Frederik Sioen rijdt de Cannibale

De zanger en fietsfanaat bereidde zich in Zuid-Korea voor op de beklimming van de Mont Ventoux.

vrijdag 08/06

Sinds begin februari zat Frederik Sioen – als zanger bekend onder de naam Sioen – naar aanleiding van de Olympische Winterspelen in Seoul. Daarna bleef hij er nog wat langer om met groot succes lessen Koreaans te volgen.

Met een paar duizend anderen fietst hij op 23 juni met Sporta in Frankrijk de Cannibale, goed voor 173 kilometer, zes cols -waaronder twee keer de Mont Ventoux- en 4.529 hoogtemeters.

‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij aanvankelijk niet zo aangetrokken voelde tot de Ventoux omdat hij zo vaak gehypet wordt’, zegt Sioen. ‘Er zijn al veel Vlamingen die erop gereden hebben en natuurlijk komen ze allemaal met legendarische verhalen terug. Soms lijkt het een beetje zoals een heel populaire film: dat is ook niet noodzakelijk de eerste die je gaat bekijken. Maar ik heb drie nonkels die heel veel fietsen en tijdens de Nieuwjaarsdrink met de familie zochten we nog een uitdaging om samen met twee neven aan te gaan. Dus dat was een mooie gelegenheid om naar de Ventoux te trekken. En wie er al aan heeft meegedaan, is er lovend over.’

Je bent een ervaren klimmer.

‘Ja, ik ben al een paar keer de Stelvio op gereden en een paar omliggende bergen, zoals de Gavia, de Mortirolo, maar ook de Galibier, Col de la Bonnette, Croix de Fer, … In de Vogezen heb ik Les Trois Ballons en La Planche des Belles Filles beklommen. Dan merk je dat het niet altijd grote beklimmingen moeten zijn om zwaar aan te voelen. De laatste ben ik op gekropen als een bejaarde schildpad (lacht). De Cannibale is twee keer de Ventoux en die beklimmingen ertussen hakken er wel in.’

 

Op je Strava-account is in elk geval te zien dat je flink wat kilometers hebt weggetrapt rond Seoul.

‘Ik krijg via Ridley elke keer een fiets als ik in Zuid-Korea kom. Deze keer hebben ze mij een crossfiets ter beschikking gesteld. Volgend jaar zit ik er weer vier maanden. De lente is ideaal om te fietsen. Ik heb onder andere deelgenomen aan een Gran Fondo van 108 kilometer met meer dan 2.000 hoogtemeters. Ik ben ooit eens naar de Galibier getrokken met een beperkte training en dat is mij zo slecht bevallen dat ik nu wel mijn kilometers maal. Langs de Han-rivier staat heel wat wind, dus ik heb door op het vlakke tegenwind te fietsen eigenlijk voor bergop getraind. Ik had die tip gekregen van Giro-winnaar Johan De Muynck. Ritten van meer dan 200 kilometer heb ik dit voorjaar wel nog niet heb afgelegd, dus het zal rond de Ventoux een zware dag worden. Maar ik denk dat ik gemiddeld rond de 200 kilometer per week fiets. Een kort ritje tijdens de week en dan in het weekend wat langere ritten met een clubje. Tijdens de week fiets ik op het gemak, in het weekend met een wat hoger tempo. Ik heb, denk ik, nu meer gereden dan vorig jaar.’

 

Rijd je met een schema of op gevoel?

‘Ik heb een paar keer een schema gevolgd en daar heb ik veel van geleerd, zeker in het begin van het seizoen. Als ik tijdens de winter in België ben, probeer ik mijn conditie wat te onderhouden en niet te zwaar te trainen om een fundering te leggen. Ik heb ondertussen het gevoel gekweekt om te weten hoe mijn lichaam reageert. Maar het blijft amateurisme, natuurlijk. Ik heb een neef die heel goed met de fiets rijdt, ik hoop gewoon dat ik hem kan bijhouden, want hij is een stuk jonger dan ik. Maar het is mijn beste trainingsmotivatie (lacht).’

 

Fiets je als muzikant ook de hele tijd met muziek in je oren om je te motiveren?

‘Toen het slecht weer was, ben ik een paar keer naar de gym geweest en dan probeer ik het tempo van de song die speelt vol te houden. Maar buiten op de fiets draag ik geen oortjes voor muziek. Ik heb dat ook nodig om mijn hoofd vrij te maken. Ik heb het geluk dat ik zo al veel muziek in mijn leven heb. En als je samen fietst, heb je iets om over te praten. Fietsen verbindt, dat merkte ik ook in Seoul.’

 

Zijn er veel wielertoeristenclubs in Zuid-Korea?

‘De mensen zou dan dat echt eens moeten zien. Dat is vergelijkbaar met wat er in België gebeurt. Ik denk dat die Gran Fondo waaraan ik in Zuid-Korea deelnam 1.500 vertrekkers waren. Met fietsen van Dogma, Pinarello, Specialized, … De beste materialen, ook qua kleding. En de snelheid is ook de hoogte in gegaan. Langs elke rivier of kanaal liggen super goede fietspaden. De voorzieningen zijn beter dan bij ons. Er staan langs de routes zelfs repair shops of winkeltjes. En bij elke beklimming staat aangeduid met bordjes hoeveel het stijgingspercentage bedraagt. Elk merk heeft hier ook distributiecentra. Ik denk dat het gewoon wachten is op professionals in het peloton. Vorig jaar reed er al een Japanner mee in de Ronde van Frankrijk en Caleb Ewan is hier een held, want hij heeft een Koreaanse moeder. Ik kwam een clubje tegen van de universiteit en ze kennen allemaal Philippe Gilbert, Greg Van Avermaet, Eddy Merckx, … Ze volgen de grote koersen. Er zitten heel ranke gasten bij die snel bergop fietsen. Dus ik zou zeggen: Patrick Lefevere, kom hier eens scouten (lacht).’

 

Hoe goed is de Zuid-Koreaanse keuken voor een sporter?

‘Je kan in Korea heel gezond eten. Je moet zoals overal wel wat de goede plekken kennen, maar het is een keuken met veel groenten. Ik heb met de Belgische triatloncoach Jul Clonen gesproken – hij werkt nu voor een Zuid-Koreaans team – en hij zei dat er in Korea wel wat weinig magnesium in het eten zat. Maar voor wat ik doe, is het eten perfect, natuurlijk. En het is al positief dat ik mij niet op de fast food stort (lacht). In vier maanden tijd heb ik maximaal vijf keer iets anders gegeten dan echt Koreaans.’

 

Wat eet je tijdens het koersen?

‘Als ik de Koreanen één tip zou geven, dan is het om tijdens de koers hun manier van eten aan te passen. Ze zitten nogal snel eens aan de zoetigheid, de korte suikers. Ik neem vaak een banaan mee of van die driehoekige sushi-achtige snacks die je makkelijk kan wegstoppen in je zakken. Maar zij zitten soms bovenaan een klim een ijsje te eten (grijnst). Ik eet op de fiets regelmatiger.’

 

Wat is je favoriet parcours in België?

‘In Gent kan je een beetje alle kanten uit. We proberen wel altijd in groep te blijven en dan is het belangrijk dat we tegen de wind vertrekken. In het begin van het seizoen doen we meestal vlakkere ritten om dan in maart, april aan de Vlaamse Ardennen te beginnen. Er is een route in de Zwalmstreek die ik ook veel rijd: de Land van Rode-route. Een prachtig parcours langs Ronse en Oudenaarde.’

 

Staan er behalve de Cannibale nog andere uitdagingen in je agenda?

‘We organiseren elk jaar met wielerclub Spaak & Spier een fietsvakantie, die de Berggeit heet. Met een 35-tal fietsers reizen we dit jaar naar de Dolomieten - vorig jaar was het de Col de la Bonnette. En daar moet je wel echt voor getraind zijn, net als voor de Cannibale.’

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.