Een nieuwe lente, een nieuwe Milaan Sanremo

vrijdag 17/03

‘En kijk je er naar uit?’ vragen vrienden me wel eens, in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen. In feite vragen ze me dat elk jaar opnieuw. Ik moet mijn woorden dan een beetje wikken en wegen, want eigenlijk is het not done om niet in superlatieven te antwoorden op die vraag. In Vlaanderen mag je geen afvallige spelen wanneer het over de Ronde gaat. Begrijp me niet verkeerd, ook wij worden warm van de koersen in en rond de Vlaamse Ardennen. Echt uitkijken naar is evenwel weggelegd voor La Primavera, Milaan Sanremo dus. Ook al waren we, wellicht zoals vele andere wielertoeristen, ontgoocheld toen we lang geleden voor het eerst de Poggio bestormden. In de auto weliswaar, anders hadden we het aanvangsuur van onze radio-uitzending nooit behaald. Neen, die Poggio di Sanremo klinkt veel mythischer dan ie daadwerkelijk is. Die muurtjes en bocht-naar-links-boven-op-de-top, lijken grootser op tv dan in het echt. Is dit echt het stukje waar Furlan in 1994 de concurrentie ridiculiseerde? Nou, dan had ie nog meer fruitsap gedronken dan we dachten. Fruitsap, vrij naar Michele Ferrari. U was uiteraard meteen mee, als sport- en wielerliefhebber. 

De start voor het 'Castello' van Milaan

Neen, naar MSR gaan is echt naar de koers gaan. Samen met collega Carl en radiotechnicus André, heb ik dat jarenlang met de auto gedaan. Donderdag via Luxemburg, Basel, de Gotthardtunnel (vaste koffiestop), Lugano en Mendrisio naar Milaan. In regen en onder donkere wolken aan de tunnel beginnen en dan letterlijk ervaren waarvan het gezegde ‘licht aan het einde van de tunnel’ vandaan komt. De zon die je aan de Italiaanse kant verwelkomt en warm begeleidt in de 60 kilometer lange afdaling naar het meer van Lugano. Italië zien is goesting krijgen. Zin in de koers, in het eten, in het zien van die lange benen met perfecte zonnebrillen op de neus. Milaan-Sanremo is logeren in een gewoon hotel aan de rand van de autoweg. In Cambiago, tegenover het fabriekspand van Colnago. Elk jaar opnieuw brengen we de nu al meer dan tachtigjarige maar oh zo kranige Ernesto een bezoekje. Ook al hebben we zijn museum al zo vaak gezien en hangt de modder op de Roubaixfiets van Ballerini nog steeds op dezelfde plaats. Geschiedenis, uitstraling, de naam, de legende. Dat is Milaan-Sanremo. Op vrijdag doen we onze ronde langs de hotels waar favorieten of Belgen logeren. Met aan het einde van de dag toch een cappuccino of zes op de teller. Maar altijd in een ontspannen, niet opgefokte manier, zowel bij renners als ploegleiders. Ze stralen de lente als het ware uit, de stress voor de Vlaamse kasseien mag nog even on hold. 

Italië zien is goesting krijgen. Zin in de koers, in het eten, in het zien van die lange benen met perfecte zonnebrillen op de neus

Na de start, voor het castello van Milaan, reppen we ons naar Sanremo, 300 kilometer verder en arriveren rond één uur. Veel overschot om onze apparatuur te installeren en informatie te verzamelen voor het begin van de uitzending om twee uur, is er dus niet. Maar het zien van het bord Sanremo maakt de verslaggever alert, de neusflappen gaan plots wijder open om vanuit het opengedraaide autoraam de geur van de Middellandse Zee te ruiken. Het parkeren van de auto naast palmbomen, de goudgele kleur van enkele statige herenhuizen tussen de Via Roma en Lungomare (de weg langs de kust), ja zelfs het zien van die belachelijke fontein (stelt niets voor) vervult ons telkens weer met blijdschap en liefde voor het vak. Toen André Piens, onze technicus, voor het eerst meeging in 2008, had hij tranen in de ogen. ‘Ik ben in Milaan-Sanremo,’ stamelde hij zachtjes, met de nadruk op ben. Er zijn is speciaal. En dat gevoel ervaren we toch minder bij andere wedstrijden. Eerlijk is eerlijk.

Na de wedstrijd rijd je dan weg uit Sanremo, weg uit dat stadje waar Dalida in 1967 Ciao Amore, ciao zong. De steile heuvel op, klimmend naar het ruige hinterland. Draaien en keren op weg naar de oprit van de autoweg. Links naar Monaco en Nice, rechts naar Ventimiglia en Italië. En dan nog één keer achterom kijken, na de ogenschijnlijk vlakke en rustige mare. Het mijmeren begint dan al aan wat net is geweest, de hunkering naar de volgende editie. Ook al heb je dan nog een autorit van 1300 kilometer naar huis voor de boeg. Dat is Milaan Sanremo.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.