Golf is geen sport... Het is iets anders

vrijdag 08/09

Ik weet hoe u denkt. U ziet zo’n Thomas Pieters over de golfcourse lopen. Zonnetje schijnt, iemand draagt nota bene zijn materiaal voor hem. Geen druppeltje zweet, uitermate elegant. Je verwacht dat kelners een drankje brengen. Heel af en toe kijkt hij eens naar een balletje, haalt een stuk ijzer uit en mept het dichter bij de vlag. Het enige spectaculaire aan golfen is dat moment waarop met veel bravoure een klomp op een stok wordt bovengehaald (een driver) en er een hengst gegeven wordt tegen dat klein balletje, dat zo’n 200 à 300 meter verder op de baan belandt. Verder niets.

Dichter bij huis hebt u al dikkere, grijzende heren bezig gezien bij de lokale golfclub. Meestal in belachelijke outfits. Debardeurkes in pastel en zo. En uw conclusie is klaar. Dat is geen sport, dat is een tijdverdrijf. En ik kan u geen ongelijk geven. Behalve dan…

Ik haal een balletje uit mijn zak. Plaats het zorgvuldig op een houten pinnetje, klaar om af te slaan. Niet te hoog, niet te laag. Er is al wat twijfel. Hoe lager, hoe meer kans op een stevige graszode die meevliegt. Hoe hoger, hoe groter de waarschijnlijkheid dat het met een sierlijke boog net voor de ladies tee belandt en iedereen me uitlacht. Niet aan denken. Vooral niet aan denken. Het gaat meestal toch goed? Toch?

Dichter bij huis hebt u al dikkere, grijzende heren bezig gezien bij de lokale golfclub. Meestal in belachelijke outfits. Debardeurkes in pastel en zo.

Waar is de hole? Oh ginder ver! Maar er is een smerige waterpartij net voorbij de afslag. Tien meter breed. Niets om me zorgen over te maken, ik sla met gemak honderdvijftig meter, toch? Niet meer naar kijken. Water is gewoon nat gras in een put. Bomen bestaan voor 80% uit lucht. Laat je niet intimideren. Ik haal die overkant. Met gemak. Niet kijken, nu concentreren op de juiste afslag. Die club heb ik al gekozen, daar kom ik niet meer op terug. Dat lukt altijd met dat ‘ijzertje vijf’.

Oplijnen. Waar is de vlag? Hoe wil ik slaan? Rechtdoor en keihard. De slag van de echte kampioen. De fairway, het zachte, mooie gras, ligt er uitnodigend bij. Ik kan dat. Voeten mooi parallel, in het verlengde van de lijn van de bal, of neen, parallel aan die lijn maar op de juiste afstand, zodat je club ideaal ligt. Is dat het geval? Misschien toch iets dichter? Of juist wat verder? Voeten uit elkaar, net zo breed als mijn schouders. Dat is minder breed dan ik denk. Dat weet ik nog.

Ik sta, op de juiste afstand van dat kleine, enge, witte balletje. De club rust er mooi voor. De voeten staan goed, gewicht mooi verdeeld. Licht door de knieën. Dan het bekken kantelen. Dat zorgt voor extra stabiliteit.

Nu het moeilijkste. De handen. Wijsvinger inhaken tussen pink en middenvinger van mijn rechterhand. Neen, wacht, eerst dat handschoentje nog eens aantrekken. Oké! Terug die vingers. Denk eraan, niet wringen! Je moet die club vasthouden zoals je met een jong pasgeboren vogeltje zou doen. Niet nijpen, Guido, niet nijpen! Nog minder nijpen, en ook niet naar voor duwen, gewoon rustig blijven. Rustig blijven, had je gezegd. Schouders ontspannen. Hoofd recht naar beneden. 

Je moet die club vasthouden zoals je met een jong pasgeboren vogeltje zou doen. Niet nijpen, Guido, niet nijpen!

Kijk naar het balletje. Neen, kijk eerst nog eens naar de richting van de vlag. Sta ik goed? Oké, nu beginnen we aan het echte werk. Eventjes nog gewicht verplaatsen links, rechts, links,… we staan goed. Kijk naar dat ‘fucking’ balletje. Niet opkijken nu. Grip is oké. Houd die linkerarm gestrekt terwijl je langzaam – Langzaam Guido!!!! Richting is belangrijker dan afstand! Langzaam! – naar achter zwaait.

Je houdt de linkerarm gestrekt en je knikt je pols, terwijl je verder aan die backswing bouwt. Kijk naar dat balletje! Blijf met die kop naar beneden, hoe is ’t godsmogelijk! Niet te snel. Opspannen. Houd die benen stil! Geen kniezwengels, niet buigen, alleen de schouders nu. Er is geen weg terug, nu moeten we uitzwaaien en de swing inzetten. Kijk naar dat balletje, verdomme toch. En niet hakken! Niet hakken! Niet hakken! Door de bal gaan en volledig mooi uitzwaaien. Niet opkijken, niet hakken, niet nijpen, niet versnellen, rustig blijven.

Tsjakk! Plop! 20 meter. In het water. Je hakte, sloeg veel te snel en je club hangt nu wat lullig in het gras. Je wil iets heel gemeen doen, maar je beheerst je en glimlacht. Naar iemand anders, terwijl een rode waas zich voor je ogen vormt. Waarom toch!

Een vloek, een nieuwe bal, medespelers die geamuseerd kijken, in het volle besef dat ze deze keer geluk hadden, maar dat het hen ook kan overkomen. Iedereen neemt gemelijk de eigen tas met clubs en we gaan verder.

Handicap 27. 18 holes lang. Minstens 70 slagen, meestal eerder 100. Gemiddeld 7 kilometer stappen, tobbend over je falen van de vorige slag. Dat falen bevestigd weten door dat kleine witte onding terug te vinden op alle mogelijke plekken behalve het midden van de baan.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het missen van een putt. Soms zelfs vanop een afstand waar je kinderen je om zouden uitlachen. Golf is geen sport, neen. Het is iets anders. 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.