Louise Carton

Belgische hoop op de lange afstand

dinsdag 16/08

Aflossing van de wacht in Vlaamse velden: Sven Nys hing in februari zijn crossfiets aan de wilgen en gaf zijn scepter zo definitief door aan kroonprins Wout Van Aert, terwijl veldloopicoon Veerle Dejaeghere afgelopen winter wederom haar meerdere moest erkennen in tweevoudig Belgisch kampioene en CrossCup-laureate Louise Carton. De 22-jarige Oostendse ging na een fenomenaal debuutjaar door op haar elan en zorgde voor een unicum door prompt Europees veldloopkampioene bij de beloften te worden. Een paar maanden eerder had ze op het EK U23 in Tallinn – zilver op de 5000 meter – al getoond dat ze ook op de piste meer dan haar mannetje staat. Mooie adelbrieven die bewijzen dat Carton zonder twijfel een van de speerpunten van de nieuwe lichting Belgische langeafstandslopers is, al blijft ze er zelf betrekkelijk kalm onder: “Ik ben nog steeds dezelfde persoon, ik loop alleen een beetje sneller dan voorheen.”

Louise, je bent meteen als een komeet naar de top geschoten, zelfs in die mate dat we je op je 22e al de leading lady van het Belgische veldlopen kunnen noemen. Was dat voor jezelf een verrassing?

Ik had zeker niet verwacht dat het zo snel zou gaan. Aanvankelijk kregen mijn studies kinesitherapie nog prioriteit, maar intussen is mijn niveau zodanig gestegen dat lopen geen 'hobby' meer is. Toen ik debuteerde bij de senioren had ik geen idee wat ik kon verwachten, ook al lieten mijn trainingen het beste vermoeden. Ik wist dat ik nog een aantal stappen vooruit had gezet, maar het blijft toch altijd een vraagteken of dat ook in de wedstrijden tot uiting zal komen. Dat bleek gelukkig wel het geval te zijn. In november 2014 won ik mijn eerste cross bij de senioren, en vanaf toen leek het allemaal vanzelf te gaan. Mijn eerste Belgische titel was uiteraard de kers op de taart.

 

Je hebt voorbije winter een mooi vervolg gebreid aan je succesverhaal, met die Europese beloftentitel als absoluut summum. Droomde je voordien stiekem van de overwinning?

Op training merkte ik dat de vorm uitstekend was, dus we hoopten op een goede uitslag. In twee voorafgaande wedstrijden had ik bovendien de mentale klik gemaakt dat ik mijn versnelling wél lang kon volhouden, terwijl ik ze daarvoor te lang uitstelde uit schrik om stil te vallen in het laatste deel van de race. De voortekenen waren dus gunstig, maar helaas is dat in het veldlopen allerminst een garantie op succes. Het is altijd afwachten hoe sterk de concurrentie zal zijn. Veel meisjes hadden al behoorlijk sterke tijden op de 1500 meter gelopen; bovendien kregen we een vlak en snel parcours met verschillende ondergronden voorgeschoteld. Zelf kan ik lang een hoog tempo aan, maar een echte eindspurt heb ik niet. Ik wist dus dat ik in eerste instantie gewoon moest volgen en dat ik de wedstrijd vooral in het laatste deel erg hard moest maken door te versnellen. Dat plannetje is uiteindelijk perfect gelukt.

 

Is er rondom jou veel veranderd na die Europese titel?

Ja, ik kreeg van overal lof toegezwaaid en werd toch een beetje geleefd, waardoor je ook altijd afgeschilderd wordt als 'de atleet'. Terwijl er op zich niet veel veranderd is: ik ben nog steeds dezelfde persoon, maar ik loop alleen een beetje sneller dan voorheen. Ik sta eigenlijk niet zo graag in the picture, dus aan al die extra aandacht rond mijn persoon heb ik echt moeten wennen. Mijn eerste twee jaren in het veld waren al overweldigend, en nu ga ik plots ook naar de Olympische Spelen. Tijd om er even bij stil te staan is er helaas niet, al zijn het natuurlijk wel schitterende ervaringen die me voor altijd zullen bijblijven.

 

Wat zijn je sterke punten als loopster? Dat je groot bent en dus meer kracht hebt, beweert je concullega Veerle Dejaeghere...

Moeilijk te zeggen. Zelf ben ik er eigenlijk niet zo van overtuigd dat mijn lengte mijn belangrijkste troef is. Ik denk dat ik mijn lichaam vooral zeer goed ken en dat ik erg doordacht met mijn sport bezig ben. Mijn trainingsprogramma bestaat niet enkel uit kilometers malen, maar ook uit gerichte kracht- en stabiliteitsoefeningen. De winst die ik recent geboekt heb, is volgens mij zeker ook daaraan te danken. Tevens voel ik dat de trainingsarbeid van de laatste jaren nu pas echt begint te renderen. Die brede conditionele basis die je in het langeafstandslopen nodig hebt, krijgt bij mij stilaan vorm.  

 

Een zekere aanleg heb je toch wel nodig om zulke prestaties te kunnen leveren, niet?

Uiteraard, maar los daarvan zijn er nog heel wat factoren die je als atleet zelf kan beïnvloeden. Zo ben ik bijvoorbeeld zeer bewust met mijn voeding bezig, wat naar mijn aanvoelen een uiterst positief effect heeft. Een diëtiste heeft me een ander eetpatroon aangeleerd om energiedipjes te vermijden. Dat is echt een goede zet geweest. Daarnaast werk ik samen met een sportpsycholoog om op mentaal vlak sterker te worden: beter relativeren, focussen op wat echt belangrijk is, leren omgaan met de vele veranderingen die zich op korte tijd hebben voorgedaan.... 'Presteren' is dus een totaalplaatje dat als een puzzel in elkaar moet passen en talent is daar slechts een deeltje van.

 

Ook op de piste haal je een zeer verdienstelijk niveau, getuige daarvan je zilveren medaille op het beloften-EK vorige zomer. Zijn veld en piste eigenlijk te combineren of zal je op termijn toch een keuze moeten maken?

Ik denk wel dat de twee mogelijk zijn. Het voordeel is dat de 5000 meter op de piste zeer goed aansluit bij de lengte van een cross (5 à 6 kilometer). Voor een 1500-meterloper zal de combinatie iets moeilijker zijn, maar in mijn geval is de basis die ik opbouw via het veldlopen enorm waardevol. De winter vormt met andere woorden een prima opstap naar het pisteseizoen. Bovendien houdt die afwisseling me scherp. Tegen het eind van de zomer kijk ik steeds enorm uit naar het crosseizoen en vice versa. Met het EK in december als winterpiek zie ik mezelf veld en piste nog wel een aantal jaar combineren.  

Wat verwacht je van je eerste deelname aan de O.S.?

Het zal allicht een enorme indruk op me maken. Ik moet nog even wennen aan het idee, maar heb uiteraard niets te verliezen en kan er dus gewoon van uitgaan dat ik heel wat ervaring zal opdoen. Wat ik wel jammer vind, is dat ik me niet ‘rechtstreeks’ heb kunnen kwalificeren. Ik had 15.23' gelopen toen de limiet nog op 15.20' stond. Nadien is hij aangepast naar 15.24' en was ik dus plots geplaatst zonder dat unieke moment van euforie te beleven. Een tijd van 15.23' vind ik ook niet goed genoeg voor de Olympische Spelen, al ben ik er wel van overtuigd dat ik een stuk sneller zal lopen. Mocht ik rond de 15.15' kunnen eindigen, dan zou ik er niet misstaan.

 

Hoeveel progressie kan je nog maken? Zie je jezelf ooit meedraaien aan de wereldtop?

Dat is alleszins de bedoeling, ja. Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat het nog stukken beter kan. Door mijn trainingsvolume elk jaar 5 à 10 procent te verhogen, heb ik al enorm stappen gezet. Ook in de toekomst zal dat hopelijk het geval zijn, al geef ik mijn lichaam wel voldoende tijd om zich aan te passen. In topweken doe ik maximum 115 kilometer, terwijl er leeftijdsgenoten zijn die al richting 160 kilometer gaan. Maar hoe gaan zij zich nog kunnen verbeteren zonder zichzelf op te branden? Ik neem de tijd om die basis rustig op te bouwen door het volume en de intensiteit van mijn trainingen gestaag op te schroeven. Iedereen denkt dat je hard moet trainen om hard te lopen, maar volgens mij is het eerder andersom: door een zekere reserve op te bouwen in je trainingen verschijn je enorm fris aan de start van belangrijke wedstrijden.

 

Niet enkel op fysiek, maar ook op mentaal en tactisch vlak zal je normaal gezien alleen nog maar verbeteren...

Inderdaad! Neem nu het beloften-EK op de piste vorige zomer. Zilver was op zich een zeer mooie prestatie, zeker omdat het mijn tweede 5000 meter ooit was. Maar eigenlijk zat er meer in. Ik durfde niet meegaan toen de uiteindelijke winnares aanzette, en uiteindelijk is het gat niet meer groter geworden. Met meer lef had er dus een nog beter resultaat ingezeten. Die ervaring heb ik gelukkig meegenomen naar het beloften-EK in het veld enkele maanden later, met het gekende gevolg...

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.