Het Belgische vrouwenvoetbal

Hoe lang nog brandt het vlammetje van de Red Flames?

woensdag 19/07

Een eigen documentairereeks, live-verslag van alle EK-duels in primetime, duizenden volgers op sociale media en bovenal de allereerste deelname ooit aan een groot toernooi. Het Belgische vrouwenvoetbal zit na een decennialange tocht door de woestijn in de lift. De andere kant van de medaille is echter minder fraai: de nationale competitie is een stuurloos zinkend schip. En wat met de Flames en het Belgische vrouwenvoetbal in zijn geheel na het EK? 

Het vrouwenvoetbal in België kent een korte maar snel evoluerende geschiedenis. Pas in 1971 begon de KBVB met de uitbouw van de primitieve structuren voor het vrouwenvoetbal. Jarenlang was de vrouwenafdeling een stoffige, onderbelichte zijtak van elke voetbalclub, maar onder leiding van Steven Martens heeft de federatie de laatste jaren stevig geïnvesteerd in het professionalisme rond de nationale vrouwenploeg. Jaar na jaar maakten de Red Flames kleine sprongen voorwaarts op de FIFA-ranking waarna in november vorig jaar de kwalificatie voor het EK volgde, een unicum in de Belgische voetbalgeschiedenis. Op dit moment bekleedt België de veertiende plaats op de Europese ranking waardoor de Flames weliswaar als één van de zwakke broertjes afreisden naar Nederland.

De beste speelsters trekken op jonge leeftijd weg uit het Belgische moeras: meer geld, betere begeleiding, meer media-aandacht en simpelweg een hoger niveau!

Ook breder gezien kijkt het Belgisch vrouwenvoetbal tegen een enorme achterstand aan. Op dit moment telt de vrouwenkoepel 30.000 leden, een peulschil in vergelijking met Nederland waar vrouwenvoetbal stilaan hockey voorbijstreeft. Noorwegen, al jaar en dag een wereldtopper, kan putten uit een bron van 110 000 voetbalsters. Zoals bondscoach Ives Serneels onlangs nog vertelde, ontbreekt er een zeker fundament om op lange termijn succes te kunnen najagen. De beste speelsters trekken immers al op jonge leeftijd weg uit het Belgische moeras: meer geld, betere begeleiding, meer media-aandacht en simpelweg een hoger niveau. Studies hebben aangetoond dat België, qua leden onder de 18 jaar, enorm achterophinkt bij de Europese toplanden. Niet toevallig speelt bijna de helft van onze geselecteerden voor het EK over de landsgrenzen. De andere draagt vooral het tenue van Standard of Anderlecht. De dominantie van deze twee clubs is uiteraard geen zegen voor de ontwikkeling van de sport. Al voor de start van het seizoen is een nieuwe titel voor Standard een zekerheid. Met zeven Belgische titels op rij zijn de Luikenaars ongenaakbaar. Van een spannende competitie is dan ook nauwelijks sprake. Anderlecht en AA Gent kloppen zichzelf wel op de borst als voornaamste uitdagers, maar het echte probleem zit niet bij deze drie goed functionerende clubs, maar wel bij de onderlaag van de piramide. Het afgelopen seizoen van de semiprofessionele Super League was hiervan het perfecte bewijs.

De dominantie van Standard in de nationale competitie is uiteraard geen zegen voor de ontwikkeling van het Belgische vrouwenvoetbal

Nog voor er één bal was getrapt, mocht de voetbalbond het format, naar analogie van de Jupiler Pro League, bestaande uit een regulier seizoen en play-offs naar de prullenbak verwezen. Lierse hief immers in juni vorig jaar uit financiële noodzaak zijn vrouwenploeg op en geen enkele tweedeklasser voelde zich bereid te promoveren. In allerijl gooide de KBVB zijn opzet om naar een competitie waarin de zeven clubs elkaar vier keer ontmoeten, zonder een beslissende nacompetitie. Toen Eva’s Tienen vanaf eind maart uit geldnood balanceerde tussen forfaitnederlagen en het opstellen van beloften, was de competitie alle geloofwaardigheid kwijt. Enkele prominenten uit de sport trokken daarom aan de alarmbel: “Zonder financiële steun is de Super League een zinkend schip”, verklaarde voorzitster Dominique Reyns van KAA Gent Ladies. Onder leiding van Reyns hebben de Gentenaars zowel een sportieve als professionele stap vooruitgezet. Gent laat duidelijk een nieuwe wind waaien doorheen het Belgische vrouwenvoetbal, vooral op het vlak van jeugdopleiding. Toch moet ook de nummer drie van België op verschillende creatieve manieren op zoek gaan naar meer financiële vrijheid. Reyns zelf hekelt het budgettair beleid aan de Houba De Strooperlaan: te veel middelen voor de Flames, te weinig voor de clubs. De KBVB rekent er al jaren op dat het gestage maar continue succes van de Flames zich uiteindelijk zal weerspiegelen op de nationale competitie. Daarom krijgt de nationale ploeg dus voorrang bij de opmaak van de budgetten. Niettemin moet ook bondscoach Serneels elke euro twee keer omdraaien. Dankzij de betere resultaten doorheen de jaren beschikt de federatie en bijgevolg ook het nationaal elftal dan wel over een groter budget maar al te dure stages en hoge premies zitten er vooralsnog niet in. Ter voorbereiding op het Europees kampioenschap maakte de bond wel bijna één miljoen euro vrij maar die som valt in het niets bij de uitgaven van bijvoorbeeld olympisch kampioen Duitsland. 

De KBVB rekent er al jaren op dat het succes van de Flames zich uiteindelijk zal weerspiegelen op de competitie. Daarom krijgt de nationale ploeg dus voorrang bij de opmaak van de budgetten

Marc Lesenfants, voorzitter van het vrouwenvoetbal binnen de federatie, wijst dan weer op een wijdverspreid gebrek aan interesse. Georganiseerd vrouwenvoetbal blijft een moeilijk te verkopen product in België. Lierse en Club Brugge lieten bij het opdoeken van hun vrouwenploeg weten zich eerder te willen concentreren op de opleiding en doorstroom van talent. In de praktijk is er bij veel clubs gewoon te weinig interesse om veel tijd, geld en personeel in een nauwelijks gemediatiseerde damesploeg te investeren. Krampachtig ging de bond op zoek naar tweedeklassers die, met behulp van minder strenge licentievoorwaarden, de sprong naar eerste klasse wilden maken. Tevergeefs, want volgend seizoen gaat de Super League van start met een schamel deelnemersveld van zes clubs. Doordat de bond vasthoudt aan play-offs met de beste vier, lijkt het regulier seizoen af te takelen tot één lange aaneenschakeling van nutteloze duels.

Voor het Belgische vrouwenvoetbal was de BeNe League een godsgeschenk

Een heropleving van de BeNeLiga lijkt de enige mogelijke reddingsboei te zijn. Drie jaar lang, tussen 2012 en 2015, speelden acht Belgische en acht Nederlandse clubs al in de zogenaamde Women's BeNe League. Voor het Belgische vrouwenvoetbal was het initiatief een godsgeschenk. Om de kloof met de noorderbuur te dichten, was België verplicht om op alle niveaus te professionaliseren. Clubs moesten bijvoorbeeld gediplomeerde trainers in huis halen en een verplicht aantal trainingen per week organiseren. Dankzij die professionele wind groeiden de Lage Landen steeds meer naar elkaar toe tot de Nederlandse federatie besefte dat de economische return zwaar tegenviel. Gevolg: Nederland trok de stekker uit het project en de Belgische clubs begonnen in 2015 weer van meet af aan. Zo is de Belgische eerste divisie, nog meer dan het equivalent bij de mannen, verworden tot een kweekvijver van talent voor de ongenaakbare buurlanden. Topspeelsters kozen het hazenpad, budgetten werden afgeroomd en topduels tegen Ajax en FC Twente vielen weg. Het was niet toevallig Johan Breugelmans van Lierse die tijdens van het laatste seizoen in 2014 stelde dat “de BeNe League moet slagen, anders is het over en uit” en zo geschiedde ook. Een nieuwe samenwerking kan de Belgische voetbalvrouwen dus opnieuw uit het slop trekken, maar in Nederland staat niemand klaar om zich opnieuw in zo’n avontuur te storten.

Kortom, de gloriedagen van het vrouwenvoetbal op dit moment kunnen dus wel eens van korte duur zijn. Als de Flames Nederland vrij kansloos verlaten na drie wedstrijden, begint in september de veel moeilijkere weg naar de Wereldbeker. Het WK is, in tegenstelling tot het zestienkoppig EK, een exclusief toernooi. Europa mag in 2019 immers maar acht deelnemers plus gastland Frankrijk afvaardigen. De kans dat de Flames binnen twee jaar opnieuw de grens mogen oversteken voor een nieuw toernooi, is dus vrij klein. Volgens Ingrid Vanherle, hoofd van de Standardacademie, ligt alle verantwoordelijkheid in de toekomst bij de Pro League. De zestien eersteklassers moeten verplicht een vrouwenploeg onderhouden, met kans op slagen op lange termijn. Enkel door zich vast te koppelen aan de mannen, hebben de Red Flames kans op lange termijn succes te boeken, zowel op het veld als in de media.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.