Fietsen kopen!

vrijdag 08/01

Fietsen en ik, dat wordt nooit iets. Het trauma is begonnen met mijn eerste fiets. Die kwam er veel te laat. Als stadskind leerde ik pas fietsen toen ik twaalf was, toen we verhuisden naar ‘den buiten’. Ik heb overigens nooit zonder handen leren fietsen. Ik kan het nog steeds niet (goed).

Ik kreeg ‘voor mijn communie’ een bleekblauwe jongensfiets van het merk Arango. Ik zal het nooit vergeten. Doopsuikerblauw. Een gedrocht. Ik ben er ook nog steeds van overtuigd dat er een vrouwenzadel op zat, iets lichtbruin, dat al gauw begon te vervellen. En bovendien waren het ‘sturmey-archer-stuurvitessen’. Absoluut niet cool! Mijn broer had ‘vitessen op de buis’. Dat zag er een stuk stoerder uit. Het Arango-trauma heeft mij mijn hele jeugd achtervolgd. En een ongezonde fixatie voor zadels opgeleverd.

De fiets en ik, het is altijd meer haat dan liefde geweest. Mijn eerste jaar aan de unief in Gent deed ik alles te voet, gewoon omdat ik geen fiets wou. Ik kwam bijgevolg in quasi elk college te laat. Pas halverwege het jaar heb ik na een zoveelste dwaasdronken kaartavond een losstaande, waarschijnlijk al gepikte, fiets tot de mijne gemaakt. Zwaar materiaal, geen versnellingen en met een torpedorem, zodat ik meer dan eens op de bek ging. Maar wel met een echt mooi, oud Brookszadel. Vier jaar heb ik met een kersenroodgeverfd monster door de Gentse binnenstad gepeddeld. Nog steeds niet erg stuurvast. Als ik naar links kijk, rijd ik ook meteen links. Een gevaar voor de omgeving. 

De jaren gaan voorbij, de midlifecrisis slaat toe. Een koersfiets zou er komen, want al mijn vrienden hadden dat ook. Ik had beter moeten weten

De jaren gaan voorbij, de midlifecrisis slaat toe. Een koersfiets zou er komen, want al mijn vrienden hadden dat ook. Ik had beter moeten weten. Een fortuin uitgegeven aan de fiets en de noodzakelijke attributen. Zeker tien soorten clickpedalen uitgeprobeerd. Uitgedrukt in prijs per kilometer is dit zonder twijfel het duurste voertuig geweest dat ooit in mijn garage heeft gestaan. Uiteraard waande ik me Merckx. Met wind mee, heerlijk wegpeddelen, de lange ontsnapping. Wat een snelheid ontwikkelde ik. In mijn hoofd. En alleen daar… Stiekem hopen dat er een volgwagen naast me zou komen rijden, die mijn talent erkende. Nooit gebeurd. 

Wat wel gebeurde: wielertoeristen die me aanspoorden om dichter in hun wiel te volgen, wat ik niet kon, wegens niet stuurvast. Vrienden die meewarig meegluurden op de teller en informeerden of het mijn dagtotaal was. Het ging over mijn jaartotaal. Valpartijen, van die pijnlijke, met schaafwonden en kapotte truitjes. Niet in het peloton, maar alleen, omdat ik iets niet kon ontwijken, een kind of een auto of een boom. En uiteraard ontelbaar veel platte ‘tubes’. Het is mijn sport niet!

En toch.. vorig jaar was het weer zover. Ik moest en zou een echt goede fiets hebben. De betere speciaalzaak heeft die. Fantastische machines. Vederlicht, met snufjes die je niet voor mogelijk houdt. Er zijn overigens geen ‘buisvitessen’ meer. Het zijn peddels, lepels, knopjes, weet ik veel. Ik heb de aanvechting bedwongen om andermaal te overdrijven. Verstand komt met de jaren.

Een statige herenfiets is het geworden. Met een breed stuur. Veel chroom. Stuurversnellingen, maar discrete, en ze werken. En een Brookszadel, om me jong te voelen in de nostalgie. Voorlopig opnieuw het voertuig met de duurste prijs/kilometerindex. Maar ik ben er wel trots op!

 

 

 

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.