Het harde leven van een radioverslaggever in het Tourcircus

donderdag 14/07

‘Zit je dan op de motor?’ Het is de meest gestelde vraag die radioverslaggever Christophe Vandegoor naar eigen zeggen krijgt voor, tijdens en na de Ronde van Frankrijk. Voor Sporta legt de Sporza-commentator uit hoe zijn leven er tijdens de Tour uitziet.

 

Helaas, de verdeling is al jaren dezelfde. Elk jaar opnieuw leeft collega Carl Berteele maandenlang toe naar zijn hoogtepunt, namelijk, ‘de motor doen’ in de Tour. Ondergetekende geeft commentaar vanuit de commentaartribune aan de finish. Dat komt zo: Sporza verdeelt z’n uitgestuurde zonen in twee kampen, een start- en een aankomstploeg. Tot die eerste behoren onder meer Renaat Schotte (tv) en Carl Berteele (radio). Beide heren trekken in de voormiddag naar het vertrek van een Touretappe om daar renners en ploegleiders te interviewen. Het beeldmateriaal wordt doorgestraald via een kleine montagewagen, uitgebouwd met een satellietsysteem. Dankzij de technische vooruitgang kan Carl zijn radiogesprekken opnemen met een smartphone. Eén druk op de knop en via een 4G-verbinding vliegen de gevleugelde woorden naar Brussel. Na de start reppen beiden zich naar de aankomst, in de hoop onderweg niet opgehouden te worden door de veelkleurige en lawaaierige reclamekaravaan, om daar de eerste rochel en het eerste snot van de renners op te vangen. Dat is het scenario voor de vlakke ritten. Eens de bergen in zicht komen, kruipt Carl op zijn uitgebouwde motor en brengt verslag uit op Radio1. Sinds enkele jaren is de VRT technisch in staat om ook een verbinding met de tv-commentatoren te maken. In minder spannende momenten schakelen de radiotechnici hem dan door naar Michel Wuyts en José De Cauwer.  

Michel Wuyts, José De Cauwer, Frank Hoste en ikzelf vormen de aankomstploeg. Wij reizen samen in één busje. Wees gerust, het is voldoende groot voor vier volwassen mannen en hun valiezen. Ons Tourbestaan is vrij duidelijk: we hollen van de aankomst naar een hotel zo dicht mogelijk bij de finish van de volgende dag. Veel ritten beginnen pas rond het middaguur, de radio-uitzending om één uur. Het is voor mij als commentator dus onhaalbaar om én bij de start én bij de aankomst te zijn. Dat heeft als grootste nadeel dat ik tijdens dat drie weken durende circus amper met renners zelf kan spreken. Op rustdagen maak ik er al jaren een erezaak van om dat wel te doen.

Onze interviewers met dienst maken hun verplaatsing tijdens de etappe. Wij, heren van de aankomstploeg, doen dat grotendeels erna, met vaak nog autoritten van 150 à 200 kilometer. Het diner halen we zelden voor negen uur ’s avonds. Na bergritten, wanneer renners, volgers en publiek via dezelfde weg een col moeten verlaten, is dat (veel) later. U begrijpt meteen dat zuipfestijnen, waarvoor het wielerjournaille dertig jaar geleden toch een beetje bekend stond, anno 2016 tot het rijk der fabelen behoren. Rust is ook voor keel en tongriem belangrijk en daarom duiken we nooit later dan middernacht in bed. 

Zuipfestijnen, waarvoor het wielerjournaille dertig jaar geleden toch een beetje bekend stond, behoren anno 2016 tot het rijk der fabelen

Toegegeven, het ontbijt is een moment van relatieve rust. Meestal vertrekken we om half tien en proberen we de finale van de rit te verkennen. Dat kunnen de laatste 80 kilometer zijn, bij een gunstige ligging van ons hotel, maar evengoed alleen de laatste kilometer. Frank Hoste, winnaar van de groene trui in 1984, is de chauffeur van ons busje, ik houd de flitspalen in de gaten. Eens renner altijd renner, ook achter het autostuur. Haalde destijds de rode vod het diepste naar boven bij die sprinters, dan is dat nu de slaapplaats van de dag.

Onderweg lees ik de Belgische en Nederlandse kranten, aangevuld met het Franse L’Equipe en het Italiaanse La Gazzetta dello Sport. Die worden ’s ochtends in Brussel door een medewerker ingescand en gemaild. Downloaden in het hotel en lezen op de laptop op weg naar de streep. Aangevuld met een rugzak vol tijdschriften, Tourspecials en een toeristische gids… Zo blijven we op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Als die er al zijn.

Rond het middaguur arriveren we in de aankomstplaats en begeven we ons naar de technische zone. Dat is een, door hoge nadarhekken afgeschermde ruimte, waar alle mogelijk denkbare tv- en radiowagens staan. De kilometerslange wirwar van kabels, kriskras verspreid op de grond, is een spektakel op zich. Sporza vormt daarin een kleine enclave met drie kleinere wagens: een regie-, een satelliet- en een radiowagen. Omdat het contrast met buitenlandse zenders groot is, hebben we één wagen de naam Calimero gegeven. Ik is klein en zij zijn groot, zoiets. Een hagelwit tentje met groene Sporzaletters en een tuintafel moeten ons toch een beetje een buitengevoel geven. Samen met een koffiezet en koekjes. De Tour in alle eenvoud. Tijd om te eten is er ’s middags amper, tenzij een sandwich jambon fromage die we in ons commentaarhok opeten. Kruimels tussen uitslagen, laptop en microfoon behoren tot het dagelijkse tafereel. 

Om één uur start Studio France. Het bekende Radio Tour werd enkele jaren omgedoopt tot Sporza Tour en dit jaar voor de gelegenheid dus Studio France, om ook het EK voetbal onder dezelfde vlag te dekken. Na tien jaar mag ik zeggen dat co-commentator Frank Hoste en ik op elkaar zijn ingespeeld, op en naast het veld. Als sprinter en vijfvoudig ritwinnaar in de Tour, kan hij wel tegen een prikje, ook in de ether. Hoste komt uit voor zijn mening, wat voor een ex-renner vrij uitzonderlijk is. Tijdens de vele en lange autoritten praten we ook over andere onderwerpen dan wielrennen. Over het onderhouden van de tuin of vrouwen, bijvoorbeeld. Maar altijd met respect, ook over de tuin.

Rijden, incheken, bellen met het thuisfront, eten, surfen op websites en sociale media naar nieuws, slapen, ontbijten, lezen, rijden en vijf uur lang praten. Dat is het ritme gedurende drie weken. Het mooie ervan is dat je meer dan 20 dagen na elkaar alleen maar met het werk moet bezig zijn. Een werk dat voor de meeste volgers niet beschouwd wordt als werk maar wel als een passie. Ondanks de lange files en transferts, de slappe eieren of kleine ergernissen door wekenlang op elkaars lip te leven. Iedereen blijkt een jaar later opnieuw op de afspraak. Altijd weer diezelfde gezichten. Om drie weken lang deel uit te maken van een circus dat hij in wezen verwenst. Om het met een huizenhoog cliché te zeggen: dat is de Tour.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.