Film over de wielerwaarden die er niet waren

The Program, een biopic over de dopingpraktijk van Lance Armstrong

donderdag 26/11
Lance Armstrong doping

In de Hollywoodfilm The Program, die momenteel in de Belgische bioscopen draait, komt het dopingleven van Lance Armstrong aan bod. Ben Foster (Alpha Dog, Bang Bang you’re dead) speelt Armstrong bangelijk goed, tot en met de ingevallen kaken en licht vooruitgestoken onderkant van de mond. Fietsen kan hij totaal niet, de lage snelheden storen – zelfs de monteur heeft dat niet kunnen verhelpen - maar gelukkig bieden echte wedstrijdbeelden uit den tijd hier en daar een oplossing. Is The Program een goede weerspiegeling van de feiten of niet? De meningen zijn verdeeld.

Lance Armstrong The program©Isosport

Zonder voorkennis ga je beter niet naar de bioscoop. De film zal ongeloofwaardig overkomen, omdat je met een hoog tempo van het ene dopingfeit naar het andere wordt geslingerd. Maar iedereen die ook maar een klein beetje geïnteresseerd is in deze materie -en zeker diegene die de boeken van ploegmaats Tyler Hamilton en Floyd Landis heeft  gelezen-  krijgt een goed beeld van de normen en waarden in die periode. Er waren er namelijk geen.

Spuiten en slikken hoorden bij de job. Injectienaalden werden in zolen van de sportschoenen verborgen. De chauffeur van de ploegbus (perfect nagebouwd) simuleerde pech en zette het ding aan de kant van de weg, zodat de renners rustig konden handelen. Doorheen de geblindeerde ruiten werd de buitenwereld letterlijk uitgelachen, terwijl binnen de bar geopend werd verklaard. Soms enkele meters achter de Tourstreep. Hallucinant. 

Het woord ‘ambitie’ hoeft heus niet vies te zijn, maar Armstrong, en bij uitbreiding deze film, tonen wel een persvers kantje

En ja, de geschiedenis heeft ons intussen geleerd dat iedereen het deed. En ja, Lance Armstrong was als triatleet en ultrajonge wereldkampioen al een rastalent. Maar de vaststelling dat zelfs kanker hem er niet van kon weerhouden om zijn lichaam nadien jarenlang vol te pompen met het spul, laat ons toch met een wrang gevoel achter. En we hopen de (jonge) kijkers ook. Het woord ‘ambitie’ hoeft heus niet vies te zijn, maar Armstrong, en bij uitbreiding deze film, tonen wel een persvers kantje. Net zoals de Texaan zijn leugens voor de spiegel luidop instudeert om die voor een commissie als een volleerd acteur te herhalen. 

 

We zijn het eens met collega Hans Vandeweghe in zijn stelling dat de Ierse journalist David Walsh, op wiens boek Seven Deadly Sins het filmscript is gebaseerd, wel op een erg hoog voetstuk wordt geplaatst. Walsh als de grote kruisvaarder en bijna een goedheilig man, terwijl de naam van de Franse journalist Pierre Ballester (co-auteur van het belangrijke boek L.A. Confidentiel) niet eens valt. Maar dat is volgens ons niet de kern van de zaak. Evenmin dat dokter Michele Ferrari beter Engels spreekt dan in werkelijkheid. Of dat een zoutoplossing razendsnel wordt ingebracht door keihard op het plastic zakje te slaan en te pompen. Dat laatste kan inderdaad niet en moet je op conto van Hollywood schrijven. Maar het opent wel nog eens de ogen hoe men dopingcontroleurs in enkele minuten tijd kon belazeren. Hetgeen de boys wel vaker deden…

"Wij, de (wieler)journalisten, draaien in zekere zin mee in een circus waarin vele waarheden verborgen blijven"

Persoonlijk hield deze film ook een spiegel voor, voor velen van ons (wieler)journalisten. Namelijk dat we in zekere zin meedraaien in een circus waarin vele waarheden verborgen blijven. En waarin de acteurs de verslaggevers n’importe quoi  wijsma(a)k(t)en, vaak met een glimlach er gratis bovenop. Eén keer heb ik Johan Bruyneel deze vraag gesteld, bij de Parijse Tourvoorstelling van een comebackjaar van The Boss, eind jaren 2000: ‘Je hebt als renner hoogtij gekend bij ONCE, waar het gebruik van EPO onder ploegleider Manolo Saiz als het ware is uitgevonden. Waarom zouden we dan moeten geloven dat nu (met Bruyneel als ploegleider) alles clean is?’ Het letterlijke antwoord herinner ik me niet meer exact, maar het kwam erop neer dat de Festina-affaire toch voor een breuklijn had gezorgd en dat alles beter was geworden, enzovoort … Daar sta je dan. Welke kant kan je op zonder harde bewijzen? “Ga er dan achteraan!”, hoor ik je terecht denken.

 

Dan kom ik bij het volgende punt, namelijk de waan van de dag. Altijd maar meedraaien in redactiediensten, van hot naar her crossen, zelden of nooit de tijd krijgen om even achteruit te leunen of de dingen te overschouwen. Laat staan om aan een of andere vorm van onderzoeksjournalistiek te beginnen.

Zoals bij de Franse sportkrant L’Equipe wel is gebeurd, in 2005 bijvoorbeeld, toen een journalist na maandenlang speurwerk aan positieve stalen uit 1999 was geraakt en die aan Armstrong kon linken. Het deed me, tijdens de filmvoorstelling, ook denken aan de woorden van een collega van Het Nieuwsblad: ‘Onze toenmalige hoofdredacteur Peter Vandermeersch deed ons van hot naar her lopen om toch maar geen quote te missen. Achter alles en iedereen nalopen, bij elke koers, nooit tijd om even afstand te nemen. Maar hij was er wel als de kippen bij om ons, de wielerverslaggevers te veroordelen bij het uitbreken van de zaak Armstrong.’ Zo’n context dus. 

Armstrong dopeerde zich net als Ullrich, het peloton Spanjaarden en alle anderen

Met of zonder The Program, ik kan en wil de frustratie van L.A. begrijpen. Hij dopeerde zich net als Ullrich, het peloton Spanjaarden en alle anderen. Zijn zeven Tourzeges werden geschrapt, die van Bjarne Riis godbetert, pronkt wel nog op de officiële lijsten. Riis, destijds debutant bij Roland-Van de Ven, kon bij manier van spreken de brug over de autoweg in Geel niet over, maar won later wel de Tour … Je lacht je een breuk. Dus ja, waarom ik wel op de pijnbank en de anderen niet? Dat begrijpen we. Maar ook daar laat The Program mooi zien dat uiteindelijk het karakter en het narcisme Armstrong de das omdoen. Bij z’n comeback in 2009 smeekt buddy Landis om emplooi. Met dat Jan Raasachtige monkellachje gooit Armstrong de hoorn op de haak. Landis besluit wraak te nemen. De rest is geschiedenis. One bridge too far, Lance… My, myself and I…

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.