“Ik heb heel veel aan sport te danken”

StuBru-presentator Stijn Vlaeminck

donderdag 29/11
©Filip Naudts

Stijn Vlaeminck is nu vooral bekend als presentator bij Studio Brussel, waar hij ook de sport onder de aandacht brengt, maar was vroeger een meer dan verdienstelijk atleet. Vlaeminck werd Belgisch kampioen 110 meter horden bij de junioren en bleef ook bij de senioren niet onopgemerkt: in het Koning Boudewijnstadion stond hij in de hoogdagen van Jonathan Nsenga in de finale van het BK.

“Ik deed eerst aan atletiek bij AV Lokeren en daarna bij KAA Gent, waar ik nog met Cédric Van Branteghem heb getraind”, zegt hij. “Door hem heb ik gezien wat een absolute topsportmentaliteit is. Als we op stage gingen, hing hij over de balustrade over te geven en grijnsde: ‘Better than sex (lacht).’ En dan ging hij nóg door.”

“Sport is een rode draad in mijn leven. Mijn vader voetbalde, mijn moeder was een atlete die Belgisch kampioene werd, en mijn zus sportte een tijdje op hetzelfde niveau als Thia Hellebaut – ze heette toen nog Van Haver - en ze trainden ook geregeld samen.”

“Ik heb heel veel aan sport te danken. Ik ging naar de universiteit met een studiebeurs, want ik kom uit een arbeidersmilieu, maar ik kwam daar niet mee rond, dus ik nam tijdens de week enquêtes af om mijn eten te kunnen bekostigen en te gaan trainen. Dat was een zeer intensieve periode. Op Urgent FM kreeg ik al snel mijn eigen radioprogramma, dus ik moest mijn agenda goed plannen. Ik had op de universiteit gelukkig wel al een topsportstatuut. Je kon dan je examens spreiden, maar ik heb daar eigenlijk zo goed als geen gebruik van gemaakt.”

Wat doe je nu nog van sport?

“Ik probeer vier à vijf keer in de week te sporten. Dat hoeft niet noodzakelijk elke keer lang te duren. Om de hoek is er een fitness en een beetje verder een olympisch zwembad. Dus ik probeer wekelijks een of twee keer te zwemmen, meestal ’s ochtends vroeg of tussen de middag als er weinig volk is. Fitnessen doe ik op de crosstrainer om mijn knieën niet te belasten en ik gebruik in oefeningen mijn eigen lichaamsgewicht om mijn buik- en rugspieren te onderhouden, omdat ik een niet volledig dicht gegroeide lendenwervel heb. Dat was vroeger als hordeloper ook al een werkpunt, maar aangezien ik toen zo topfit was – ik trainde intensief van mijn twaalfde tot mijn 21ste - had ik er toen niet zo heel veel last van. Maar zeven à acht keer trainen in de week, dat heeft gevolgen gehad. Hordelopen doe ik nu niet meer. Een 1m06 overschrijden voor de fun, dat is er niet meer bij. Ik ben met een van mijn dochters nog weleens naar Racing Gent gegaan, waar ook Eline Berings komt, maar als je dan die horden ziet staan, voel je die drang toch weer komen. Het is met horden zoals met autorijden: eens je het kan, kan je het voor altijd. Maar de flexibiliteit en lenigheid ebben wel een beetje weg.”

 

Merk je een verschil als je een periode niet kan sporten?

“Ik kom uit een periode bij Studio Brussel waarin ik vijf jaar lang zes dagen op zeven heb gewerkt. Van maandag tot en met vrijdag in de ochtend. Je wordt lichamelijk moe en je eet niet op de juiste momenten. Dus ik ben in die vijf jaar ook enorm verzwaard, want je voelt niet de energie om te gaan sporten, ik had bovendien net kinderen … Maar sinds vorig jaar is mijn ‘regime’ veranderd bij Studio Brussel. Ik kan een dag in de week thuis werken, ik ben een dag in de week vrij omdat ik op zondag werk en ik doe alleen op maandag de ochtend. Dus ik hou nu veel meer energie over, waardoor ik meer ga sporten en nog meer energie krijg. Ik bouw die momenten ook in mijn weekschema in. Ik voel dat sporten of niet sporten echt een verschil maakt. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal.”

“Twee jaar geleden ben ik begonnen met een personal trainer, die mij weer wat op weg heeft gezet. Ik was negen kilo verzwaard en die zijn er allemaal af. Dat komt deels door te sporten, maar ook door mijn voeding. Ik ben ervan overtuigd dat je voedingspatroon zelfs nog meer impact heeft. Ik probeer bewust met eten om te gaan, zonder een freak te zijn. Alles met mate. Alleen ben ik vijf maanden wel een halve freak geweest om die kilo’s kwijt te raken (lacht).”

"Ik probeer bewust met eten om te gaan, zonder een freak te zijn. Alles met mate."

Ben je nog altijd competitief?

“Ik heb geen ander doel in mijn sport dan fit blijven, gezond zijn en er plezier aan beleven. Maar als ik uit het zwembad stap, dan denk ik weleens: ‘Stijn doe dat nu eens gewoon op je gemak’. Maar na een paar minuten rustig zwemmen kom je ‘in the zone’ en dan begin je competitief te worden. Dat gaat er nooit uit. Maar ik mis de competitie niet. Ik ben blij dat ik het gehad heb, want als sportjournalist kan ik daardoor nu een aantal zaken beter inschatten. Je hebt dingen zelf meegemaakt en dat is een voordeel.”

 

Hoe goed wil het lijf nog mee na jaren topsport?

“Ik had de gewoonte om ’s ochtends voor dag en dauw tot bij mijn grootmoeder te lopen en een koffie te drinken, maar na 2,5 kilometer blokkeert mijn knie nu. En het is geen kwestie van de pijn verbijten, het is gewoon gedaan met lopen dan. Ik kan dan hooguit nog snelwandelen. Ik weet: als ik ermee naar de dokter ga, zal ik mij moeten laten opereren. Maar behalve bij het lopen, heb ik er geen last van. Ik kan perfect fietsen, zwemmen, fitnessen, voetballen, basketten. Alleen lange duurlopen lukken helaas niet meer.”

 

Wat doet sporten mentaal met je?

“Als ik ga zwemmen, heb ik mijn gsm niet mee, maar als ik de fitness zit, vind ik het belangrijk dat ik naar muziek kan luisteren. Je hoort dan ook eens een mailtje binnenkomen of een oproep, want ik heb de slechte gewoonte om altijd bereikbaar te willen zijn. Maar meestal zit ik wel even in een andere wereld als ik sport.”

“Ik heb twee kleine pagadders die ook energie vragen, maar ik merk dat ik na het sporten veel rustiger ben als er eens een halve crisissituatie ontstaat (lacht). Je kan dingen veel beter kanaliseren. Sporten is alleen maar goed voor de kwaliteit van je leven, daar geloof ik sterk in.”

"Sporten is alleen maar goed voor de kwaliteit van je leven, daar geloof ik sterk in”

Geef je de liefde voor de sport ook aan je kinderen door zoals je ze thuis zelf meekreeg?

“Mijn vrouw en ik hadden er vroeger wel eens een discussie over. Mijn vrouw heeft alle soorten sport beoefend en daardoor eigenlijk niets écht gedaan. Terwijl het bij mij van thuis uit atletiek werd. En voor mijn broers voetbal. Wij moesten ook al heel vroeg heel goed kunnen zwemmen. Mijn reddersbrevet had ik op mijn tiende al. Bij ons thuis was het: sport, sport, sport. Dat uiterste wil ik nu ook weer niet voor onze kinderen, maar ik redeneer daarin niet zoals mijn vrouw. Zij denkt: we zullen wel zien waar ze zin in hebben. Terwijl ik denk: als je begint met de instelling van we gaan dat eens doen en we zien wel wat je tof vindt, dan geef je een kind al een kans om ermee te stoppen. En dat wil ik niet: ik vind sport een wezenlijk onderdeel van de opvoeding.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.