonnetje te kruipen. Beetje klein vind ik het.

Sinds een jaar ben ik weer op het ros geklommen om bierpensen te doen slinken en algehele conditie wat op peil te brengen. En ik ben - eerlijk waar - geschrokken van de ruwheid der zeden.

Maar ook de enkelingen hebben kennelijk meer oog voor hun Strava-prestaties en doen niet meer aan dat soort solidariteit mee. Ik betreur de evolutie.

Zoals ik het overigens ook jammer vind, of zelfs idioot, dat er op zondag één of andere gek in tijdsrijderskostuum op een ‘pedelec’ uitprobeert om een werelduurrecord te halen. Komt er zo een fluo lul met skihelm over het jaagpad gescheurd en is ie nog trots ook dat het zo hard gaat. Of ligt het aan mij?

Die dingen zijn ontworpen om woon-werkverkeer interessant te maken voor fietsers. Om oudere mensen toch nog toe te laten te fietsen. Maar echte sport, fysieke inspanning tijdens het weekend, daarvoor gebruik je dat ding toch niet tussen normale fietsers en wandelaars met kinderen en honden?

Of ben ik nu echt oud?

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.