In het wiel van Museeuw

VTM-journalist Maarten Breckx is naast bourgondiër ook een fervent sporter

dinsdag 21/05

“Traditioneel ga ik voor een live-uitzending van de Champions League of een match van de Rode Duivels altijd een uur lopen. Dan komen er veel ideeën voor het programma en de gesprekken naar boven. Een van de voordelen van werken bij VTM is dat de faciliteiten fantastisch zijn: douches, handdoeken, sportcrèmes, ...”, zegt Maarten Breckx. Breckx, voetbalanker bij VTM, mag dan wel op recreatief niveau sporten, dat betekent nog niet dat hij het slechts sporadisch doet.

“Als ik tijdens de week geen twee of drie keer gesport heb, loop ik tegen de muren op. Ik moet wel íets gedaan hebben. Soms fiets ik eens van bij mij thuis tot aan de Muur in Geraardsbergen en terug. Dat is 180 kilometer. Of naar zee en terug. Of naar mijn schoonouders in Ruddervoorde. Die dagtochten op het gemak en in goed weer, dat is het liefste wat ik doe. Als er echt veel wind is of het is regenachtig, dan pak ik weleens de mountainbike om in de buurt van Overijse, de Vlaamse Ardennen of Kasterlee te rijden. Wat klimmen betreft kom ik in Vlaanderen al goed aan mijn trekken, maar toen we een tijdje geleden in de Provence waren, ben ik wel de Mont Ventoux op gereden.”

Behalve lopen en fietsen mag hij ook graag voetballen.

“Ik voetbal in de zaal en op het veld met een vaste vriendengroep, zodat we een moment hebben om elkaar elke week te kunnen blijven zien, ondanks de komst van kinderen.”

Het fietsen haalt toch de bovenhand.

“Tijdens de week heb ik vaak vrij doordat ik in het weekend werk. Dan probeer ik zo veel mogelijk te mountainbiken of te fietsen. In de zomer rijd ik vaak met de fiets vanuit Berchem, waar ik woon, naar de redactie. Onderweg kom ik dicht bij de E19 en dan zie ik de auto’s in de file staan. Ik ken de route, maar ze verveelt nooit. ’s Ochtends de zon zien opkomen terwijl je langs de landerijen en het water fietst, dat is mooi. Het is veertig kilometer heen en veertig terug. Dat zijn de beste trainingen. Ik probeer zo het aangename aan het nuttige te koppelen. Ik merk aan mezelf dat ik dan ’s ochtends ook frisser en scherper ben.”

Op het einde van de route ligt een Strava-punt, waar hij lang recordhouder was.

“Het was mijn enige KOM (king of the mountain, nvdr.), maar hij staat nu op naam van Jelle Frencken, van de financiële redactie van VTM. Hij is vanuit Brussel tot daar gereden om het te verbreken. Dus zo fanatiek zijn we dan wel weer (lacht). Van nature ben ik redelijk competitief, moet ik toegeven. Dus dan is Strava leuk om een uitdaging te hebben en jezelf te verbeteren. Anders is het ook maar gewoon fietsen. Maar Strava-stress, zoals ze dat noemen, voel ik niet.”

Twee jaar geleden bereidde Breckx zich voor op de Ronde van Vlaanderen Cyclo – “Toen was ik echt heel fanatiek aan het fietsen” - en reed hij met onder anderen weerman Frank Duboccage voor het goede doel van Zaventem naar Schiphol. “Het is een tocht van negen uur geworden, de grootste fysieke beproeving op een fiets die ik ooit meegemaakt heb. Dat was zeer bijzonder, met een gemengd gezelschap van Vlamingen en Nederlanders. Nederlanders benaderen fietsen en het omgaan met hun rijwiel toch op een andere manier. Ze gaan daar iets -bij wijze van spreken- gladder mee om. Een Vlaming wil toch wat Flandrien zijn, een Nederlander is iets ijdeler en wat meer met zijn materiaal bezig.”

"Van nature ben ik redelijk competitief, moet ik toegeven. Dus dan is Strava leuk om een uitdaging te hebben en jezelf te verbeteren"

Breckx volgde ooit twee keer Tour de France voor het VTM-nieuws, maar dat bleek toch niet zijn wereld. “De klik met de renners en de collega’s kwam er op de een of andere manier niet, die voelde ik wel veel meer in het voetbal.”

Hoe hij dan als liefhebber-voetballer en voetbaljournalist toch een fanatieke fietser is geworden?

“Dat is eigenlijk een passie die ik al van jongs af koester. Al sinds ik met de fiets kon rijden, deed ik toertochten met mijn vader en grootvader. Die waren heel gepassioneerd over de koers en de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. We keken daar veel naar en je wordt daar dan toch in meegesleept. Wat ik apprecieer aan het wielrennen, is de sfeer, de ambiance. Die is altijd veel amicaler en minder competitief dan in het voetbal, vind ik. Hoewel we op recreatief niveau voetballen, kom je soms toch wat schoppers en schelders tegen, of spelers die veel protesteren. Terwijl je zelf gewoon voetbalt om eens met vrienden buiten te zijn. Dus als ik moet kiezen welke sport ik het liefste zelf beoefen, dan zou ik toch voor de fiets gaan.”

Was het in het voetbal Romario die hij als kleine jonge imiteerde, in het wielrennen was Johan Museeuw zijn idool.

“Ik was een geweldige fan van Museeuw. Ik keek toen hij nog koerste als jongen naar hem op en ik had het genoegen om al een paar keer met hem te kunnen fietsen, onder andere een ploegentijdrit voor Het Snelste Bedrijf. Dat was wel heel confronterend (lacht). We reden met z’n vijven van Oudenaarde naar de Kwaremont en terug. Na een kilometer konden er al twee niet volgen, waardoor we met drie overbleven, onder wie ook Wim De Coninck. Met 43 à 44 kilometer per uur reden we naar de Oude Kwaremont. Museeuw zei dat we daar moesten temporiseren om dan met dezelfde snelheid terug te rijden. Met ons drieën hadden we nog de vierde tijd gereden. Werkelijk ongelooflijk (lacht). Ik heb in die periode veel met Museeuw gefietst en dan merk je hoeveel je van zo iemand kan leren over je materiaal, hoe vaak je moet drinken, je manier van rijden, … Hij is ook een wijnliefhebber en leeft graag Bourgondisch. Daarin hebben we een raakpunt. Ik noem mijzelf een sportieve Bourgondiër. Ik ga heel graag op restaurant en als we gevoetbald hebben, vliegen we in de pinten. Dat hoort bij het sociale contact. Als we met vrienden gaan fietsen en we komen terug in het stamcafé waar we vertrokken zijn, staat er altijd al een Cécémel klaar, de beste recuperatiedrank die er is.”

"Museeuw is een wijnliefhebber en leeft graag bourgondisch. Daarin hebben we een raakpunt"

Hij is, moet hij toegeven, wel een mooi-weer-fietser.

“Als het slecht weer is, ga ik vaker lopen. Op de rollen rijden, daar zie ik het nut niet van in. Als ik weinig tijd heb, probeer ik een uur of anderhalf uur te lopen en als ik een dag heb zonder afspraken ga ik fietsen. Ik betrap mezelf erop dat ik tijdens het lopen veel meer probleemoplossend denk en huishoudelijke agenda’s orden. Op de fiets heb ik dat minder, dan ben ik meer met de omgeving, de route of de sociale contacten bezig. Ik probeer zo veel mogelijk in gezelschap te fietsen. Als ik te lang alleen fiets, gaat het soms vervelen, zeker in Vlaanderen. Vaak spreek ik ergens met vrienden af en fietsen we van daaruit samen verder. Ik zou graag weer meer vrienden meekrijgen, maar bijna mijn volledige vriendenkring zit met kleine kinderen van tussen een en twee jaar. Ik merk dat dat wel invloed heeft op hun fietspassie. Zelf word ik in juni ook vader, maar ik hoop toch dat we ook weer meer met z’n allen kunnen gaan rijden.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.