Een looples in eigenwaarde

donderdag 27/02

In onze westerse maatschappij wordt alles continu gewikt en gewogen. Ook onze hobby’s. Je mag geen sportschoenen aantrekken of je sporthorloge registreert onmiddellijk hoe lang, hoe snel en hoe goed in vergelijking met je vorige trainingen je aan het sporten bent. Om nadien op Strava te merken dat je vrienden er een intensievere training hebben opzitten. Soms schat je jezelf daardoor lager in dan eigenlijk zou moeten. Waardoor je het breder kader uit het oog verliest. Door een nieuwe ervaring, bekijk ik mijn eigen sportprestaties nu ineens heel anders.

Al jaren denk ik dat ik een loopkneusje ben. Ik loop wel aan een lekker tempo, of zo voelt het toch aan, maar omdat ik in een nogal competitief milieu vertoef, stelt dat niks voor. In triatlons en duatlons vinden ze lopen aan 13 km/u en meer een evidentie. Ik ben al blij dat ik 10km binnen het uur loop. Als ik een goede dag heb, duik ik wel eens onder de 55 minuten. Maar je snapt dat ik nogal vaak in de achterhoede bengel. Terwijl vriendinnen na een run fier bekers, bloemen en flessen cava de lucht insteken op podia, mag ik al blij zijn dat ik op tijd aan de aankomst ben om die ceremonie mee te maken. Ik heb me daar nooit aan geërgerd, maar een looptalent vond ik mezelf nooit. Mijn eigenwaarde kreeg onlangs een serieuze boost toen ik door een samenloop van omstandigheden loopcoach werd.

Ik had op facebook een oproep zien passeren dat mijn gemeente Evergem een vervangende loopcoach zocht voor een paar maanden. De vaste begeleider ging er voor vaderschapsverlof een tijdje uit. Trainerservaring heb ik niet, maar na één telefoontje wist ik dat dat niet echt nodig was. Ik zou een groep recreatieve lopers elke woensdagavond mee op sleeptouw nemen voor een uurtje loopplezier. Een leuke route uitstippelen en op kop van de groep het tempo aangeven. Deelnemers variëren van mensen die er net een sessie start-to-run hebben opzitten tot dames die zich niet voldoende kunnen motiveren om alleen te sporten. Een paar enkelingen bereiden zich voor op een loopwedstrijd, maar het overgrote deel vindt dat ene loopje per week voldoende om zijn of haar sporthonger te stillen. Kortom, een sportpubliek waar ik anders zelden mee in aanraking kom. Nieuwe mensen leren kennen, altijd fijn als sport verbindend werkt. En het zou voor mezelf een goede wekelijkse rustige duurtraining zijn.

Ik weet eindelijk hoe mijn loopvriendinnen zich voelen als ze mij meenemen op een training. Easy peasy.

Rustig, rustig!

Het tempo zou rond de 9 km/u liggen, hadden ze me gezegd. En best traag beginnen. Dus tijdens het eerste loopje gaf ik als moederkloek op kop een tempo van 8 per uur aan. Na vijf minuutjes stopten we voor een gezamenlijke stretchsessie en kreeg ik meteen te horen dat het echt wel trager moest. Ik moest continu op mijn horloge kijken om te zorgen dat ik onder de 8 per uur bleef. Elke week blijft dat tempo behouden. Ga ik ook maar een knip sneller, hoor ik het gebabbel in de groep onmiddellijk stilvallen en stijgt het hijgvolume. Signalen om direct weer te vertragen. Ik weet eindelijk hoe mijn loopvriendinnen zich voelen als ze mij meenemen op een training. Easy peasy.

Je hoort me niet zeggen dat ik me verveel. Er is een nieuwe wereld voor me opengegaan. Vrouwen die zelf zeggen dat ze niet meer van de jongsten zijn en blij zijn dat ze dit nog kunnen. Dat het hen motiveert om wekelijks op de afspraak te zijn. Weer of geen weer. Dat sneller en verder lopen echt niet hoeft. Dat ze blij zijn met wat ze kunnen. De jongere dames hopen ooit wel beter te kunnen, maar zijn al blij met waar ze staan. Bijtrainen op andere momenten in de week zit er niet in wegens tijdgebrek, dus als ze hun huidige conditie kunnen behouden, zijn ze al lang content. Dat ik zelf vijf tot zes keer in de week sport, hou ik voor mezelf. Ik wil hen niet ontmoedigen of het gevoel geven dat wat ze doen weinig voorstelt. Maar plots besef ik wel weer dat mijn levenswijze van veel sporten niet zo vanzelfsprekend is. Dat ik dus geen kneusje ben. Dat ik best wat meer fier op mezelf mag zijn.

Voor het eerst in mijn leven ben ik de beste van de loopklas! Ik kijk plots met een andere bril, een grote roze, naar mijn eigen prestaties

Fierheid

Er zijn een paar dames in de groep die elke week het tempo niet aankunnen en met een gapende kloof op achtervolgen zijn aangewezen. De reflecterende vestjes en looplichtjes van de kopgroep als een baken in de verte. De fierheid waarmee die elke keer aan de finish komen. “We hebben het toch maar weer gedaan. Er zijn er veel van onze leeftijd die dit niet meer doen.” En zelfs eentje “Oké, we kunnen niet mee, maar zo traag lopen we nu toch ook weer niet?” Zalig toch? Die madam steekt meer pluimen op haar hoed dan ik ooit met mijn snellere benen heb gedaan. 

De keren dat ik van bij de achterblijvers een sprintje moet trekken om weer op kop te gaan lopen, geven me telkens het gevoel Nafi Thiam te zijn. Of Christian Coleman die naar goud spurt op het WK. Voor het eerst in mijn leven ben ik de beste van de loopklas! Ik kijk plots met een andere bril, een grote roze, naar mijn eigen prestaties.

Door onder mijn normale tempo te lopen, geniet ik ook meer van het buiten zijn. Bij een heldere hemel bewonder ik de sterren en wijs er de groep op om even naar boven te kijken. Ik maak korte praatjes met de deelnemers. Over het weer, de actualiteit, het Coronavirus - “Overdrijven ze nu niet een beetje?”, nieuwe dieetmodes - “Koolhydraten heb je toch nodig als sporter?”. Soms fantaseren we waar de mensen die binnen weggestoken zitten achter de gevels langs ons parcours, mee bezig zijn. Lamzakken die televisiekijken. Zo zijn we niet. No ma’am! We run the world!

 

Goud

Sinds kort loopt er een nieuwe begeleider mee. Een jongeman die aan marathons deelneemt. Dan lopen we op kop te babbelen over onze trainingen en wedstrijden. En schaam ik me een beetje voor de mensen die hijgend vlak achter me lopen. Hopend dat ze het geen opschepperij vinden als we praten over gemiddeldes en trainingen van twee uur en meer.

Ze hebben een voor een mijn diepste respect. Ook het meisje dat vaak een paar meter achter de kopgroep rood aangelopen en zuchtend aan het afzien is. Als ik me tot bij haar laat afzakken, heeft ze geen adem over om nog te antwoorden. Behalve dan: “Het gaat beter dan vorige week.” Een karaktervrouw. Haar eigen grenzen verleggen, zijn de enige maatstaven die er voor haar toe doen. En dan zie ik haar met een grote glimlach naar huis vertrekken. Voldaan. Trots.

Als ze me na mijn interimperiode als coach nog eens nodig hebben om in te vallen, ze roepen maar. Deze ervaring is goud waard. Misschien geen WK-goud, maar wel een levensles. Hoe traag je ook loopt, er zijn altijd mensen die nog trager zijn. Of helemaal niet lopen. Dus wees fier op jezelf. Hoe dan ook.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.