Kampioene uit de Casamance

Het bijzondere verhaal van de Senegalese renster Sabelle Diatta

maandag 21/12

Ze is de regerend achtvoudig wielerkampioene van Senegal, maar woont gewoon aan de Belgische kust: het bijzondere verhaal van Sabelle Diatta. “Hoe vaak kreeg ik niet te horen: ‘ga koken, niet fietsen!’ Echt waar. Maar ik heb daar nooit naar geluisterd (lacht).”

Een paar jaar geleden raakte de Senegalese Sabelle Diatta (44) al wandelend aan de Belgische kust in gesprek met Koksijdenaar Cyriel Caudron. Als ze nu de volgende keer eens samen zouden gaan fietsen? Goed idee, vonden ze. “Ze kwam af met een hele oude koersfiets”, zegt Cyriel Caudron, “en we reden 50 kilometer met een gemiddelde snelheid van 25 km per uur. Daarna zijn we nog eens gaan fietsen, 70 kilometer met 28 per uur. En dan nog eens. Ik dacht: nu gaan we voor ‘the full house’. Dus we reden 100 kilometer met een gemiddelde van 31 per uur. In het terugkeren was bij mij het vat leeg, maar zij nam de leiding: 35 per uur, wind op kop! Ik moest bijten om in het wiel te blijven. Ik zei: ‘Mevrouw, u doet dat niet slecht’. En ze antwoordde: ‘ik ben wel vergeten te zeggen dat ik wielerkampioene van Senegal ben’ (lacht).”

Acht keer werd Sabelle Diatta wielerkampioene van Senegal. Haar laatste titel dateert van 2000, sindsdien werd het nationaal kampioenschap niet meer georganiseerd. Nu fietst ze met Cyriel Caudron, inmiddels haar echtgenoot, bij de Coxy Cycling Club. “Ik kreeg als kind van mijn papa een oude, veel te grote koersfiets om van Sinedone, waar we woonden, naar school in de hoofdstad Zinguinchor te rijden”, zegt Sabelle Diatta. Elke dag fietste ze zo 80 kilometer door het stof en in de warmte. “De voorzitter van een wielerclub zag mij telkens voorbij rijden en vroeg mij op een gegeven moment om eens aan een wedstrijd te komen meedoen. Ik durfde eerst niet, omdat ik wist dat de kampioene van Senegal meereed. Maar ik won. Ik had, doordat ik nog school liep, amper een week extra geoefend en ik fietste niet eens op een goede koersfiets. Daardoor begon ik erin te geloven, trainde ik veel en won ik nog meer. Er zijn geen fietspaden in Senegal, dus we trainden tussen de auto’s door. Omdat er zoveel putten in de weg liggen, wijken de auto’s vaak uit en moet je als fietser twee keer opletten. Twee keer ben ik aangereden.”

Sinedone ligt in het zuidelijk deel van Senegal, de Casamance, dat zich ooit wou afscheiden van Senegal, maar die droom werd bloedig neergedrukt, met tienduizenden moorden en duizenden verminkingen door antipersoonsmijnen als gevolg. Diatta gebruikte haar reputatie als wielerkampioene om ten faveure van de bevolking een ‘caravane de la paix’ te organiseren, een fietstocht van noord naar zuid over 700 kilometer. Een sponsor betaalde hun hotel. “Maar voor we als organisatie bekendheid genoten, moesten we bij families slapen of in een sporthal op een matje. In de eerste karavaan kregen we van de minister van Sport een lokaal ter beschikking en matrassen.”

Eten deden ze samen op een stoel rond een kom, slapen op een matje met de fietsen in de hoek van de kamer. “Ik ben blij dat ik zo alle lagen van de bevolking kon leren kennismaken met fietsen. We waren met negen toen we ermee begonnen, maar in 2000 waren we al met 150 deelnemers. De karavaan heeft ook een humanitaire kant: ik schenk bijvoorbeeld rolstoelen, schoolmateriaal, door fondsen te vragen aan sponsors of geld in te zamelen. We gaan ook zieke mensen bezoeken in ziekenhuizen. Aan het grote ziekenhuis van Ziguinchor schenken we vaak materiaal. Als je bekend bent, kan je veel bereiken voor anderen: in mijn geboortedorp Sinedone beschikken ze nu  over de mooiste materniteit, denk ik. Ik ben blij dat ik iets heb kunnen doen voor andere mensen.”

Ze schreef toenmalig Uefa-voorzitter Sepp Blatter zelfs een brief. “Ik had hem uitgelegd dat ik na elke etappe van de ‘caravane’ een wedstrijd organiseerde voor de plaatselijke bewoners en dat ik mensen wou aansporen om te sporten. Ik zag kinderen voetballen met een pompoen, dus ik wou hen ballen kunnen geven. Het antwoord bleef lang uit, tot er op een dag een grote vrachtwagen van DHL voor hun huis stopte. “Vol met voetballen en een persoonlijke brief van Sepp Blatter.”

Sabelle Diatta, uiterst rechts met borstnummer 13.

Marianne Thyssen & Jules Bocandé

Is het noorden van Senegal overwegend islamitisch, het zuiden is christelijk van overtuiging. “Ze willen alle macht in het noorden houden, waardoor atleten daar gemakkelijker een beurs krijgen om te trainen in Amerika of Europa. Maar vrouwen krijgen sowieso overal minder hulp dan de mannen. Gelukkig had ik goede sponsors, zoals Colgate-Palmolive of Sabena, die me werk, een fiets en tijd om te trainen gaven. Maar ik deed het vooral uit pure passie. Het was vechten, vechten voor erkenning en vechten om vrouwen ertoe aan te zetten om te durven fietsen. Ik fietste soms als enige vrouw tussen allemaal mannen. Veel mannen die fietsen in Senegal zijn Libanezen. Ze wonen en werken daar en runnen meestal bedrijven, in de chocoladesector onder andere, zoals Senecao. Daardoor beschikken ze over veel geld en perfect materiaal. Maar mannen begrepen vaak niet waarom een vrouw op een fiets moest rijden. Ze lieten dat niet toe. Ik heb vaak te horen gekregen: “Ga koken, niet fietsen!’ Echt waar. Maar ik heb daar nooit naar geluisterd (lacht). 

"Er waren mannelijke coureurs die zich belachelijk gemaakt voelden door mij.”

Later hoorde ik vrouwen tegen hun kinderen zeggen: ‘doe zoals Sabelle, zij is een voorbeeld.’ Want er waren zelfs mannen die het moeilijk hadden om mij bij te houden op de fiets. Ik was de enige vrouw die met mannen bleef fietsen, omdat de federatie geen koersen voor vrouwen meer wou organiseren. Ze wilden niet dat ik bleef rijden met de mannen, maar ik ben een beetje koppig (lacht). En waarom niet? Ik ben een keer vijfde geworden in een peloton van mannen. Aha (lacht)! Er waren mannelijke coureurs die zich belachelijk gemaakt voelden door mij.”

Sport nummer 1 is in Senegal het worstelen. Op de tweede plaats komt bij de mannen het voetbal en bij de vrouwen basket. “Iedere speelster van het nationale basketteam dat de Afrika Cup heeft gewonnen, kreeg een huis. De cité van de basketbalsters is een bekend begrip. Maar ik was acht keer kampioen in het wielrennen en daar verdiende ik telkens omgerekend minder dan 100 euro mee. Ik deed het vooral uit passie. Als ik iets doe, doe ik het met heel mijn hart. Het is zo’n mooie sport! Fietsen heeft mij veel geluk gebracht. Ik heb er een open geest van gekregen en veel mensen leren kennen, zoals Marianne Thyssen (CD&V-politica, nvdr) toen ze op vakantie was in Senegal. Of wijlen oud-voetballer Jules Bocandé, die uit de regio kwam en de organisatie hielp. En we werden ontvangen bij hoogwaardigheidsbekleders.”

Eenmaal in België bleef ze fietsen bij een Koksijdse wielerclub waarbij haar man ook rijdt. En ze volgt het op tv. “Ik mis geen wedstrijd. Ik stond met een djembé langs het parcours toen de vrouwenkoers in Oostduinkerke passeerde (lacht).” Tijdens de driedaagse van De Panne sprak ze Patrick Lefevere aan. “Hij vroeg mij onmiddellijk hoe oud ik was en of ik een sprinter was of een klimmer. Hij dacht dat ik nog kon fietsen (lacht). Maar het was sympathiek dat hij tijd nam voor mij. Mijn droom is om bij de start van een grote wedstrijd eens een paar renners te kunnen ontmoeten. Of om eens op de piste te rijden, want dat heb ik nog nooit gedaan. Of eens een week met een profploeg meetrainen om toch eens in dat milieu te kunnen vertoeven en te voelen hoe het geweest had kunnen zijn. Jeannie Longo was een voorbeeld voor mij. Kunnen koersen zoals zij was mijn droom. Maar je moet op het goede moment de juiste persoon ontmoeten en dat geluk heb ik in het wielrennen niet gekend. Jammer voor mijn carrière, want ik heb het gevoel dat er meer in zat.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.