Koen Naert, het Belgische marathonwonder

maandag 30/11
Koen Naert marathon Berlijn

Begin dit jaar speelde langeafstandsloper Koen Naert (26) zijn profcontract kwijt. In plaats van er gedesillusioneerd de brui aan te geven, nam de Oost-Vlaming het heft in eigen handen en legde hij zich volledig toe op de marathon. Het werd een eclatant succes, met een fenomenale 7de plaats in Berlijn als kers op de taart – een uitmuntende prestatie, zeker als je weet dat Naert zijn zware trainingsarbeid moet combineren met een job als verpleger. Een gesprek met een zelfbewuste atleet die tot maart nog nooit meer dan 24 kilometer aan één stuk had gelopen, maar die nu wel met de nodige ambitie mag vooruitblikken naar de olympische marathon in Rio. 

Koen Naert

Hoe haalt een Vlaamse jongen het in z’n hoofd om in deze tijden langeafstandsloper te worden?

Koen Naert: “Ik ben begonnen op mijn zes jaar, maar heb me op jonge leeftijd echter nooit overtraind en ben altijd zeer voorzichtig te werk gegaan, allicht ook omdat ik lang klein gebleven ben. Op mijn achttiende, bij de overstap naar de junioren, trainde ik slechts vier keer per week – peanuts in vergelijking met vele jonge lopers van nu. Als je op jonge leeftijd al te veel en te dwangmatig traint, dreig je opgebrand te raken vooraleer het écht moet gebeuren. Zelf ben ik nooit verzadigd geweest en heb ik mijn sport altijd met veel goesting beoefend. Nu pluk ik daar de vruchten, want plezier is nog steeds mijn voornaamste drijfveer. Talent is niet enkel fysieke aanleg, maar ook mentale sterkte, het vermogen om je fysiologische capaciteiten optimaal te benutten.”

 

Je bent dit jaar overgestapt op de marathon, een hele omschakeling die allicht vroeger kwam dan gepland. Wist je al langer dat daar je ware roeping ligt?

“We beseften al snel: hoe langer de afstand, hoe beter ik presteer. Bovendien blijkt lopen op de weg me op het lijf geschreven (op ritme en frequentie, weinig bochten). Tot eind vorig jaar heb ik me toegelegd op de 5.000 en de 10.000 meter op de piste en de CrossCups in het veld, maar toen hebben we – mede door het verlies van mijn profcontract bij Topsport Vlaanderen – beslist om dit jaar al volledig voor de marathon te gaan. Tot dan toe had mijn langste wedstrijd amper twaalf kilometer geduurd, en pas begin maart overschreed ik op training voor het eerst meer dan 30 kilometer. Op 8 maart liep ik mijn eerste halve marathon – amper zeven weken voor mijn eerste volledige marathon in Hamburg (26 april). Meteen dook ik onder de olympische limiet, ondanks een hongerklop in de laatste vijf kilometer. In de marathon van Berlijn (27 september) heb ik die prille ervaring optimaal kunnen gebruiken en ben ik tot de allerlaatste meter enorm gefocust gebleven.”

 

Zeg dat wel, 2u10’31”: zevende plaats, eerste Europeaan en vierde Belgische tijd ooit, in je tweede marathon nota bene. Heb je jezelf verbaasd?

“Ik vind het nog altijd onwezenlijk. Het heeft er voordien toch nog even om gespannen. Na mijn voorbereidende stage in de VS heb ik immers lang last gehad van een jetlag. Mijn laatste test tien dagen voor de marathon was ronduit slecht. Pas vier dagen voor de race had ik voor het eerst opnieuw een goed gevoel en leek de supercompensatie ingezet. Tijdens de race liep ik lang met de vingers in de neus mee met de beteren. Aan de bevoorrading bij kilometerpunt vijftien heb ik wel wat tijd verloren omdat mijn drinkbus op een foute plek stond. Maar in plaats van het gat meteen te willen dichten en over mijn toeren te gaan, heb ik de kloof geleidelijk overbrugd – ervaring die ik te danken heb aan een gelijkaardig incident in mijn eerste marathon. De laatste kilometers waren zwaar, maar ik heb er het maximum kunnen uithalen. Een quasi perfecte race! En de tijd overtrof uiteraard mijn stoutste dromen.”

 

"Zolang er in Kenia geen deftig dopinglab komt, kunnen we ons vragen stellen bij de eerlijkheid van de sport"

Berlijn staat bekend om zijn snel parcours en sterk deelnemersveld, dus dat maakt je prestatie eens zo sterk. De top-5 werd ingenomen door vier Kenianen en een Ethiopiër. Hoe kijk je aan tegen de geruchten over mogelijk dopinggebruik bij de Afrikaanse toplopers? Stel je je vragen?

“Hoe dan ook hebben ze een bewezen genetisch voordeel. Maar ik ben ervan overtuigd dat bepaalde Afrikaanse lopers doping nemen, ook al omdat sport voor hen letterlijk van levensbelang is. Met het geld dat ze in marathons verdienen, kunnen ze immers heel hun familie onderhouden. Ook de tijden spreken boekdelen. In 2008 leek het wereldrecord van Haile Gebrselassie astronomisch (2u03’59”), maar inmiddels is die tijd schering en inslag. Het wereldrecord van Dennis Kimetto staat zelfs al op 2u02’57”, terwijl een superatleet als Paul Tergat in 2003 amper onder 2u05 geraakte. Sorry, maar ik vind dat niet normaal. De top is ook veel te breed: in elke marathon start wel iemand die 2u04 loopt. Ik hoop dat het allemaal zuiver en natuurlijk gebeurt, maar ik vrees van niet. Zolang er in Kenia geen deftig dopinglab komt, kunnen we ons vragen stellen bij de eerlijkheid van de sport.“

 

Als marathonloper moet je uiteraard heel wat kilometers malen. Hoe slaag je erin om je werk en je zware trainingen te combineren?

“Ik werk 4/5 als verpleger, een job die gezien de shiftwerking verre van ideaal is. Het voordeel is wel dat ik schitterende collega’s en een flexibel werkschema heb: in rustige periodes werk ik soms meer dan fulltime om nadien in functie van stages of wedstrijden vrij te kunnen nemen. Ik kan dus zeker niet klagen, al blijft het uiteraard voortdurend plannen en puzzelen. Ik train steeds in blokken van vier weken, met een piekweek van 150 kilometer. Uiteraard kan ik in de praktijk wel wat schuiven – de ene week wat minder, de andere week wat meer. Maar het is zeker niet evident, want op werkdagen kan ik onmogelijk twee keer per dag trainen.”

 

Enig idee hoeveel beter je nog zou kunnen worden als je je volledig op je sport zou kunnen toeleggen?

“Wellicht zou ik meer progressie kunnen maken als ik zou kunnen rusten in plaats van te moeten werken. In drukke periodes merk ik dat ik vatbaarder ben voor kwaaltjes – een kleine ontsteking hier, een pijntje daar, kuiten die opstijven… Bij een stabieler werk- en trainingsritme verdwijnt dat vanzelf. Bovendien zou ik als prof veel meer op volume kunnen trainen. Nu doe ik dat enkel vlak voor de marathons, terwijl ik anders al een brede conditionele basis zou hebben en mijn voorbereidende stages zou kunnen gebruiken om kwaliteit en snelheid te kweken. Kortom: zonder (halftijds) profcontract zal het me helaas niet lukken om me perfect voor te bereiden op de olympische marathon.”

 

Heb je wat dat betreft goede vooruitzichten?  

“Ik heb een kandidatuur ingediend bij de Waalse federatie en heb er een goed gevoel bij. Gezien mijn recente resultaten kan ik normaal gezien echt wel aanspraak maken op een (deeltijds) profstatuut. Het verlies van mijn profcontract was uiteraard niet leuk, maar ik was erop voorbereid – het contract bij Topsport Vlaanderen loopt tot je 26 jaar wordt. Ik heb het hoe dan ook nooit iemand kwalijk genomen. Ieder heeft zijn mening en ieder kan zich vergissen. Aan stoppen heb ik nooit gedacht, ik ben altijd in mezelf en mijn aanpak blijven geloven. Ik ben in ieder geval blij dat ik heb kunnen bewijzen dat je ook als blanke marathonloper wel degelijk iets kan betekenen op wereldniveau. In het verleden was nog niet iedereen daar van overtuigd…

 

Blij dat te horen. En nu op naar Rio?

“ Inderdaad. Maar het uiteindelijke doel is Tokio 2020. Als ik gespaard blijf van blessures, zal ik daar allicht mijn tiende marathon lopen. Met een top-8-plek en een olympisch diploma zou mijn carrière geslaagd zijn. Maar laten we het vooral stap voor stap aanpakken. Ik hoop dat ik in de loop van de komende vier jaar eerst en vooral onder 2u10 kan duiken. Het Belgisch record van Vincent Rousseau (2u07’19”) is momenteel nog veel te hoog gegrepen. Men mag vooral niet van me verwachten dat ik elke marathon een persoonlijk record zal lopen. Laat me maar rustig groeien, zoals ik het altijd al gedaan heb.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.