“Fietsen is de tegenpool die ik nodig heb”

De coureur in 'Foute Vriend' en cabaretier Begijn Le Bleu

vrijdag 14/04

“In Amsterdam heb ik met Theater Terra eens een familievoorstelling opgevoerd waarbij we moesten dansen”, zegt Begijn Le Bleu. “Toen voelde ik voor het eerst: ik heb een lijf! Want wij comedians bewegen op het podium nauwelijks. Diezelfde ervaring had ik bij het fietsen. Door met de fiets te rijden, word je je er bewuster van dat je een lijf hebt. Je merkt bijvoorbeeld dat je honger krijgt terwijl je fietst. Als je niet eet, ga je niet vooruit. Vroeger stond je daar niet bij stil, maar als je fietst, begin je je af te vragen: wat eet ik eigenlijk? Wat geeft er langer energie en wat sneller? Waardoor je tot de conclusie komt dat je lijf een fabriek is die in ere moet worden gehouden. Ik heb altijd twee bananen, druivensuiker en peperkoek op zak als ik fiets. En voor een dagtocht in de zomer neem ik gewoon boterhammen mee. En meestal ook een verrekijker, want ik ben een volgelspotter. Rij ik langs de oude Durme, dan stop ik om naar de vogels te kijken en ze te tekenen. Dat is dan de nerd in mij (lacht).”

©Myriam Alioua

Le Bleu begon vijftien jaar geleden te koersen met een stalen fiets, een Tommasini retro. “Ik geloofde er eerst niet echt in dat ik veel zou rijden, tot ik op een gegeven moment voelde dat het toch wat serieuzer werd. Toen heb ik een Specialized gekocht. Ik dacht eerst: al dat nieuwe materiaal, dat doet er eigenlijk niet toe. No way! Goed materiaal maakt écht een verschil. Het materiaal leidt er tegenwoordig toe dat je gewoon minder valt. Dat verschil is gigantisch.”

"Door te fietsen kom je tot de conclusie dat je lijf een fabriek is die in ere moet worden gehouden"

Alleen technische sufjes zijn niet zo aan hem besteed. “Als ik in een fietswinkel kom – ik ga bij Rudy, een lokale handelaar omdat ik dat charmant én heel goed vind – dan moet ik altijd lachen met al die gadgets. Dat is er over. Ik installeer bijvoorbeeld heel bewust geen computertje op mijn fiets. Want van het moment dat je dat hebt, begin je daar naar te rijden. En ik wil mijzelf altijd voorbij steken, ik zit dan veel te hard te trappen omdat ik heel competitief word.”

Op tournee

In zijn ‘mancave’ zoals hij het bijgebouw in zijn tuin grijnzend noemt, kan je er niet naast kijken dat Begijn Le Bleu een liefde voor fietsen heeft. Er staan een mountainbike, een koersfiets, rollen en er hangen wielerrelikwieën en posters van de wielercafés die hij organiseert. Met zijn wielercafés – gezellige volkse avonden waarop hij renners interviewt en het publiek geëntertaind wordt – trekt hij overigens op tournee. “Er staan er een stuk of twintig geprogrammeerd met een poule van een aantal renners. Voor mij is dat ook optreden in een andere functie: ik sta niet op het podium als comedian, maar als gastheer. Dus ik moet een zekere sérieux behouden.”

In zijn voorstellingen als stand-upcomedian gaat het doorgaans niet over de koers, maar zijn fietsen staan wel op podium. “Omdat ik ze dan kan aftrekken van de belastingen. Dat is ook de enige reden waarom die daar verwachtingsvol staan”, lacht hij. “Mijn fietsen gaan dus mee naar mijn optredens en als ik tijd over heb, rij ik ter plaatse een rondje. De bloesemroute in Herk de Stad, Geraardsbergen, Anzegem, Nederlands Brabant, … Ik heb voor een optreden meestal een uur of twee de tijd voor een tochtje en dat is fantastisch. Zo pik ik ook weer wel wat bezienswaardigheden mee. Ik heb dat fietsen nodig - mijn hoofd moet vrij zijn. Soms speel ik ‘agressief’ - vertelde ik aan Wim Helsen - en dat komt dan door vermoeidheid of door in de file gestaan te hebben. Maar vooraf even kunnen fietsen, haalt dat weg. Op een podium is er de spanning, moet je je publiek bedienen en geconcentreerd zijn. Fietsen in de natuur is daar de tegenpool van en dat heb ik nodig.”

"Ik heb voor een optreden meestal een uur of twee de tijd voor een fietstochtje en dat is fantastisch"

‘Steady state of mind’

In zijn hoofd, zegt Le Bleu, schemert de Greg Van Avermaet Classic. Een rit van 160 kilometer waaraan hij wel eens wil deelnemen. “Ik heb vorig jaar in de winter getraind voor een andere wedstrijd, de Pajotse 400, maar ik heb ze niet kunnen afmaken omdat ik een hernia kreeg: ik was als training drie, vier keer de Bosberg op gereden, maar de dag erna was het gedaan met koersen. Ik dacht: ‘gij domme kloot’(lacht)! Ik heb al trainingsprogramma’s gekregen en proberen te volgen, maar Moreno De Pauw, die ik een beetje ken, zei tegen mij: ‘je moet gewoon fietsen, fietsen, fietsen. Op je eigen manier. Je moet dat wat leren aanvoelen.’ Een trainingsschema voelt soms wat geforceerd aan en binnen mijn dagelijkse routine forceer ik mijzelf liever niet. Vroeger reed ik meer, maar ik slaag daar nu niet in. Voorstellingen spelen, kost veel energie en je hebt dan nog het nachtleven dat er bij komt.”

Le Bleu is behalve van de Pajotse 400 ook peter van voormalig wielrenner Tom Steels’ project ‘Bijs’, een huis voor jongeren met een beperking. “Onlangs sprak ik met Tom over de koers en toen realiseerde ik mij dat ik er eigenlijk geen verstand van heb (lacht). Tom zegt: ‘vroeger waren wij coureurs, nu zijn dat echt topsporters.’ Ook Yves Lampaert vind ik fantastisch als mens. Als je op de ploegpresentatie op het podium tegen de reporter zegt of hij de prijs van de groenten wil weten, dan steel je wel een beetje mijn hart. Hij kan het allemaal wat relativeren, maar ik hoop echt dat hij doorbreekt, want hij kan iets.”

Met de ‘Mira-ridders’, een groep vrienden, probeert Le Bleu af en toe gezamenlijk te fietsen. “Vorig jaar wilden we de Eddy Merckx-route rijden. Ik kwam om 2 uur ’s nachts van een optreden in Aalsmeer en dan met je hart nog in overdrive de Paterberg en de Hotond op willen, dat gaat gewoon niet. Ik moet keuzes maken.”

Dus fietst hij doorgaans alleen en op woensdagvoormiddag. Meestal 40 à 50 kilometer. “Dat typische Wase landschap van de Oude Durme, met die populieren, knotwilgen, dijkjes, bolakkers, … dat is schitterend. Ik heb dat ook met Zuidoost-Vlaanderen. We hebben hier in de buurt heel veel dijken in Hamme en Waasmunster, dat is een rondje dat ik in acht probeer te houden. Of je rijdt met vrienden en dan merk je ineens dat je 100 kilometer aankan. Daarin zit de kick voor mij. Soms vertrek ik tegen mijn zin, maar eens je op de fiets zit, denk je: dit is zalig. Je geraakt in een soort ‘steady state’ en ik kom altijd met een goed humeur terug.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.