“Het is de bedoeling om kinderen goesting te doen krijgen om te sporten”

Gentse wetenschapper ontwikkelt Sport Kompas om kinderen naar de juiste sport te oriënteren

maandag 08/02
Sportkompas

Johan Pion doctoreerde op zijn 58ste aan de UGent met een proefschrift dat resulteerde in het Sport Kompas. “Het geloof in dit product valt of staat met mensen die op sleutelposities beslissingen moeten nemen.”

 

Een reeks van zestien kleine tests om te bepalen welke sport voor jou de meest geschikte is, dat is het Sport Kompas dat Johan Pion aan de UGent voor zijn doctoraat, The Flemish Sports Compass, From sports orientation to elite performance prediction, ontwikkelde. “De testjes zijn heel simpel af te nemen op schoolniveau”, zegt hij. “En je weet daarna wie heel begaafd is voor sport en wie minder én in welke sport die kinderen het beste terechtkunnen. Het is niet de bedoeling te selecteren, maar te oriënteren of zelfs gewoon kinderen goesting te doen krijgen om te sporten. 

“Het Sport Kompas is eigenlijk een instrument dat mensen een positieve boodschap kan geven: zeggen welke sporten bij hen passen, sporten waar ze misschien zelf nog niet aan gedacht hadden, waardoor ze beginnen te sporten, er plezier in vinden en het langer volhouden.” Dat langer volhouden is nog altijd een hypothese - er is nog minstens tien jaar voor nodig om daarvoor wetenschappelijk bewijs te verzamelen - “maar we kunnen wel veronderstellen dat je iets wat je graag doet ook langer volhoudt.”

“Het Sport Kompas vloeit voort uit de traditie van prestaties meten, zoals bijvoorbeeld het Eurofit-project of de barometer van de fysieke conditie”, zegt Pion. “We hebben in het verleden echter weinig rekening gehouden met de sportvoorkeuren van kinderen. En daarom hebben we diezelfde tests ook vertaald naar tekeningen waarop je kan aangeven wat je graag en minder graag doet. Op basis daarvan kan je ook een aansluitende sport vinden. Ongeacht je hoge of minder hoge scores geeft voor de tekeningen kan je hetzelfde profiel bekomen. De ene zal op een hoog niveau meekunnen, maar de ander zou op een lager niveau presteren. Dat is het opzet van het Sport Kompas: niet alleen rekening houden met wie zeer goed scoort, maar ook met wie wat minder scoort, maar veel goesting heeft om te sporten. Het Vlaams Sport Kompas kijkt verder dan de meeste testbatterijen en gaat niet uitsluitend prestatie of motivatie meten. Parameters als I like - graag doen - I do - goed kunnen - I can – motivatie - en I need - wat verlangen trainers? – stellen ons in staat om het Sport Kompas te valideren.”

"Een verkeerde sportkeuze zal je moeilijker bijsturen naarmate je ouder wordt"

Pion werkte voor hij aan zijn academische carrière begon als turncoach. “Tot voor enkele jaren, toen ik zelf nog in de sport actief was als trainer, was het aanbod naar de minder goede bewegers veel beperkter en dan zou men mensen die minder goed presteerden, georiënteerd hebben naar zwemmen, wandelen, fietsen, … omdat dat de eerste sporten zijn die in je opkomen. Terwijl ook andere sporten geschikt kunnen zijn. Alleen werden die vroeger niet aangereikt, omdat presteren in een club meestal veel belangrijker is dan plezier beleven. Kinderen blijven naar bijvoorbeeld het voetbal gaan, omdat het plezant is en hun vriendjes er ook zijn. Stap je daar uit, dan val je in een gat. Maar een verkeerde keuze zal je moeilijker bijsturen naarmate je ouder wordt.

Ik heb in de gymnastiek eens een turner gehad die heel goed in de groep lag, maar hij kon bij wijze van spreken met zijn handen niet tot aan zijn knieën. Bij rekoefeningen voelde hij altijd pijn. Moet je zo iemand dan laten turnen? Neen, dus. Ik meldde dat aan de papa, maar die vond dat niet kunnen, want zijn zus was Belgisch kampioene gymnastiek! Hij bezat zeker fysieke capaciteiten, maar hij kon daar beter iets anders mee doen. Hij is uiteindelijk gaan tennissen en heeft daar betere prestaties behaald en vrienden gevonden. Doe je zo’n omschakeling vroeg genoeg, dan lukt dat gemakkelijker dan wanneer je al 14 of 15 bent.”

Wie wil sporten, heeft de neiging zich te richten op wat hij kent. “Vaak doen kinderen wat de ouders ook doen, maar dat is niet noodzakelijk de beste keuze. Het eerste wat kinderen zeggen als ze na de tests het rapportje krijgen, is: ‘ja, voetbal staat er tussen!’ Maar er staan meestal ook nog een hele reeks andere sporten bij waar ze zelf nog niet aan gedacht hadden. Ik krijg wel eens te horen dat we kinderen een sport willen voorschrijven terwijl het op jonge leeftijd toch de bedoeling is om globaal te ontwikkelen en meer dan één sport te beoefenen. Binnen ons departement lopen er momenteel twee projecten. Enerzijds worden kinderen aangezet om meerdere sporten te beoefenen en breed te ontwikkelen en anderzijds is er het Sport Kompas waarmee kinderen keuzes maken. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten, maar op een zeker ogenblik moet je kiezen.”

Toch is niet elke sport die voor iemand als suggestie uit de test komt noodzakelijkerwijs de meest logische keuze. “Voor kinderen uit kansarme gezinnen, bijvoorbeeld, moet je geen skiën aanbevelen, want dat is niet haalbaar. En als er in de wijde omtrek geen sporthal is, moet je geen badminton voorstellen.”

"We moeten de gewoonte dat sport en winnen één zijn doorbreken"

“Je kan mensen wel in de juiste richting wijzen, maar het sportlandschap moet zelf ook meedenken”, zegt Pion. “Als je in Vlaanderen in om het even welke sportclub langsgaat, dan tonen ze interesse in kinderen die goed zijn in hun sport. Dan mag je nog zo aanvaard zijn in de groep, je geraakt toch moeilijk in de ploeg. Dus moet je eigenlijk ook een totaal nieuw idee van sport beoefenen ontwikkelen. Het idee dat het niet alleen gaat om de allerbesten, maar ook om de anderen voor wie winnen niet op de eerste plaats komt, maar wel het plezier om te sporten. Hoe we dat kunnen implementeren, is natuurlijk een vraag die je sport per sport moet bekijken en dat is niet simpel. Want mensen zijn zo gewoon dat sport en winnen één zijn.”

"We hebben er acht jaar aan gewerkt, dus het zou jammer zijn als er niks mee gedaan wordt"

Pion begon met zijn collega’s aan het project in 2007. De acht doctoraten liggen er, maar een aantal stappen moet nog gezet worden. “Een universiteit is een onderzoeksinstelling, daarnaast hebben we een instelling nodig die het kan uitvoeren. Het geloof in dit product valt of staat met mensen die op sleutelposities beslissingen moeten nemen. We hebben er acht jaar aan gewerkt, dus het zou jammer zijn als er niks mee gedaan wordt. Het ergste zou zijn als het in een kast terechtkomt. Ik heb het niet voor mijzelf gedaan, ik vind het gewoon relevant voor de maatschappij. Dus we hopen op de minister van Sport en de minister van Onderwijs."

"Als je elk kind in het vierde en het zesde leerjaar kan testen, loop je niemand mis en je geeft er bovendien iets mee terug aan de maatschappij. Topsport Limburg (Nederland) is ooit met vijf topsporters naar scholen getrokken om onze tests te laten afnemen. Ik denk niet dat we dat op dit moment in heel Vlaanderen kunnen. Topsporters worden door de staat betaald en de enige return die van hen verwacht wordt, is dat ze medailles halen, maar misschien zouden ze ook kinderen kunnen motiveren.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.