'Het wordt tijd dat de Europese Unie ingrijpt'

Goedbestuurkenner Arnout Geeraert over de malaise bij de wereldvoetbalbond Fifa

woensdag 26/08

Op 27 mei werden in het poepchique Zürichse hotel Baur au Lac even voor zes uur 's ochtends zes verbouwereerde Fifa-leden gearresteerd, elders acht andere mannen. Het Amerikaanse FBI verdacht veertien Noord-, Midden- en Zuid-Amerikanen ervan zich met omkoping, afpersing en witwaspraktijken ingelaten te hebben. Het Zwitserse gerecht opende ook een onderzoek naar fraude bij de toewijzing bij de WK's van 2018 aan Rusland en 2022 aan Qatar.

'De Fifa lijkt een synoniem voor structurele en wijdverspreide corruptie’, beweert Aernout Geeraert, master in internationale politiek, internationaal en Europees recht en postdoctoraal onderzoeker. Hij houdt zich in de KU Leuven en voor de mondiale sportorganisatie voor ethiek Play the Game bezig met goed bestuur in internationale topsportbonden.

Nog dit: de Fifa-voorzitter sinds 1998, de Zwitser Sepp Blatter, raakte ondanks de inval verkozen voor zijn zoveelste ambtstermijn, maar stelde zijn mandaat ter beschikking. Zelfs al is hij vóór 2016 niet van plan om plaats te ruimen. Hij is (voorlopig?) nergens voor aangeklaagd – narcisme is niet verboden. Geeraert: 'De Zwitser is de verpersoonlijking van de corruptie in de Fifa.'

Arnout Geeraert: "De Fifa lijkt een synoniem voor structurele en wijdverspreide corruptie!"

In de algemene vergadering van de Fifa heeft elk land één stem. Democratisch, want iedereen gelijk voor de wet.

“Op het eerste gezicht lijkt dat democratisch, maar dat is het allesbehalve. De Duitse stem of die van om het even welk land waar veel gevoetbald wordt, weegt even zwaar als die van pakweg Djibouti of een dwergeiland. Nochtans is het aantal aangesloten leden en clubs in een land als Duitsland oneindig veel groter. Het stemgewicht zou op basis van die criteria moeten gelden, maar of dat ooit de regel wordt, is zeer de vraag: er is een tweederdemeerderheid onder de Fifa-leden nodig om het in te voeren. Fifa-voorzitter Sepp Blatter en zijn voorganger Joao Havelange hebben ervoor gezorgd dat de Fifa zoveel mogelijk leden telt. En hoe meer leden, hoe meer leden met cadeaus en fondsen gepaaid kunnen worden.”

 

Er zijn 195 onafhankelijke landen, maar wel 209 Fifa-leden. De Fifa erkent regio's die geen onafhankelijk land zijn, denk aan Palestina.

“En die leden, zeker die met weinig inwoners, willen het principe 'één lid, één stem' natuurlijk behouden. De bezorgdheid is terecht dat de kleine landen het slechter zouden hebben als het stemgewicht op basis van clubs en leden zou gelden. Maar dat kan je met steunfondsen oplossen, zoals de Europese Unie doet. Met ‘Goal’ heeft de Fifa al ontwikkelingsprojecten en -fondsen, al gebruikt Blatter die ook als steun voor zijn beleidsagenda en om opnieuw verkozen te worden. Veel geld blijft ook achter in de zakken van malafide bestuursleden. Er zijn dus objectieve criteria nodig bij de toewijzing van die centen, evenals een strengere controle op de geldbesteding ter plaatse. Er is veel meer met die fondsen te doen dan nu gebeurt.”

 

"De Fifa is er in geslaagd enorm autonoom te blijven werken door haar uitstekende lobbying en door de sacrale status die voetbal geniet."

De Fifa is, zoals zovele internationale sportbonden, onvoldoende aangepast aan de overgang van de toenmalige amateur- naar de profsport. Te weinig transparantie, te weinig interne en externe financiële controle. De regels van goed bestuur gelden niet altijd, er is belangenvermenging, de voorzitter doet zijn zin.

“In een organisatie van 209 leden spelen altijd politieke belangen en machtsspelletjes, maar je zou de structuren zo kunnen organiseren dat dit soort zaken zoveel mogelijk gekanaliseerd wordt. De cultuur van het amateurisme heeft tot begin de jaren negentig geduurd: pas toen zijn de eerste, schuchtere stapjes richting professionalisering gezet. Wie in zo'n organisatie werkt en zich wil handhaven, moet het spel meespelen. Eén van Blatters technieken om Fifa-voorzitter te blijven, was dat hij de leden veel beloofde, vooral geld. En zo is de vraag: Waar eindigt steun en begint corruptie? Er is dus nood aan duidelijke grenzen. De Fifa is er ook in geslaagd enorm autonoom te blijven werken door haar uitstekende lobbying en door de sacrale status die voetbal geniet. Blatter wordt overal ontvangen als een staatshoofd, ook al omdat landen in de rij staan om een wereldkampioenschap te mogen organiseren. De Zuid-Amerikaanse voetbalbond Conmebol had tot in juni zelfs diplomatieke status: het gerecht mocht het hoofdkantoor in Luque dus niet binnenvallen. Paraguay heeft die status naar aanleiding van het huidige corruptieschandaal toen ingetrokken.”

 

Het Internationaal Olympisch Comité, organisator van de Olympische Spelen, heeft het recht om te beslissen dat voetbal wegens onbehoorlijk bestuur tijdelijk van het olympische programma verdwijnt.

“Dat kan inderdaad, maar dat zie ik niet zo snel gebeuren. De Fifa ziet de Olympische Spelen vooral als concurrentie voor haar eigen WK en voetbal geniet geen echt olympische status. Realistischer lijkt me dat het IOC eist dat olympische sporten een aantal standaarden van goed bestuur toepassen. Sinds 2008 zijn er voorzichtige stappen gezet, maar het IOC dwingt het inderdaad niet manu militari af. Sportpolitiek ligt dat enorm moeilijk, zeker bij grote sportbonden. Maar in de toekomst zal het zo moeten: er is geen andere keuze.”

 

Zwitserland heeft toch ook boter op het hoofd? In ruil voor de aanwezigheid van zoveel mogelijk internationale sportorganisaties op zijn grondgebied hanteert het lakse en gunstige regels voor die bonden, bijvoorbeeld fiscaal. Officieel zijn topsportorganisaties non-profitinstellingen.

“Niet alleen voor sportorganisaties, maar ook voor bedrijven en andere entiteiten heerst er in Zwitserland een zeer liberaal klimaat. De Zwitserse regelgeving is laks en hanteert minimale organisatorische en fiscale regels. Een wet uit 2008 zorgt er bijvoorbeeld voor dat topsportorganisaties op het federale niveau vrijgesteld zijn van belastingen. Voor hen is er geen enkele organisatorische vereiste, waardoor die bonden geen stimulans ervaren om werk te maken van een beter deugdelijk bestuur. De wet biedt ook bescherming tegen veroordelingen wegens corruptie: tot nu geldt dat privécorruptie niet actief vervolgd wordt. Er moet ook worden aangetoond dat de corruptie de concurrentie beïnvloed heeft.”

 

Sepp Blatter en zijn voorganger Joao Havelange hebben ervoor gezorgd dat de Fifa zoveel mogelijk leden telt. En hoe meer leden, hoe meer stemmers met cadeaus en fondsen kunnen worden gepaaid.

Een organisatie die professioneel werkt, zeker een internationale sportbond, hanteert regels van deugdelijk bestuur. Welke raadt u aan?

“Op de eerste plaats gaat het om planmatig werken. Mijn indruk is dat er weinig strategische plannen bestaan. Het amateurisme geldt nog; men speelt in op problemen die zich voordoen, maar denkt niet na over waar men naartoe wil op de langere termijn en met welke strategieën. Het beleid is dikwijls zelfs niet gedocumenteerd. Op de tweede plaats gaat het om doorzichtigheid. De leden moeten inzage- en controlerecht krijgen in alle informatie over het beleid en de uitvoering ervan. Drie: het principe van de accountability: wie beslissingen neemt, moet zijn verantwoordelijkheid nemen en ter verantwoording kunnen worden geroepen. Vier: democratie. Betrek de leden structureel in de besluitvorming: zo voelen ze zich meeverantwoordelijk en ernstig genomen, waardoor de beslissingen breed gedragen zijn. Vijf: solidariteit, in ruime zin, met onder meer de plicht om te investeren in de maatschappij. De maatschappij investeert ook in de sport, al is het maar door politie en medische diensten te leveren bij wedstrijden, dus mag de sport wat teruggeven. Duurzaamheid is natuurlijk ook heel belangrijk, maar dat is zo goed als onbestaande. De Fifa denkt er niet altijd over na hoe ze het best investeert in de plaatselijke gemeenschappen. Zes: een voorzitter kan worden verkozen door een benoemingscomité, dat een profiel opstelt waarbij integriteit van groot belang is. Ik vind dat een voorzitter hoogstens twee termijnen en in totaal maximaal acht jaar kan aanblijven. Blatters houdbaarheidsdatum was dus in 2006 overschreden.”

 

Het basisprobleem van internationale sportbonden is dat zij niet gecontroleerd worden. De Europese Unie –of eventueel de Unesco of VN- moet meer toezicht krijgen, hoor je. Maar privéorganisaties doen toch wat ze willen?

“Ik denk inderdaad dat dit niet afdwingbaar is. Alleen de Zwitserse overheid kan maatregelen nemen, al zou de privésector fel protesteren. Ik weet niet of het een goed idee is dat de publieke sector de sport zou overnemen. Zelf ben ik veeleer voorstander van meer sturing door publieke actoren en hierin zie ik een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Unie. Europa kan internationale sportorganisaties zoals de Fifa ter verantwoording roepen door haar bevoegdheden in verband met de interne markt uit te spelen, zoals het vrije verkeer van mensen en goederen of de vrije concurrentie. De sportwereld beseft dat ze op een goed blaadje moet staan bij de Unie om geen problemen te krijgen inzake deze bevoegdheden. De Unie zou dus bijvoorbeeld een minimumlijst kunnen maken van elementaire voorwaarden van goed bestuur waaraan internationale sportorganisaties moeten beantwoorden. Ik ben van mening dat de Europese Unie veel meer ambitie in zijn nauwelijks bestaande sportbeleid mag tonen. Al vergeten we best niet dat als de Europese Unie of welke overheid dan ook macht krijgt, het risico bestaat op politieke spelletjes. Maar goed, zoals het er aan toegaat bij de Fifa kan het natuurlijk ook niet verder.”

 

Wat denkt u van Sepp Blatter?

“Er is veel aandacht naar hem gegaan, maar het grootste probleem is niet Blatter maar de interne werking van de Fifa. Blatter heeft zich de voorbije jaren geprofileerd als de grote hervormer om van zijn gecorrumpeerde imago af te raken, maar er blijven grote problemen inzake goed bestuur in de organisatie. Nochtans had de Fifa zijn ethische commissie prima hervormd en zag het er goed uit. Helaas kwam dit in de praktijk er toch niet helemaal uit. De Fifa heeft vooral nood aan gedegen financiële controlesystemen en beperkte ambtstermijnen voor belangrijke bestuursleden.”

 

Ligt er geen belangrijke taak voor SportAccord weggelegd, de organisatie van voornamelijk olympische zomersporten zoals voetbal? Die kan toch bestuursmodellen uitwerken en aan zijn leden aanbieden?

“In theorie wel. Anderzijds is SportAccord op de eerste plaats de vertegenwoordiger van sportorganisaties en hun belangenverdediger. SportAccord zal wellicht dus geen al te strenge of al te revolutionaire bestuursmodellen uitwerken die het status-quo in gevaar brengen. Dat zou inderdaad kortetermijnpolitiek zijn, maar zo functioneert het meestal. Sommige sportbonden begrijpen de urgentie, andere niet. Ik vroeg voor een onderzoek naar goed bestuur in internationale overkoepelende sportorganisaties basisgegevens van 35 olympische sportfederaties op. Wat blijkt? Een aantal bonden bezorgt die gegevens echt wel vlot en kijkt uit naar mijn bevindingen. Andere bonden nemen dan weer nauwelijks de moeite om te antwoorden. Kijk, er is wel degelijk een legitimiteitscrisis bij een aantal internationale sportorganisaties, en de enige oplossing is een deugdelijk en duurzaam bestuursmodel. Mijn doel als wetenschapper is daarbij niet om met het vingertje te wijzen, maar om het debat te stimuleren en instrumenten en modellen aan te reiken waarmee sportbonden hun interne werking zo goed mogelijk kunnen maken.”

 

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.