Koers is Religie

Afl. 1: van vijand tot vriend

vrijdag 06/11
koers is religie

De tentoonstelling 'Koers is Religie' belicht de vele raakvlakken tussen wielrennen en geloof. Briek Schotte liet ooit optekenen: "Wij waren goden voor de mensen, de enige goden die ze van dichtbij konden zien en met wie ze konden praten." De komende weken worden we door Thomas Ameye, conservator van WieMu, en Dries De Zaeytijd, wetenschappelijke medewerker, rondgeleid in de herbestemde kerk. Een ‘pelgrimstocht’ door het wielerland in meerdere etappes.

koers is religie

‘Koers en Religie’, of ruimer, 'Sport en Religie’: het is niet altijd een geslaagde combinatie geweest. De kerk als religieus instituut of als geloofsgemeenschap stond er tot eind 19de eeuw zelfs behoorlijk negatief tegenover: ‘Sport: te veel gericht op het lichaam en te weinig op de geest. Te toegeeflijk aan fysieke verlangens en geneugten. En sport roept zelfs seksuele gevoelens op, maakt mensen minder gelovig, leidt tot minder kerkbezoek en dus tot ontkerkelijking’, zo klonk de aversie toen vanuit de conservatieve katholieke hoek.

Het Vaticaan demoniseerde eind 19de eeuw het fietsen als ‘een onfatsoenlijke, zelfs anarchistische bezigheid’

Fietssport…  De eerste fiets met kettingaandrijving werd in 1868 gebouwd en in 1888 vroeg de Schotse industrieel ontwerper John Dunlop een patent aan op luchtgevulde fietsbanden, die de banden van massief rubber vervingen. In Rome vonden ze dat geen goede evolutie, verre van. De Osservatore Romano, het dagblad van het Vaticaan, demoniseerde het fietsen eind de 19de eeuw als ‘een onfatsoenlijke, zelfs anarchistische bezigheid’. Het wielrennen was voor het Vaticaan een decadente uitwas ervan. Maar door haar aversie voor deze populaire sport dreigde de Kerk te vervreemden van het gewone volk, dat het wielrennen wel koesterde. Dat volk kreeg ook steeds meer socialistische sympathieën; een aantal renners en hun fans kwamen daar overigens openlijk voor uit.  

Sport populariseerde in het begin van de 20ste eeuw steeds breder en dieper. De katholieke kerk reageerde daar op door zijn negatieve visie op sport bij te sturen. Weg verkettering. Pius X, paus van 1903 tot 1914, zag in sport zelfs een gedroomde opportuniteit om ‘zieltjes te recupereren’ en een mogelijkheid om de massa voor zich te winnen. De paus sprak voor, tijdens of na sportmanifestaties in Rome de menigte toe en zag in de sport plots een middel ‘om katholieke waarden over te brengen en persoonlijkheidsontwikkeling te ondersteunen’. Paus Pius preekte dat ‘sport jongeren morele kwaliteiten kon bijbrengen, zoals zelfbeheersing, moed, wilskracht, uithoudingsvermogen, eerlijkheid en trouw’. Deugden dus. 

De vrome Bartali

Fiets en Religie. De Nederlanders Henk Donkers (wetenschapsjournalist en docent in de Faculteit Managementwetenschappen Radboud Universiteit Utrecht) en collega Thijs Koolhof (oa. onderzoeker van het fietsgebruik en de fietscultuur) zochten en vonden veel raakpunten. “’If you can’t beat them, join them’, moet de kerk gedacht hebben. En zo groeide er na WO II een steeds meer manifeste link tussen de katholieke kerk en de wielersport. 

De Kerk keerde zich openlijk tegen Fausto Coppi die verdacht werd van communistische sympathieën en er naar pauselijke normen een frivole en a-katholieke levensstijl op na hield

In 1947 deelde paus Pius XII zelfs kerkelijke onderscheidingen uit aan Italiaanse wielrenners. Zoals aan de conservatieve katholiek Gino Bartali, bijgenaamd ‘Il Pio’, de vrome. Een jaar later vochten Gino Bartali en Fausto Coppi in de Tour de France hun legendarische duel uit. De bisschop van Milaan, de latere paus Paulus VI, zegende Bartali en zond hem tijdens de Tour de France een telegram. Hij keerde zich daarmee ook openlijk tegen Fausto Coppi die verdacht werd van communistische sympathieën en er naar pauselijke normen een frivole en a-katholieke levensstijl op na hield. Pius roemde Bartali daarentegen als een menselijk rolmodel voor wie geloof en familie absolute prioriteiten waren.” 

Later suggereerde Pius XII Bartali ook om deel te nemen aan verkiezingen bij de Italiaanse christendemocraten. Bartali dacht na en zei: ‘Nee zeggen tegen de paus is hetzelfde als nee zeggen tegen de Almachtige, maar uit respect voor sommigen van mijn fans moet ik weigeren.’

De fietsende paus

Rome geraakte steeds meer in de ban van de koers. In 1974 ging de Giro van start in het Vaticaan. Paulus VI droeg toen een mis op en zegende op het Sint-Pietersplein het peloton en de hele tourkaravaan. In 1978 werd Karol Wojtyla tot paus Johannes Paulus II gekroond; hij ontving een jaar later van de (nu nog altijd) gerenommeerde fietsenbouwer Ernesto Colnago een gouden racefiets, hetzelfde type dat ook oud Giro d’Italia baas Vincenzo  Torriani ooit kreeg. Colnago verantwoordde zijn origineel cadeau als volgt: “We hadden gehoord dat de nieuwe paus een fietsliefhebber was en dat hij twee keer per week 38 kilometer fietste toen hij nog in zijn Poolse Krakow woonde. En dat hij nog steeds fietste toen hij in Castel Gandolfo verbleef. Johannes Paulus II aanvaardde onze fiets, tilde hem op en zei als een echte kenner dat hij heerlijk licht was. En dat hij wou dat hij veel eerder zo’n fiets had gehad!’”

Ook de regerende Paus Franciscus heeft iets met wielrennen. De Argentijn heeft bijvoorbeeld twee jaar geleden de roze leiderstrui van de Ronde van Italië gezegend. Volgens het internationaal persagentschap ‘Zenit’, dat nieuws brengt over de Katholieke Kerk in de ruimste zin, vond de zegening plaats op voorstel van de toenmalige Vaticaanse staatssecretaris - en notoire sportliefhebber - kardinaal Tarcisio Bertone. 

koers is religie

Madonna van Ghisallo

En dan is er in Italië nog zo’n legendarisch huwelijk tussen kerk en religie: de kapel van de Madonna van Ghisallo, die jaarlijks door duizenden wielertoeristen en wielerliefhebbers uit binnen- en buitenland als bedevaartsoord wordt bezocht. De Madonna van Ghisallo werd in 1948 officieel door paus Pius XII uitgeroepen tot universele patrones van het wielrennen. Boven op de col van de Ghisallo is er een heus wielermuseum met meer dan 50 truien van eindwinnaars van de Ronde van Italië, onder meer de roze trui van de eerste winnaar van de Giro in 1931. In het museum zijn onder meer een fiets en een ex voto van Gino Bartali te zien, naast trofeeën van de wielervedetten Fausto Coppi, Vicenzo Magni, Eddy Merckx, Felice Gimondi, Giannni Motta en Francesco Moser.

De meest vergaande connectie is de ‘commerciële maar ook religieus geïnspireerde’ link van het Vaticaan met een wielerploeg: Amore e Vita (Liefde en Leven), die in 1989 het licht zag en die nu nog bestaat. Amore & Vita-Selle SMP is een in Oekraïene geregistreerde wielerploeg, waarvan Gino ‘Il Pio’ Bartali (jawel, hij) even sportief directeur is geweest. Sinds 2005 komt deze ploeg uit als Continental Team. De ploeg wordt via contacten van de niet onbesproken teammanager Ivano Fanini gesponsord door het Vaticaan, die overigens de naam van de ploeg gebruikte als onderdeel van zijn campagne tegen abortus en euthanasie. Op sommige shirts staat onverholen ‘tegen abortus’.

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.