Eerst het materiaal, dan het ‘manneke’!

De sportatleet in VRT-weerman Bram Verbruggen

woensdag 27/11

Bij Defensie is Bram Verbruggen actief als protocolofficier en staat hij in voor de organisatie ceremonies en staatsbezoeken, maar het brede publiek kent hem vooral van radio en televisie. Op weekdagen is hij ’s ochtends voor het weerbericht te horen op radiozender MNM en een keer per week lost hij Frank Deboosere en Sabine Hagedoren af op de VRT. Maar Verbruggen mag ook graag sporten.

Bram Verbruggen: “Ik heb eigenlijk het beste profiel om te lopen, maar ik loop niet bijzonder graag. Na vijf jaar militaire school was ik er wat op uitgekeken geraakt. Ik heb volgens mij aanleg voor veel sporten, maar ik kan er geen enkele echt super goed. In een of andere sport uitblinken of als eerste aankomen is niet voor mij weggelegd.”

Welke sporten genieten je voorkeur?

“Ooit heb ik eens aan een duathlon deelgenomen, de IJzeren Man in IJzer, bij Tervuren. Dat was mijn ding eigenlijk: helemaal off-road. Vijf kilometer lopen, twintig kilometer mountainbiken en weer tien kilometer lopen, dat ging mij wel af. Lacrosse heb ik ook een tijdje gedaan. Dat is een soort van hockey met een net en een bal. Maar na twee jaar ben ik ermee gestopt. Ik was de sportiefste van de ploeg en het tempo lag zo hoog, dat er veel niet meekonden waardoor ik het niet leuk meer vond. Van kinds af heb ik altijd gebasket. Bart Schols was gedurende twee, drie jaar mijn basketcoach. Tot mijn achttiende heb ik dat gedaan. Daarna ben ik naar de militaire school gegaan. Daar kregen we vijf à zes uur sport per week. Vooral de uithoudingssporten spraken mij altijd aan.”

“In april heb ik voor het eerst een marathon gelopen in de Zwalmstreek. Het is er heel heuvelachtig, maar het was een rustige marathon met weinig deelnemers, wat het aangenamer lopen maakt. De organisatie stond ook toe dat er na vijf kilometer iemand met je mee fietste. Ik had wat geëxperimenteerd met gels en sportdrank en sommige verdroeg ik niet zo goed, dus ik kon mijn eigen eten en drinken meenemen. Mijn vrouw heeft de hele tijd naast mij gefietst. De laatste twee kilometer ging het bergaf en ben ik wel heel misselijk geworden. Desondanks ben ik dertiende geëindigd en daar ik was heel tevreden mee. Maarten Vangramberen had mij vooraf nog tips gegeven. Maar ik heb mij wel wat geforceerd, denk ik, want ik kreeg daarna te veel last van mijn gewrichten. Gedurende twee maanden moest ik door een kinesist worden behandeld. Net in die periode werd ook de duizend kilometer voor Kom Op Tegen Kanker gereden. Tijdens mijn rit van 250 kilometer had ik al na twintig kilometer met kniepijn te kampen. En dat is blijven aanslepen tot het einde.”

Een van onze vrouwen borduurde een slogan op de mouw van onze clubtruitjes: 'Voor vijf uur thuis!'

Hoelang heb je je op die marathon voorbereid?

“Een paar maanden. Mijn basisconditie is eigenlijk altijd al goed geweest. Ik ben eind december, begin januari beginnen te trainen om in april te lopen. Ik heb een trainingsschema opgezocht dat ik wat heb proberen te volgen en dat bleek te volstaan. Het begon met drie keer zeven kilometer per week, maar dat werd vrij snel opgebouwd. Naar het einde toe moest ik een keer 27 kilometer lopen en dat was het.”

 

Sinds wanneer ben je intensief beginnen te fietsen?

“Sinds een jaar of acht geleden. Ik ben aangesloten bij Forza Squadra, een liefhebbersploeg in Heultje. Twee jaar geleden hebben we van een van de vrouwen een slogan op de mouw van onze truitjes gekregen. ‘Voor vijf uur thuis’, stond erop. We hebben ooit eens een rit gereden waarbij we om negen uur ’s ochtends vertrokken en om vijf uur nog niet terug waren. Verkeerd gereden, een heel gedoe (lacht). Maar het voordeel van fietsen in deze streek (rond Aarschot, nvdr.) is dat je op verschillende parcoursen kan rijden: het is heuvelachtig in het zuiden en vlak in het noorden.”

 

Hoe vaak ga je fietsen?

“Elke dag rijd ik heen en weer naar het werk in het centrum van Brussel met een speedpedelec. Dat is bijna vijftig kilometer enkel. Sinds ik dat doe, fiets ik daarnaast nog maximaal een keer per week. De wielerploeg waarbij ik aangesloten ben, rijdt nochtans drie keer per week. Maar na drie uur op de fiets van en naar het werk, heb ik tijdens de week meestal geen zin meer om ’s avonds nóg eens drie uur op de fiets te zitten. Soms ga ik in m’n eentje mountainbiken. Vooral in de winter. Ik probeer altijd wel iets te doen. Van de zomer ben ik in Frankrijk de Ventoux op en af gefietst. Ik doe geregeld fietsvakanties en dan is het de kunst om de combinatie te vinden van gezelligheid en fietsen. In maart bijvoorbeeld ga ik een week naar Mojacar om te fietsen. Ik heb dat al een keer gedaan en ik vond dat mijn basisniveau daardoor een stap vooruitging. Dat wordt straks mijn voorbereidingsweek op de duizend kilometer voor Kom Op Tegen Kanker. Dan ga ik vier dagen na elkaar 250 kilometer fietsen.”

 

Doordat je ook voor Defensie werkt, kwam je ooit in Afghanistan terecht. Heb je daar gesport?

“In het kamp werden crossen georganiseerd en die van de Belgen heb ik uitzonderlijk kunnen meedoen. Mijn shift liep van middernacht tot ’s middags, maar het probleem was dat de meeste crossen ’s ochtends werden gelopen omdat het in de namiddag meestal te warm was. Maar bij wijze van uitzondering heb ik wel een keer kunnen meedoen: in het donker rond Kerstmis tussen de hangars. Ik deed daar ook geregeld aan spinning en fitness met een heel goede sportmonitor. Twee kilo spieren heb ik er zo bij gekweekt, maar omdat ik daarna op vakantie ben vertrokken naar India was ik ze ook snel weer kwijt (lacht). Ik vind de ‘après’ minstens even belangrijk als het fietsen zelf. Ik hou ook wel van wat uitdagingen. De marathon was er zo een. Dat was echt wel een bucketlist-ding. Ik ben niet gemotiveerd om daarin mijn tijd te verbeteren. Ik kijk nu vooral uit naar de duizend kilometer van Kom Op Tegen Kanker en daarna zien we wel weer.”

 

Je bent niet van de kleinste. Vind je gemakkelijk fietsframes in jouw maat?

“Dat lukt wel, maar het is altijd de grootste maat. Ik rijd nu op een Willier, een Italiaans merk, dus dat is sowieso aan de kleine kant. Daarom heb ik de XXL.”

 

Ben je een materiaalfreak?

“Ik rijd graag met materiaal dat in orde is, maar mijn mountainbike bijvoorbeeld heb ik al zes of zeven jaar, wat in fietstermen lang is. Ik maak mijn speedpedelec twee keer per week schoon, de ketting smeer ik bijna dagelijks en de bandenspanning controleer ik ook altijd. Met de compressor wat lucht erover om de ketting te drogen, een likje olie erop: dat is in twee minuten klaar. Je leert dat ook in het leger: eerst het materiaal en dan het ‘manneke’. Ik ga bijvoorbeeld nooit douchen als mijn fiets nog vuil is. Het is eerst fiets schoonmaken en dan pas mijzelf.”

 

Tot slot: hoe bracht Bart Schols het er eigenlijk van af als baskettrainer?

“Het was tof om hem als coach te hebben. Hij is toen een challenge aangegaan met ons: we moesten gezamenlijk een aantal keren pompen en als we dat aantal haalden, dan zou hij in zijn eentje honderd push-ups doen. En dat heeft hij effectief gedaan.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.