“Het zilver in Rio was nog maar het begin”

interview met Marc Coudron, de hockeybondsvoorzitter

dinsdag 09/01
©Isosport

2017 was opnieuw een uitstekend jaar voor het Belgische hockey. De Red Lions bevestigden na hun fabuleuze olympische campagne in Rio en etaleerden hun klasse op het EK in Nederland, dat ze helaas net niet winnend konden afsluiten. De Red Panthers herpakten zich na het missen van de Olympische Spelen en sleepten op datzelfde EK een verrassende zilveren plak uit de brand. Bovendien lijkt de opvolging verzekerd, want ook onze nationale beloften behoren tot de absolute wereldtop. “Zowel bij de heren als bij de dames hebben we alle troeven in handen om de komende jaren geschiedenis te schrijven”, aldus Marc Coudron, sinds 2005 voorzitter van de Koninklijke Belgische Hockeybond en tot op heden nog steeds recordinternational met 358 nationale selecties. 

©Isosport

Even terug naar 18 augustus 2016, zonder twijfel een van de grootste momenten in de Belgische hockeygeschiedenis – en de vaderlandse sportgeschiedenis tout court. Nadat ze 48 uur eerder voor een absolute sensatie hadden gezorgd door het grote Nederland een flinke bolwassing te geven in de halve finale, mochten onze Belgische hockeymannen strijden voor olympisch goud. De Red Lions waren lichtjes favoriet, maar stuitten op een zeer efficiënt Argentinië. De beelden van onze ontredderde landgenoten staan op het netvlies gebrand. Ook KBHB-voorzitter Marc Coudron zweeft nog steeds tussen trots en ontgoocheling.

Marc Coudron: Als je een finale speelt, speel je uiteraard om te winnen. Maar dat is sport… Argentinië heeft eveneens een ongelooflijk toernooi gespeeld en was op de beslissende momenten net iets efficiënter. Ze scoorden in de halve finale en de finale al hun strafcorners, ongezien! Twee op vijf is al een geweldig percentage, laat staan vijf op vijf… Jammer dat we na onze vroege voorsprong twee strafcorners moesten toestaan, waardoor de wedstrijd volledig in hun voordeel kantelde. De kers op de taart ontbrak, maar hoe dan ook was het een prachtige prestatie. De spelers hadden een jaar lang alles in het teken van Rio gesteld en hadden hun leven eigenlijk on hold gezet om hun droom te realiseren. Dat al die inspanningen hun vruchten hebben afgeworpen, maakt me zeer trots.

U bent intussen al twaalf jaar voorzitter van de Belgische Hockeybond. Wat heeft u destijds getriggerd om die uitdaging aan te gaan?

Marc Coudron: Het was alleszins niet mijn ambitie, want in 2005 was ik zelf nog maar net gestopt als international. Op dat moment  had ik geen ervaring met het besturen van een organisatie. Ik koesterde wel een naïeve, idealistische toekomstvisie voor het Belgische hockey, maar had uiteraard nooit gedacht dat de Red Lions intussen een zilveren olympische medaille op zak zouden hebben. Het was vooral mijn bedoeling om de sport op alle fronten te laten evolueren – niet alleen de nationale ploegen, maar ook de clubs, de infrastructuur, de marketing rond het hockey, de sponsoring, de aanwezigheid in de Nederlandstalige pers … Voorts vond ik het cruciaal dat de basiswaarden van onze sport overeind bleven: respect, tolerantie, fair play, teamspirit en een positieve ambiance. Ik denk dat we daar tot op heden zeer goed in geslaagd zijn.

 

Hoe was het Belgische hockey eraan toe toen u het roer overnam?

Marc Coudron: De toestand was zeker niet slecht. Op financieel vlak vielen er geen lijken uit de kast en ook sportief gezien was er sprake van een goede basis. We hadden ons net niet kunnen kwalificeren voor de Spelen van Athene en de mannelijke U16-ploeg was in 2004 Europees kampioen geworden. Dit was een cruciale mijlpaal, want tot dan was Belgisch succes in een teamsport uiterst zeldzaam. Het heeft er ook toe geleid dat we via het BeGold-programma meer middelen kregen voor de ontwikkeling van onze jeugdploegen en de sport in het algemeen. Een essentiële factor in het succesverhaal, want zonder dit programma zouden de fenomenale resultaten van onze nationale selecties er allicht nooit gekomen zijn. Het maakte onze sport ook aantrekkelijker voor sponsors en talentrijke jongeren. De rest is geschiedenis: een eerste bronzen EK-medaille in 2007, zilveren EK-medailles in 2013 en 2017, een verdienstelijke vijfde plaats op het WK in 2014, zilver in de World League in 2015 en uiteraard olympisch zilver in 2016.

 

Wat blijft frapperen, is het engagement van de spelers, dat in de aanloop naar Rio zelfs formeel werd vastgelegd in een charter. Ze leven als fulltimeprofs, maar veel geldgewin levert het hen niet op…

Marc Coudron: Inderdaad. Tijdens de voorbereiding op de Olympische Spelen kregen ze een maandloon van de bond, dat naarmate het aantal selecties en het niveau van studies of beroep varieerde van 1.200 tot 1.800 euro. Bruto, welteverstaan. Terwijl het wel degelijk gaat om atleten die een olympische finale betwist hebben en die ook op individueel vlak tot de absolute wereldtop behoren. De omstandigheden zijn helemaal anders dan in andere ploegsporten zoals voetbal, basketbal of volleybal, waar quasi uitsluitend profs aan de slag zijn en het clubgebeuren zwaarder doorweegt. In het hockey staan we nog maar aan het begin van zo’n professionalisering – als die zich überhaupt ooit doorzet – maar dat heeft uiteraard ook bepaalde voordelen. Zo konden de Red Lions het zich in het seizoen voor de Spelen permitteren om vier dagen per week samen te trainen, wat voor de Rode Duivels bijvoorbeeld onmogelijk is. Al is het succes natuurlijk grotendeels te danken aan het feit dat alles moest wijken voor dat ene doel: lucratieve transfers naar India waren uit den boze, jobs of studies werden tijdelijk stopgezet en zij die in het buitenland actief waren besloten opnieuw in België te komen spelen.

 

Ook onze dames presteerden dit jaar uitstekend. Ik neem aan dat u dat eveneens plezier doet?

Marc Coudron: Zeker weten, want ook zij werken er keihard voor. Bij mijn aantreden als voorzitter kregen onze hockeydames slechts een achtste van het budget van hun mannelijke collega’s, maar sinds zeven jaar is er sprake van een evenwicht. En kijk: ze doen het uitstekend. Het missen van de Olympische Spelen in Rio was uiteraard een stevige domper, maar ze hebben zich geweldig herpakt, met een zilveren EK-medaille en de kwalificatie voor het WK van 2018 als beloning. Bovendien komt er net zoals bij de mannen heel wat jeugdig talent aan. Vandaar dat ik gerust durf stellen dat ook de vrouwen binnen een paar jaar zullen meedraaien aan de wereldtop. Zowel de Red Lions als de Red Panthers hebben alle troeven in handen om geschiedenis te schrijven. Ik ben ervan overtuigd dat we tussen nu en 2024 minstens één keer olympisch kampioen, wereldkampioen of Europees kampioen zullen worden.

 

We spreken dus niet over één gouden generatie, maar over meerdere gouden generaties…

Marc Coudron: Het lijkt er alleszins op dat het beste nog moet komen. Zowel bij de jongens als de meisjes zijn onze U18-ploegen beter dan dat de huidige U21-ploegen op die leeftijd, en voor de U16 geldt hetzelfde. Die progressieve ontwikkeling past perfect binnen onze filosofie, want we hebben nooit de intentie gehad om onze eieren in één mand te leggen. Al onze ploegen hanteren een gemeenschappelijke spelfilosofie, dus als jonge spelers doorstromen zijn ze perfect op de hoogte van de tactiek, hun rol in het team, de looplijnen ... De Red Lions zijn slechts het topje van de ijsberg. Rio was een piekmoment zoals er ongetwijfeld nog vele zullen komen, en dus zeker geen eindpunt. Met onze kwaliteiten moeten we voortaan altijd durven spelen voor eindwinst, en dat bovendien met mooi hockey. 

De hamvraag: komt al dat talent nu bovendrijven dankzij jullie doordacht beleid of kan jullie beleid optimaal renderen door die wildgroei aan talent?

Marc Coudron: Talent bestond ook al in mijn generatie – misschien niet zo uitzonderlijk als vandaag, maar toch. Talent dat echter niet ontwikkeld wordt via hard werk, zal helaas nooit optimaal renderen. Laten we dus zeggen dat het een ideale mix van beide is. Het is onze taak en mijn verantwoordelijkheid om een structuur te creëren waarbinnen de kwaliteiten van onze spelers optimaal tot hun recht kunnen komen. Het verbeteren van de omkadering was bijvoorbeeld een belangrijke prioriteit. Toen ik in 1987 zelf begon als international, hadden we enkel een coach, een kine en een manager ter beschikking. Nu zijn er veel meer stafleden, maar elk met een zeer specifieke rol en een wezenlijke meerwaarde: een dokter, kinesisten, videoanalisten, diverse coaches (een hoofdcoach, verschillende linietrainers en een physical coach) … Bovendien proberen we ook op mentaal vlak het onderste uit de kan te halen, bijvoorbeeld via persoonlijkheidsanalyses. In sport kan je onmogelijk alles in de hand hebben, maar je kan de impact van ‘oncontroleerbare’ aspecten wel aanzienlijk beperken via een goed beleid. Op het vlak van fysieke, tactische, technische, lichamelijke en psychologische voorbereiding laten we niets aan het toeval over.

 

Het Belgische hockey is niet enkel geëvolueerd op het hoogste niveau, maar ook aan de basis. De sport had vroeger de naam elitair te zijn, maar lijkt intussen veel toegankelijker…

Marc Coudron: Die evolutie vind ik zeker zo belangrijk als de eclatante successen van onze nationale ploegen. Toen ik aantrad als voorzitter werd het hockey beschouwd als een snobistisch spel voor Franstaligen. Intussen is de sport populair in het hele land, ongetwijfeld dankzij onze aanwezigheid en prestaties op de Olympische Spelen. In 2005 telden we 16.000 leden, nu meer dan 45.000. Vroeger vond je vooral clubs in het Brusselse, nu overal in België. In 2005 hadden we 20 % vrouwelijke leden, nu meer dan 40 %. Kortom: de sport groeit snel, maar evenwichtig. De toekomst oogt mooi!

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.