Eigen goal eerst!

Het bizarre verhaal over 'De Match met Zoveel Mogelijk Owngoals’

maandag 02/07

Wat kan een bondscoach zo ver drijven, dat hij schuimbekt: ‘Wie dit reglement verzonnen heeft, is rijp voor het gekkenhuis. In het voetbal is het toch de bedoeling dat je tégen de tegenstander scoort en niet vóór hem?’ Een voetbalbreinbreker voor gevorderden.

 

Er zijn zo van die verhalen waarbij je maar beter vooraf elke twijfel kunt wegnemen. Dus nee, het gaat zo meteen niet om een obscure wedstrijd in een nog marginaler land in een al helemaal schimmige competitie in een heel ver verleden. Het heeft ook helemaal niets te maken met matchfixing of andere fraude, en het is geen van-horen-zeggen-story of sportvisserslatijn. Er bestaan namelijk tv-beelden van die het bewijzen.

Verder kloppen zowel de bizarre rekeningen als de achterliggende redeneringen als de bekende bus. Vraag maar aan überspecialist wiskunde en wetenschap Jean Paul Van Bendegem die het ook niet kon geloven, maar moest vaststellen dat zelfs zijn kleinste kammetje er niet één logicaluis kon uitpeuteren.

Voilà, en nu graag uw aandacht voor Barbados-Grenada anno 1994, alias ‘De Match met Zoveel Mogelijk Owngoals’.

In deze wedstrijd in de voorronde van de Caribbean Cup – het EK van de Caribische Voetbal Unie (CFU), zeg maar – zijn Barbados en Grenada ingedeeld in een groep met Puerto Rico. De drie landen spelen niet thuis en uit tegen elkaar, zoals gebruikelijk, maar slechts één keer en in de vorm van een mini-toernooi. De eerste maar niet de enige organisatorische kronkel met onvoorziene gevolgen.

Puerto Rico heeft zijn twee wedstrijden al gespeeld en staat op de tweede plaats met 3 punten. Grenada heeft na één wedstrijd ook 3 punten, maar een beter doelsaldo dan Puerto Rico: +2 tegenover -1. Barbados staat laatste met 0 punten en een doelsaldo van -1.

Er is, kronkel nummer twee, gekozen voor een aparte toepassing van de golden goal. Het eerste doelpunt in de verlengingen is niet alleen goed voor de overwinning in de wedstrijd, het telt ook dubbel voor het doelsaldo. De laatste wedstrijd is beslissend voor het enige ticket voor het eindtornooi: Barbados-Grenada, op 27 januari 1994.  

Barbados komt daarin met 2-0 voor, waardoor het op dat moment evenveel punten heeft als Grenada: allebei 3. Barbados is virtueel groepswinnaar, met een beter doelsaldo dan Grenada: -1 vóór de wedstrijd plus de twee gescoorde goals is gelijk aan +1. Grenada is aan de wedstrijd begonnen met een doelsaldo van +2 maar staat op dit moment dus, minus de twee geïncasseerde treffers, op 0.

In de 83ste minuut scoort Grenada tegen. Tussenstand: 2-1. Beide landen hebben nog steeds 3 punten, maar dankzij het doelsaldo is Grenada nu virtueel groepswinnaar: 0 plus het gescoorde doelpunt is gelijk aan +1. Barbados is door de tegentreffer teruggevallen van +1 min één is gelijk aan 0.

Met andere woorden: Barbados moét zeker nog één keer scoren om groepswinnaar te worden. Het zet alles op de aanval, maar in de 87ste minuut staat het nog steeds 2-1. Grenada is bijgevolg nog steeds geplaatst voor het hoofdtoernooi. En dan krijgt een wiskundeknobbel bij Barbados een lumineus idee.

‘Sommige jongens wilden me naar de keel vliegen toen ik met de bal aan de voet richting onze eigen doelman spurtte’

Zelf met 2-1 winnen volstaat niet om groepswinnaar te worden. Maar stel dat de Barbadanen nu eens niet wonnen, maar gelijkspeelden? Stel, met andere woorden, dat ze Grenada laten tegenscoren? Dat zou de deur naar de kwalificatie méér openzetten dan zelf scoren. Er moet namelijk – bizarre reglementskronkel nummer drie – een winnaar zijn na elke wedstrijd.

Een 2-2 gelijkspel na 90 minuten betekent bijgevolg niet 1 punt voor elk team maar verlengingen. En dus geen paar minuten resterende reguliere speeltijd om de golden goal te maken die dubbel telt voor het doelsaldo, meer maar twee keer een kwartier extra-tijd. En wat is de snelste en makkelijkste manier om die 2-2 op het scorebord te krijgen? Precies, een owngoal maken.

Barbados-verdediger Sealy en zijn doelman Stoute spelen de bal eerst een beetje over en weer en laten hem vervolgens over de eigen doellijn rollen. Hupsakee, 2-2.

Hoe liggen de kaarten nu voor Grenada, vlak voor het eindsignaal? Alsnog het winnende doelpunt maken betekent de kwalificatie, verliezen met één goal verschil echter óók. En wat is dan het makkelijkst? Inderdaad, óók in eigen doel scoren. Alleen, dan moet het hele elftal weten dat dit de strategie is, natuurlijk. En daar knelt het schoentje.

‘Geen idee hoe het allemaal kwam,’ blikt Grenada-aanvoerder Cheney Joseph er in 2014 op terug in The Guardian, ‘maar we hoorden pas bij onze aankomst op het toernooi hoe het reglement in elkaar zat. Nu, we trokken ons daar verder niet veel van aan, want geen haar op ons hoofd dat eraan dacht dat het ooit zo ver zou komen. Zeg nu zelf, wel heel onwaarschijnlijk, toch?’ En dus hadden Joseph en bondscoach James Clarkson wel overlegd wat ze dan zouden doen, maar het leek hen niet de moeite waard de andere spelers op de hoogte te brengen. ‘Complete chaos en verwarring,’ lacht Joseph. ‘Sommige jongens wilden me naar de keel vliegen toen ik een open kans kreeg, maar met de bal aan de voet richting onze eigen doelman spurtte.’

‘Mijn jongens wisten niet meer in welke richting ze nu eigenlijk moesten aanvallen’

Het leidt tot een van de merkwaardigste patstellingen ooit in het voetbal. Aan de ene kant staat een team, Grenada, dat probeert een owngoal te maken. En aan de andere kant een elftal, Barbados, dat moet voorkomen dat de tegenstander de bal in eigen doel trapt. De Barbadanen mogen daarbovenop ook zelf niet meer scoren. Want dan zou het wel winnen met 3-2, maar nog steeds uitgeschakeld zijn op doelsaldo. En om het nog ingewikkelder te maken: Barbados mag uiteraard ook niet verliezen, want dan ligt het er ook uit. Het moet er dus voor zorgen dat de bal er in de reguliere speeltijd aan geen van beíde kanten ingaat.

Het merkwaardige schouwspel sleept zich naar de 90ste minuut, het blijft 2-2 en verlengingen. En daarin wordt Barbados beloond voor zijn onsportieve inventiviteit: het scoort de golden goal. 3-2 op het scorebord, maar 4-2 voor de eindafrekening op doelsaldo, met het dubbel tellende doelpunt.

Voor alle duidelijkheid toch maar even de eindstand stap voor stap reconstrueren. Barbados en Grenada finishen elk met 3 punten. Barbados begon aan de wedstrijd met een doelsaldo van -1. Het heeft er tegen Grenada twee geïncasseerd: -1 min twee is gelijk aan -3. Maar het heeft er ook vier gemaakt: -3 plus vier is gelijk aan +1. En dat is beter dan Grenada, dat met een doelsaldo van +2 aan de aftrap is gekomen. Het heeft twee keer gescoord, wat betekent: +2 plus twee is gelijk aan +4. Maar het heeft er ook vier binnengekregen: +4 min vier is gelijk aan een totaal doelsaldo van 0. Minder goed dan de +1 van Barbados, dus.

‘We voelen ons bedrogen,’ schuimbekt Grenada’s bondscoach Clarkson op de persconferentie. ‘Wie dit reglement verzonnen heeft, is rijp voor het gekkenhuis. Het kan toch niet dat een wedstrijd gespeeld wordt met zoveel spelers die volkomen in de war zijn. Mijn jongens wisten niet meer in welke richting ze nu eigenlijk moesten aanvallen: naar de goal van Barbados of naar ons eigen doel. Zoiets heb ik nog nooit gezien. In het voetbal is het toch de bedoeling dat je tegen de tegenstander scoort en niet vóór hem?’

Op het hoofdtoernooi overleeft Barbados de groepsfase niet. Grenada-aanvoerder Cheney Joseph wordt na zijn actieve carrière bondsvoorzitter en vice-voorzitter van de Caraïbische Voetbalunie (CFU). Maar die ene match… ‘De meest bizarre die ik ooit heb gespeeld, en ik denk niet dat ik er in heel mijn leven ooit nog zo eentje zal zien.’

Wellicht niet. Of beter, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. En dus…

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.