Het Sportugees als nieuwe wereldtaal

dinsdag 20/09
©isosport

De grote gebaren van winst of verlies, het blijft de universele taal van de sport. De armen hoog, de heupdans bij voorkeur aan een hoekvlag of de spuitende en stuitende overvloed van een ontkurkte champagnefles. Het collectieve bestormingsritueel of de uitdagende sprong naar de supporters achter het hek. Misbaar als feestgedruis. De hoge vijf na elk veroverd punt. Ik-wijs-vingers aan de aankomstlijn, op zichzelf gericht of op een nog hogere kracht, ergens. Het extra rondje in nationale vaandeldracht. Bij voorkeur kuise podiumzoenen met een hymnetraan. We kennen de gebarentaal van sporttriomf en we delen ze met passie. Het sportugees als nieuwe wereldtaal.

©isosport

Minder uitbundig maar even herkenbaar is de taal van het verlies. Dramavarianten van hangende kopjes en zakkende schouders, vloeken met het hele lijf. Teleurstelling ten voeten uit, sportlieden weten hoe het voelt. Al die grote gebaren van de sport: ze zijn bekend terrein voor sportlui en supporters en levend lokaas voor beeldjagers.

Balsporters begroeten elkaar koel, zonder oogcontact, voor de wedstrijd. Een verplicht en wat vals nummertje zoals het vaderlandse lied. Maar na de match vallen ze elkaar in de armen en likken ze elkaars zweet.

Maar er schuilt zoveel meer in sportgebaren, nauwelijks zichtbaar voor de buitenwereld, zelfs niet voor allesziende camera’s, doch trefzeker herkend door lot- en soortgenoten in de sport. Neem nu de manier waarop sportlui elkaar begroeten, of net niet. Balsporters begroeten elkaar koel, zonder oogcontact, voor de wedstrijd. Een verplicht en wat vals nummertje zoals het vaderlandse lied. Maar na de match vallen ze elkaar in de armen en likken ze elkaars zweet. De truitjes weet je wel.  

Het groetmoment van lopers die elkaar kruisen is kort. Een oogopslag of een minimaal handje. Er zijn joggers die elkaar al jaren lopend ontmoeten. Zelfde uur, zelfde plaats. Maar verder dan een ‘joe’ komen ze nooit . Zouden ze elkaar missen zonder? De joggersgroet als ademstoot, joe, jeu of joow, (meervoud: joe, jeu of joow de mannen. man/vrouw) schopte het tot voorkeurgroet van een hele jongerengeneratie, tot op de beeldschermpjes en, naar verluidt, als aanhef bij schooltaken. Turners heffen wel een verplichte arm, maar gunnen elkaar geen geschroefde blik. Opgesloten in eigen lijf en leden. Helemaal in evenwicht met zichzelf, geen buitenwereld. Judoka’s daarentegen begroeten elkaar eerst formeel op de mat. Maar hun halve wedstrijd is een begroetende en verkennende snuffelronde. Biologisch aan elkaar verknocht. Skydivers zwaaien naar de youtube wereld in volle duikvlucht. Onderschat de wielertoeristen niet. Ze groeten niet maar monsteren elkaar. Prijs, merk en kwaliteit van het rijdend arsenaal in een oogopslag. De groet als vermomde testaankoop, ook tweedehands. Zouden waterpolospelers een onderwatergroet hebben? Zoiets als het voetje van de motorrijders? En hoe stoer doen rugbyspelers het? En tafeltennissers dan? Vissers? Sport, het kleine gebaar telt.                           

Wielertoeristen groeten niet, maar monsteren elkaar. Prijs, merk en kwaliteit van het rijdende arsenaal in een oogopslag. De groet als vermomde testaankoop, ook tweedehands.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.