Geert Noels: "Fietsen is een cadeau aan jezelf"

Topeconoom fietst jaarlijks 12.000 km

vrijdag 30/10
Geert Noels

“Het mooie aan fietsen is dat het enorm uitvlakt”, zegt Geert Noels. “20- en 60-jarigen, mannen en vrouwen, die samen sporten, er is bijna geen enkele andere sporttak waarin dat kan. Met de juiste trainingen kunnen de ouderen de jongeren zelfs tonen dat ze toch iets moeten doen aan hun conditie.”

Noels is oprichter en hoofdeconoom van vermogensbeheerder Econopolis. Zijn eerste boek, Econoshock (2008), werd bekroond met de ABN-AMRO Publieksprijs voor beste non-fictie. Hij begon met fietsen nadat hij bij het voetballen drie keer zijn neus had gebroken. “Ik vind de fairplay een groot probleem in het voetbal. Maar ook fietsers blijken zich niet allemaal als gentlemen te gedragen." 

"De uren op de fiets behoren toch tot de gelukkigste momenten van je leven, dus waarom zou je die niet delen? Waarom zie je zoveel zure fietsers?"

"Een peloton moet beseffen dat het een massa vertegenwoordigt die bedreigend kan overkomen. Ik heb al eens gesuggereerd om een soort van button op je helm te kleven om duidelijk te maken dat je op een juiste manier met elkaar wenst om te gaan. Door voorzichtig te zijn op jaagpaden bijvoorbeeld, door het respecteren van de verkeersregels, door geen onredelijke snelheid te maken op stukken waar kinderen zijn en –vooral- door goedendag te zeggen. Dat laatste vind ik nog een van de belangrijkste dingen. De uren op de fiets behoren toch tot de gelukkigste momenten van je leven, dus waarom zou je die niet delen? Waarom zie je zoveel zure fietsers? Ik denk dat men het van mekaar niet weet.”

Maar ze bestempelen als ‘wielerterroristen’ vindt hij vreselijk. “De term wordt te pas en te onpas gebruikt. Maar dat betekent dat je ook voor een antibeweging moet zorgen, zodat duidelijk wordt dat het grootste deel van de fietsers het wel op een goede manier probeert. Die moeten zich tonen en dat lijkt mij typisch iets voor Sporta, omdat het past bij het DNA van deze organisatie. De manier waarop automobilisten je bejegenen, is op tien, vijftien jaar enorm frappant. Je couperen, je gratuit uitmaken, … dat is bon ton geworden en dat hebben fietsers voor een stuk aan zichzelf te wijten. Als ik meedoe aan cyclo’s in het buitenland kom ik die attitude niet tegen. Als we de klik niet maken, zal dat onze sport benadelen.”

 

Op spijkerbanden in de sneeuw

Hij fietst soms in groep, maar meestal alleen. “Op Strava zie ik in de rankings dat het nog wel meevalt met mijn conditie. Blijkbaar behoor ik tot de beste tien procent en ben ik top in mijn leeftijdscategorie. Ik kom elk jaar aan 400 à 500 sporturen, waarvan het grootste deel fietsen, ongeveer 12.000 kilometer. Ik kan me bijna al mijn ritten herinneren. De ritten die het meeste bijblijven, zijn niet noodzakelijk de meest competitieve, maar die in de meeste helse omstandigheden. In de winter van 2013 heb ik bijvoorbeeld veel in de sneeuw getraind, tochten van zes, zeven uur op spijkerbanden. En dan met blauwe voeten thuiskomen (lacht). Dat zijn de inspanningen waaruit je de meeste kracht put. Dan krijg je het gevoel dat je door een muur kan lopen. Maar met dat weer komt in Vlaanderen niemand buiten, terwijl je er nochtans niet slechter van wordt. Dankzij winterbotjes met dikkere zolen heb ik nu ook nooit meer koude voeten. Een half uur tegen de wind rijden langs het Albertkanaal is een evenwaardige training voor het klimwerk. Voor mijn snelste Marmotte heb ik zelfs nooit in de Ardennen geoefend. In 2002 heb ik de meest heroïsche gereden: in de regen en de sneeuw, slechts tien procent van de deelnemers haalde de finish. Mijn handschoenen hebben mij toen gered.”

Zijn mooiste herinneringen bewaart hij aan de twee Cape Epics die hij in Zuid-Afrika reed. “Alle aspecten van het fietsen komen daar samen, zelfs het teamspel, omdat je als duo rijdt. Je zit volledig buiten je comfortzone, je grenzen worden uitgedaagd en verlegd, met moeilijke afdalingen die je niet kan oefenen in Vlaanderen. Je wordt daar een betere fietser van. Alsof niks daarna nog moeite kost. Er doen ook profs aan mee en je wordt als liefhebber op dezelfde manier behandeld als zij. Dat is een geweldig gevoel. Dan snap je dat het totaal niet waar is als mensen zeggen dat profs niet anders dan onnatuurlijk kunnen rijden, want je voelt je eigen lichaam veranderen als je door zo’n fase gaat.”

Leve de liefhebber

Als Noels vertelt, lijkt het wel of er een wielercarrière aan hem voorbij is gegaan. “Maar als ik die had uitgebouwd, dan had die zich midden in het epotijdperk gesitueerd. Ik weet zeker dat ik -zoals Edwig Van Hooydonck- gedegouteerd geraakt zou zijn. Het gevolg is wel dat ik niet meer op tv naar een wedstrijd kan kijken. Ik heb de voorbije vier jaar misschien vijf minuten van de Ronde van Frankrijk gezien. Ik vind de sport die de liefhebber beoefent eigenlijk nog de mooiste. Dat mag wel eens wat meer in de spotlight worden gezet. Muco- of astmapatiënten die de Ventoux of de Galibier op rijden, daar heb ik oneindig veel meer respect voor dan voor sommige professionele sportprestaties. Maar naar mannen als Sven Nys of Greg Van Avermaet kan ik wel opkijken.”

Zijn collectie fietsen is indrukwekkend te noemen: drie Merckx’en, een Pinarello, twee mountainbikes, waaronder een Specialized Epic met full suspension – “mijn lievelingsfiets die me het gevoel geeft dat je ermee tot de maan of Mars kan rijden” – en een crossbike van Ridley. “Ik verander naar gelang van het weertype en de ondergrond ook de wielen, dus ik heb voor elke fiets twee of drie sets.”

"Johan Van Overtveldt brak zijn arm, maar fietste wel nog 40 kilometer naar huis"

Met minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) fietste Geert Noels tussen 1997 tot 2014 een of twee keer per de week. “Ik ben tijdens een van onze ritten in de Ardennen eens omvergereden, Johan spreekt daar nog over. Hij dacht dat ik dood was (grijnst). Maar ik heb er weinig aan overgehouden door juist te vallen en over de wagen te rollen. Maar Johan is ook eens in een gracht beland, met zijn hoofd tegen een betonnen duiker. Ik heb hem uit het water moeten halen, want hij was compleet weg van de wereld. Hij bleek zijn arm gebroken te hebben en zijn schouder en gezicht waren geblesseerd. Maar hij is wel nog 40 kilometer naar huis gefietst. Het is een man die geen pijn voelt. Onwaarschijnlijk sterk.”

"Als je vertrekt op een fiets, weet je dat je drie uur niet gestoord zal worden. Dan begin je veel te relativeren"

Struinend door zijn Facebookpagina halen de foto’s herinneringen naar boven aan tochten door vaak indrukwekkende decors, in de bergen op de racefiets of door het bos op de mountainbike. “Als je de foto’s ziet, denk je: hoe gek kan je zijn om daar door te rijden? Maar klimmen is een duel tegen de pijn. Je leert die verbijten en overstijgen, je krijgt een relatie met het leed en de herinnering is later mooier dan de pijn, want die verdwijnt. Dat zijn ervaringen die je helpen in het dagelijkse leven. Je leert de dingen in een juist perspectief te zetten. Als je vertrekt op een fiets, weet je dat je drie uur niet gestoord zal worden. Dan begin je veel te relativeren. Weinig mensen nemen in onze maatschappij nog eens drie uur om na te denken. Het is een cadeau aan jezelf. Je gaat professionele zaken efficiënter doen, want je wil weinig tijd verspillen om te kunnen trainen. Je krijgt een hekel aan nutteloze vergaderingen, want je had kunnen fietsen!”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.