Dries Koekelkoren & Tom van Walle

“Beachvolley is niet zomaar een recreatief strandspelletje”

woensdag 14/12

Ze reizen de hele wereld rond, stegen het voorbije anderhalf jaar naar de 29e plaats op de wereldranglijst en waren in juni een paar luttele puntjes verwijderd van deelname aan de Olympische Spelen in Rio. In de schaduw van het alomtegenwoordige zaalvolleybal vinden beachvolleyballers Dries Koekelkoren en Tom van Walle stilaan aansluiting bij de internationale top. Sinds april 2015 vormen ze het eerste professionele mannelijke duo van ons land en trachten ze hun sport hier eigenhandig op de kaart te zetten. Behalve gladiatoren in het zand zijn ze dus ook wegbereiders die het pad willen effenen voor een volgende generatie topspelers: “Het Belgische beachvolley is dringend toe aan professionalisering, want het is een aantrekkelijke topsport met een groot olympisch potentieel.”  

Flashback naar juni 2016. Onze landgenoten Dries Koekelkoren (28) en Tom van Walle (29) stranden in de finale van de Continental Cup in het Noorse Stavanger op een zucht van de overwinning en olympische kwalificatie. Twee weken later zullen ze ook in het Russische Sochi nipt in het zand bijten en een ticket voor Rio mislopen. De ontgoocheling was groot, maar inmiddels overheerst een gevoel van trots: “Achteraf bekeken is het ongelooflijk dat we er zo dichtbij zijn geweest. Vooraf hadden we de kans op olympische kwalificatie ingeschat op 5 à 10 procent. Wetende dat de Continental Cup een format is waarbij elk land twee ploegen afvaardigt, dat we wegens het gebrek aan een evenwaardig Belgisch team quasi altijd een tweede keer aan de bak moesten in een ‘golden match’ en dat we voor de finale in Stavanger zeven ‘dubbele’ wedstrijden op rij hadden gewonnen, mogen we stellen dat we een ongelooflijke prestatie hebben neergezet. We hadden nooit verwacht dat we twee keer op één zege van Rio zouden staan.”

 

Alle begin is moeilijk

Het bewijst dat Tom en Dries sinds hun eerste ontmoeting acht jaar geleden een enorm lange weg hebben afgelegd. Als jonge veulens speelden ze drie seizoenen samen in de zaal, bij Schuvoc Halen. Zoals vele collega’s waagden ze zich in het tussenseizoen aan beachvolley, zij het louter om in conditie te blijven. Een onverhoopt succes bracht hier echter al snel verandering in: “We werden in 2009 meteen Belgisch kampioen. Hoewel professioneel beachvolley op dat moment nog geen optie was, bleef die titel toch nazinderen. Door hier en daar een Europees toernooi te spelen en te merken dat we als amateurs de evenknie waren van veel professionele teams, begon de ambitie te groeien. Toen we twee jaar geleden opnieuw Belgisch kampioen werden, beseften we dat het ‘nu of nooit’ was.”

Terwijl buurlanden als Nederland en Duitsland al jaren tot de absolute wereldtop behoren, is er in België nauwelijks sprake van ondersteuning

Makkelijker gezegd dan gedaan, want beachvolley werd (en wordt) in ons land nog steeds beschouwd als het kleine broertje van het zaalvolley. Terwijl buurlanden als Nederland en Duitsland al jaren tot de absolute wereldtop behoren, is er in België nauwelijks sprake van ondersteuning. Gelukkig konden Tom en Dries enigszins voortbouwen op het pionierswerk van Liesbeth Mouha en Liesbet Van Breedam, het vrouwelijke duo dat op de Olympische Spelen in Peking (2008) een verdienstelijke negende plaats in de wacht sleepte: “Zij vormden het allereerste professionele beachvolleyteam, maar deden het quasi volledig op eigen houtje. Na Peking heeft hun succesverhaal helaas geen vervolg gekregen. Alle bewondering voor hun aanpak, maar wij wilden toch wat zekerheid. Gelukkig konden we een deal sluiten met de federatie, die ons onder bepaalde voorwaarden een basisloon wilde uitkeren. In combinatie met de extra sponsoring die we zelf bij elkaar hadden gesprokkeld liet dit ons toe om in april 2015 eindelijk voltijds beachvolleybalprof te worden. We zijn nu goed anderhalf jaar bezig en op die korte tijd hebben we op sportief en extra-sportief vlak al heel wat gerealiseerd.”  

 

Indoor trainingsaccommodatie

Een van die realisaties was de opening van de eerste indoor beachvolleyhal in België. Samen met hun twee coaches toverden Tom en Dries de loods van het Stafort-domein in Schaffen – waar ook teambuildings en andere activiteiten zoals lasershooting, muurklimmen en paintball worden georganiseerd – om tot een volwaardig trainingscomplex. “Voordien konden we tijdens de winter enkel trainen in Nederland, maar de verre verplaatsingen begonnen te wegen. De eigenaar van Stafort liet weten de loods te willen herinrichten, op voorwaarde dat we het voorbereidend en uitvoerend werk op ons zouden nemen. Op één weekend tijd hebben we goed twintig vrachtwagenladingen zand naar binnen versleept via een smal achterdeurtje. Een hels karwei!” 

Gelukkig hebben we een aantal mensen rond ons die onze praktische zaken behartigen... op vrijwillige basis, welteverstaan

Het verhaal achter deze nieuwe trainingsaccommodatie getuigt van passie, maar is tegelijk ook tekenend voor de situatie van beide beachvolleytoppers. Want hoewel ze genieten van een profstatuut, waren Tom en Dries tot nog toe vooral op zichzelf aangewezen voor het creëren van optimale trainings- en wedstrijdomstandigheden. Het verschil met de (professioneler georganiseerde) concurrentie is groot. “Terwijl sommige van onze tegenstanders een beroep kunnen doen op een hele omkadering met minstens één coach, een scouter en een kinesist, waren wij permanent met z’n tweetjes onderweg en deden wij onze wedstrijdbesprekingen noodgedwongen via Skype. Niet dat we per se een hele staf rond ons willen, maar een coach die permanent aanwezig is en tactisch kan bijsturen zou een enorme meerwaarde zijn. Los van de wedstrijden kunnen we dan ook twee keer per dag trainen, videoanalyses maken, specifieke technische en tactische sessies organiseren … Daar ontbreekt het ons nog aan om definitief aan te sluiten bij de wereldtop. Gelukkig hebben we een aantal mensen rond ons die onze praktische zaken behartigen – op vrijwillige basis, welteverstaan. Mits een betere professionele omkadering voelen we dat een top-10-notering op de internationale ranking mogelijk is.”

 

Complementariteit als troef

Desondanks presteerden Koekelkoren en van Walle afgelopen zomer meer dan behoorlijk. Ze werden voor de vierde maal Belgisch kampioen, namen deel aan het EK en dwongen ei zo na olympische kwalificatie af in sterk bezette internationale competities. Hun voornaamste troef? “Aangezien we al een lange tijd samenspelen, zijn we perfect op elkaar ingespeeld. Als je met z’n tweeën een oppervlakte van acht op acht meter dient te bestrijken, moet je kunnen terugvallen op allerhande systemen met verschillende opstellingen. In de loop van de wedstrijd is het noodzakelijk dat je je positie quasi intuïtief afstemt op het spel van de tegenstander. Een fractie van een seconde te vroeg of te laat reageren, is dodelijk. Geen enkele slag of positiekeuze is toevallig in beachvolley, hoe willekeurig het ook kan lijken. Misverstanden overkomen ons zelden of nooit, al betekent dat niet dat onze tactiek perfect is. Ook op technisch vlak is er overigens nog werk aan de winkel. Onze servicedruk en bovenhandse passing moeten beter.”

Statistisch gezien heb je als Belgische speler in het beachvolley veel meer kans op deelname aan de Olympische Spelen dan in het zaalvolley – met een fractie van het budget, nota bene

Zoals in augustus op het strand van Copacabana bleek, zijn de Olympische Spelen het summum voor iedere beachvolleyballer. Sinds het missen van Rio mikken Tom en Dries dan ook resoluut op Tokio 2020. Of ze er ook effectief zullen geraken, valt af te wachten. Maar wat wel zeker is, is dat hun ambities veel verder reiken dan persoonlijk gewin. “Statistisch gezien heb als Belgische speler in het beachvolley veel meer kans op deelname aan de Olympische Spelen dan in het zaalvolley – met een fractie van het budget, nota bene. We willen samen met de federatie een structuur op poten zetten voor jonge teams, zodat onze sport in België kan groeien en andere teams de fakkel kunnen overnemen als wij zouden stoppen. Makkelijk wordt dat helaas niet. De echte talenten worden al vroeg weggeplukt en, in tegenstelling tot wat velen denken, zijn beach- en zaalvolley echt niet te combineren. Ons seizoen loopt van februari tot september, en in de tussentijd trainen we zes dagen op zeven (baltraining, krachttraining, conditietraining ...). Beachvolley heeft nog steeds het imago van een recreatieve strandgebeuren, maar in wezen is het een veeleisende topsport. We hopen dat het binnenkort eindelijk de erkenning krijgt die het verdient.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.