Doen makelaars ook aan 'goede voornemens'?

woensdag 16/01

'Als de sport in het diepst van zijn wezen wordt getroffen, straalt dit af op iedereen die met sport bezig is', schreef Karel Van Eetvelt, voorzitter van de raad van bestuur van Sporta, vrijdag 11 januari op deze site. Hij had het natuurlijk over het Belgisch voetbal, dat sinds woensdag 10 oktober bange dagen beleeft. Witwaspraktijken, matchfixing, oppermachtige makelaars die bepalen wie waar speelt en voor hoe lang: fraai is het beeld allerminst. Nochtans staat het netjes op de website van de Koninklijke Belgische Voetbalbond genoteerd: 'De missie van de KBVB is om via het voetbal de waarden respect, fair play, inclusie, gezondheid, duurzaamheid en opvoeding te promoten in onze Belgische samenleving.'

Het onderzoek in het kader van Operatie Propere Handen, begonnen na een reeks vreemde transacties in een Genks bankkantoor, toonde aan dat die waarden stuk voor stuk dode letter op papier blijken te zijn in ons topvoetbal. Makelaars hebben de boel belazerd, dat klopt, maar clubs hebben zich al te makkelijk láten belazeren. Meer nog: ze deden vrolijk mee, omdat ze dachten dat ze er beter van zouden worden. Financieel én sportief. De bond liet betijen. Wie leest nu immers die hoogdravende mission statements?

Komt nog bij dat we een land zijn waar alleen maar gereageerd wordt na een grote ramp. Aan preventie doen we hier niet. Zwart geld vermijden in het voetbal? Deden we niet aan mee vóór de Bellemans-affaire in 1984. Veilige stadions? Werd pas een bekommernis na het Heizeldrama van 29 mei 1985, met z'n 39 doden. Zo gaat dat ook op andere domeinen in dit landje. Aan de rand van de afgrond zetten we nogal eens een stap vooruit.

©ID / Patrick De Roo

GEVOLGEN VAN DEREGULERING

Wat er fout liep met de makelaars? Een opsomming.

1) Ze zijn met te veel.

Bij het begin van dit voetbalseizoen waren er 419 voetbalmakelaars actief in ons land. Een aantal onder hen doen dit als hobby, om een extra zakcentje te verdienen, anderen hebben zich ooit laten registreren, maar zijn vergeten om dit te verlengen. Hoe dan ook, het aantal frappeert. Ter vergelijking: in 1A en 1B lopen 290 profvoetballers met de Belgische nationaliteit rond. We tellen dus veel meer makelaars dan voetballers. In totaal zijn er 673 spelers aangesloten bij de vierentwintig profclubs. Kort door de bocht zou je kunnen stellen dat elke makelaar voor gemiddeld 1,6 speler werkt. Dat is niet doenbaar.

2) Er zijn geen regels.

Van de bankensector weten we al dat deregulering leidt tot grote crisissen. Kijk naar 2008. De wereld van de voetbalmakelaars was gematigd streng gereglementeerd tot de Wereldvoetbalbond Fifa in 2015 de bestaande regels (slagen voor een streng examen, een inschrijvingssom van 50.000 Zwitserse frank betalen, bewijs van goed gedrag en zeden) gewoon overboord kieperde. Even onbegrijpelijk als kortzichtig. Sindsdien is het een zootje. En nu hebben ze daar in Zürich spijt van.

3) Er is geen ethisch besef.

De meest succesvolle makelaars hebben geen scrupules, ze pikken cliënten van collega's zonder aarzelen in. Dat gaat meestal zo: een speler staat op het punt een lucratieve transfer te versieren, dit komt ter ore van een transactionele makelaar — iemand die snel zaken wil doen —, die contacteert de speler én de betrokken clubs, belooft hen (geld)bergen en neemt de zaak vlak voor het afsluiten van de deal over. Een maffiose manier van zakendoen die schering en inslag is. En omdat er een soort omerta heerst in die kringen, kwam het niet in de openbaarheid.

4) Enkelingen palmen de markt in.

Mogi Bayat en Dejan Veljkovic hadden (hebben?) in de loop van de jaren een onwrikbare machtspositie opgebouwd. De eerste door onder de gangbare marktprijs te werken: hij rekende slechts zeven procent aan, minder dan de gebruikelijke tien procent per transactie, en kon zich zo binnen werken bij een resem clubs. Bayat regelde op verschillende momenten ongeveer alle transfers bij Anderlecht, KRC Genk, AA Gent en Charleroi. Bij Anderlecht — toch nog altijd de succesvolste club uit ons voetbal — had hij zelfs een eigen badge. Reed er binnen en buiten wanneer híj wilde. Ook Veljkovic had een entree bij enkele clubs, waar hij bijna alle in- en uitgaande transfers regelde. En blijkbaar ook af en toe de uitslag van een wedstrijd probeerde te manipuleren.

5) Clubs doen hun werk niet.

Daar sta je dan met een technisch directeur, een sportief directeur, een uitgebreide technische staf en een op papier indrukwekkend scoutingapparaat, als één makelaar in staat is om álle transfers te doen. Scoutingrapporten worden straal genegeerd, de sportief directeurs bekwamen zich vooral in het halen van koffie voor meneer de makelaar. Als we de geruchten mogen geloven worden ze daar financieel niet slechter van.

Makelaars hebben de boel belazerd, dat klopt, maar clubs hebben zich al te makkelijk láten belazeren

WACHTEN OP FIFA

Hoogst merkwaardig — en tegelijk ook weer niet — is dat clubs niet eenduidig afstand willen nemen van de macht van de makelaars. Michael Verschueren van Anderlecht zei wel iets ferms over alleen maar werken met correcte tussenpersonen, maar ze installeerden daar intussen een nieuwe technisch directeur, Frank Arnesen, die in het verleden nauw heeft samengewerkt met louche figuren in het voetbal. Dat lijkt wel heel sterk op 'business as usual'. Ook andere clubs waren onduidelijk over waar ze nu naartoe willen. En de Pro League deed dan wel wat voorstellen om makelaars aan banden te leggen, maar die klonken zó logisch, dat je je afvraagt waarom ze daar niet eerder, in onbesproken tijden, op waren gekomen.

Clubs mogen alleen nog maar werken met geregistreerde makelaars: natuurlijk. Bondsparket en licentiecommissie kunnen sancties uitspreken als clubs zich daar niet aan houden: vanzelfsprekend. Commissies moeten tijdig betaald worden: uiteraard. Maar wat de pas opgerichte vereniging van voetbalmakelaars, BFFA, daarbij opmerkte is dat een bonafide makelaar nog altijd onvoldoende beschermd wordt. Een transfer op het laatste moment inpikken, kan nog altijd. De cowboys worden allerminst buitenspel gezet.

Waar Jesse De Preter, de voorzitter van de BFFA, mij op wees toen ik hem interviewde voor De Standaard, was dat er nu zes (6!) gelijktijdige initiatieven zijn om deze problematiek aan te pakken. Terwijl de Fifa óók bezig is met een nieuwe, strengere aanpak en het uiteindelijk toch van dat hoogste voetbalniveau zal afhangen wat de toekomst brengt.

In plaats van dan halsoverkop te doen alsof men nu plots, in het nietige België, het warm water heeft uitgevonden, zou men misschien beter toch nog even wachten op een internationale regeling?

De Pro League deed wel wat voorstellen om makelaars aan banden te leggen, maar die klonken zó logisch, dat je je afvraagt waarom ze daar niet eerder op waren gekomen

SODOM en GOMORRA

Niet alle voetbalmakelaars zijn duistere figuren die parasiteren op een zielloze microsamenleving. Dat is een te eenzijdig beeld, dat verkleurd wordt door de activiteiten van notoire valsspelers en machtswellustelingen als Bayat en Veljkovic. Een koosjere makelaar is een pluspunt. Hij zorgt ervoor dat zijn cliënt zich alleen maar zorgen hoeft te maken om zijn prestaties op het veld. Hij kijkt contracten na, regelt portretrechten, zorgt voor een correcte verloning, legt op vraag van zijn cliënt contacten, ziet erop toe dat alle sociale en fiscale verplichtingen in orde zijn. Een hele klus en daar mag best een beloning tegenover staan. Bijvoorbeeld: tien procent op alle inkomsten. Niets mis mee. Als de speler er beter van wordt, mag de makelaar daar gerust mee van profiteren. Voor wat hoort wat.

Uit het voorgaande mag je meteen afleiden dat een makelaar niet oneindig veel spelers zou mogen begeleiden. Dat kán gewoon niet. Een advocaat of een notaris moet zijn aantal cliënten ook beperken, anders kan je die niet meer volwaardig vertegenwoordigen. En een clubmakelaar zou helemaal uit den boze moeten zijn: waarvoor zit die flink betaalde technisch of sportief directeur dan op zijn stoel? Laat die maar eens werken voor de kost.

Om de correcte gang van zaken te kunnen controleren, is een zogeheten clearing house aangewezen, waar alles wordt gecentraliseerd: contracten tussen spelers en makelaars, transferactiviteiten, registraties. En waar leden van de licentiecommissie permanent toegang toe hebben, zodat ze waar nodig kunnen ingrijpen, terechtwijzen, schorsingen en sancties voorstellen.

'Je kunt Sodom en Gomorra niet op één dag transformeren in Vaticaanstad', zei Jesse De Preter in mijn interview met hem. Ik had meteen een fijne kop boven het stuk. En het is ook een bruikbare metafoor, met dien verstande dat je Vaticaanstad niet mag zien als de ideale wereld, want daar gebeuren ook ontoelaatbare dingen achter de schermen. Maar de achterliggende boodschap is helder: er móet iets gebeuren, maar het zal enige tijd kosten.

Beter een doordachte regeling die er pas over een half jaar is, dan krakkemikkige afspraken die niet zullen standhouden. Ons voetbal wordt nu toch al een hele tijd mismeesterd, die paar maanden kunnen er ook nog wel bij.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.