Jonge voetballertjes op de rand van een zenuwinzinking

zaterdag 23/04

Het was een van de aandoenlijkste beelden van het prille jaar: een Afghaans jongetje liep rond met een plastic zak om het tengere lijfje, een geïmproviseerd kledingstuk dat hij met de nodige fantasie en wat kleurpotloden had omgetoverd tot een shirt van Lionel Messi. Murtaza Ahmadi heette het jongetje, want in deze tijden is niemand nog anoniem, zelfs geen arme jongen uit een door burgeroorlog, terroristisch geweld en islamitisch fundamentalisme geteisterd land. Prompt stuurde de échte Messi een gehandtekend shirt naar de jongen. Weg magie. Daar was het, wellicht goedbedoelde, medelijden en ook wel een stukje commercie, want vertederde ouders van over de hele planeet zouden nu weleens overstag kunnen gaan om alsnog tachtig of meer euro's neer te tellen voor het shirt van de beste voetballer aller tijden.

Een shirt met de naam van een stervoetballer op, ze zouden het moeten verbieden onder de zestien jaar. Het is veel te duur voor wat het maar is: een voetbaltruitje. Het dwingt tieners om mee te stappen in de wereld van de idolatrie, waarin helden-op-noppen — bij voorkeur met een geheime Panamese rekening — op handen worden gedragen. En het is meestal dan nog een gevolg van de passie van de papa, kindlief moet die maar delen.

Murtaza Ahmadi

Meer dan zestig procent van de ouders beseft zelf dat ze te veel druk leggen op hun voetballend kind, meestal een zoon, heel af en toe een dochter. Dat wil zeggen dat er in realiteit nog veel méér ouders te opdringerig de voetbaldroom van hun kind beleven, als het al diens eigen droom is, want veel vaker nog worden jongeren richting populairste sport geduwd, omdat daar — wie weet, ooit — het meeste te verdienen valt.

83,5 procent van de clubbestuurders is het eens met de stelling dat er te weinig onbezorgd kan worden gevoetbald in hun club, zeven op tien jeugdtrainers benadrukken eveneens dit probleem. Het stond te lezen in Het Nieuwsblad, dat een rondvraag had georganiseerd rond dit thema.

Eén op acht ouders zijn ervan overtuigd dat hun kind later in eerste of tweede klasse zal voetballen, in ruil voor een gespijsde bankrekening, dat spreekt voor zich. In werkelijkheid is doorbreken op het hoogste niveau maar net iets makkelijker dan de grote pot winnen bij Euromillions. Velen voelen zich geroepen, weinigen zijn uitverkoren, u kent dat wel. En toch. Ga langs de lijn staan bij een willekeurige jeugdwedstrijd van de allerjongsten en je hoort al die brandende ambitie. Mijn kind, schoon kind. Minstens de volgende Messi. Als het niet meteen lukt, is het de schuld van de bevooroordeelde scheidsrechter, de tactisch ongeschoolde trainer of de onbekwame ploegmaats.

"In plaats van wat het eigenlijk is, een spelletje, wordt elke match tussen twee jeugdelftallen een halve finale op de wereldbeker. Winnen is een must"

In plaats van wat het eigenlijk is, een spelletje, wordt elke match tussen twee jeugdelftallen een halve finale op de wereldbeker. Winnen is een must. Desnoods mits een beetje vals spelen ("Laat je dan toch vallen, jongen!"). Fair play is bijkomstig. Je kunt je afvragen met welke waarden en normen zo'n kind later de volwassen wereld instapt.

Spelplezier zou voorop moeten staan voor hun zestiende. Leren samenspelen, teamgericht, jezelf op een faire wijze meten met leeftijdgenootjes en, ach, ja, waarom niet, op het eind misschien ook wel winnen. Al is dat niet de hoofdzaak. Kinderen leren veel meer al spelend dan wanneer ze in een strikt keurslijf worden gestoken. Als het moet, is er geen fun meer aan. Als het mag, wordt het een fijne vrijetijdsbesteding. Talent zal altijd bovendrijven, zeker als de clubs ook nog eens gaan investeren in goede jeugdtrainers, die jongeren spelenderwijs slimmer, beter en competitiever maken. Zachtjes aan, zonder druk.

 

"Talent zal altijd bovendrijven, zeker als de clubs ook nog eens gaan investeren in goede jeugdtrainers, die jongeren spelenderwijs slimmer, beter en competitiever maken"

Toen ik woordvoerder was van het ter ziele gegane Beerschot AC, liep daar een bevlogen en bijzonder intelligente jeugdcoördinator rond, die opvoedingscursussen had voorzien. Niet voor de kinderen, maar voor de ouders. Hoe gedraag je je langs de lijn, hoe ga je buiten de club om met je voetballertje, hoe vermijd je dat je je eigen brandende ambities projecteert op je kleine? De PowerPoint-presentatie moet makkelijk op de kop te tikken zijn. Een goed idee.

 

(U wil weten hoe het intussen met mijn voornemen om meer te bewegen staat? Bah, stilletjes. Ik dacht in augustus deel te nemen aan de Dodentocht in Bornem, maar mijn kinesist raadde me dat ten stelligste af. Een macho-evenement, slecht voor je gestel! De Antwerp Ten Miles is al passé en de 20 Km van Brussel liggen te dichtbij. Dus mik ik nu op een loopevenement later op het jaar, want ik heb zo'n mikpunt nodig. Het móet lukken!)

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.