Het slijk der aarde

Het startgeld in het veldrijden ter discussie

vrijdag 13/10
©isosport

We wreven onszelf even in de ogen toen de startlijst onder onze neus werd geschoven. 23 eliterenners voor de eerste veldrit van de DVV-trofee in Ronse. U mag het gerust weten: dertig jaar geleden sprong ik een gat in de lucht. Met zo’n deelnemersveld stegen mijn kansen, als niet supergetalenteerd jeugdrenner, exponentieel om me in de top 10 te fietsen. Dan scoorde je toch nog 350 frank, als ik me goed herinner, voldoende om een trainingstube te kopen. Voor een koerstube, Vittoria of Clement criterium, moest je toch al in de buurt van het podium komen. En dat gebeurde niet zo vaak, tenzij er maar 11 renners aan de start stonden. Ook meegemaakt.

©isosport

Ronse dus, 23 vertrekkers, Lars van der Haar verschalkt de grote twee, Mathieu Van der Poel en Wout Van Aert na een leuke en spannende cross. In de interviewtent, best wel gezellig met warm water voor de jongens om zich te wassen, enkele flesjes frisdrank en warme koffie, pols ik de wereldkampioen over zijn kleine aantal tegenstanders. Niet dat het veel aan het wedstrijdverloop zou hebben veranderd, maar het gaat tegenwoordig om de perceptie, toch? Van Aert noemt het gedecimeerde deelnemersveld een profcross onwaardig en roept de organisatoren op om de kleine garnalen ook een vergoeding te geven. Over naar Erwin Vervecken, veldritverantwoordelijke bij Golazo, een van de grote organisatoren uit de wereld van het modderfietsen, zoals Mart Smeets de sport ooit bestempelde. Vervecken, zelf drie keer wereldkampioen, is duidelijk: de toppers mogen nog meer startgeld vragen want zij zijn de lokkers, zij trekken het publiek naar het veld. Het peloton, jongens uit de zogenoemde tweede en derde rij, vormt een probleem: jarenlang hebben zij heerlijk gesurft op het succes van het product veldrijden in Vlaanderen. Tot op de dag van vandaag krijgen die crossers procentueel te veel betaald. Geen idee of Vervecken sociologie heeft gestudeerd, maar het matteüseffect lijkt hier van toepassing: de toppers krijgen (nog) meer, de armen minder.

Geen idee of Vervecken sociologie heeft gestudeerd, maar het matteüseffect lijkt hier van toepassing: de toppers krijgen (nog) meer, de armen minder!

Reacties van renners uit die tweede en derde rij bleven niet uit. De Zwitser Taramarcaz, vorig seizoen gestopt, gooide op twitter dat Golazo de sport aan het kapotmaken is. Gesteund door Dieter Vanthourenhout, die wel nog actief is en daarom zijn hoofd feller boven het maaiveld uitsteekt.

Dé oplossing in deze discussie bestaat wellicht niet, omdat ook hier de waarheid in het midden ligt. Mensen komen inderdaad naar het veld om Liboton, Nys, Albert en Van Aert te zien. Dat zijn de publiekstrekkers. Maar waarom moet het oude systeem van hoge startgelden koste wat het kost in leven worden gehouden? Volstaan een maandwedde en prijzengeld niet? Wat gebeurt er zonder startgelden? Gaan Van der Poel en Van Aert dan niet meer crossen? Misschien vervroegt dat hun vertrek naar de weg, zou kunnen. En misschien wordt het dan voor de mindere goden financieel niet meer haalbaar. Maar net dat feit zou wel aantonen dat de sport al jaren boven haar stand leeft. Laat ons een kat een kat noemen, het merendeel van de veldritprofs krijgt geen plaats in het wegwielrennen. En zal innerlijk beseffen dat de populariteit van de sport in ons land, correctie, in Vlaanderen, een geschenk uit de hemel is. 

Wat gebeurt er zonder startgelden? Gaan Van der Poel en Van Aert dan niet meer crossen? Misschien vervroegt dat hun vertrek naar de weg, zou kunnen

Nogmaals, veldrijden is en blijft een winters topproduct: amper één uurtje op zondagmiddag, vrouw tevreden want om vier uur kan je nog samen gaan wandelen of een pannenkoek eten of op bezoek bij oma, de kijkcijfers blijven prima, de terugval van het aantal bezoekers blijkt na het afhaken van Sven Nys relatief mee te vallen. En ach ja, over die internationalisering enzo, misschien hoeft dat allemaal niet en zijn we met z’n allen blij dat we veldrijden in Vlaanderen, zoals de Nederlanders schaatsen, met hier en daar een verloren gekluunde Noor. Lekker knus, beetje navelstaren, zondermeer. Tijdverdrijf ook voor de voetbalsupporters tijdens de winterstop. Lekker dronken in de modder.

Maar van één ding zijn we zeker: als deze sport ooit buiten de oevers van Vlaanderen wil treden, moet ze olympisch worden. En zo een uitstraling en aantrekkingskracht krijgen voor sporters uit het buitenland. Maar daar begint de volgende discussie: te weinig sneeuw voor de Winterspelen, te veel modder en te fris voor de Zomerspelen. Zondag geven we commentaar vanuit de kuil in Zonhoven. De temperatuur stijgt boven de 20 graden. Wat wil een mens nog meer?

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.