Maarten Vangramberen:

“Lopen is een deel van mijn dagelijks leven”

maandag 04/01

“Ik denk dat ik quasi elke dag sport”, zegt Maarten Vangramberen (38), sportjournalist bij de VRT. “Hoe ouder ik word, hoe meer ik het ook nodig lijk te hebben. Als ik eens niet sport, loop ik er eigenlijk heel ambetant bij. Ik weet dat je volgens de trainingsprincipes rustdagen moet inlassen, maar ik kan het niet. Ik merk met het ouder worden wel dat het recupereren moeilijker verloopt, maar ik ben nu, denk ik, fitter dan tien of vijftien jaar geleden. Elke maandag loop ik twintig kilometer en soms op dinsdag ook nog eens. Dat kon ik tien jaar geleden niet.”

Maarten Vangramberen Project K

Hij loopt minstens 50 kilometer per week en probeert één keer per week te fietsen. “Een half jaar geleden heb ik die microbe weer te pakken gekregen door ‘de Cannibal’ te fietsen voor Project K van Koen Wauters. Ik had tien jaar niet meer op de koersfiets gezeten en heb acht weken getraind. Ik kreeg zo weer het vetpercentage van toen ik student LO was. Fietsen is tijdrovender dan lopen, maar ik doe het wel. Als het zonnetje schijnt twee uur rondrijden, mooier kan sporten niet zijn. Lopen is voor mij een soort van meditatie. Ik doe het altijd en overal. Voor het werk moet ik soms voor langere tijd naar het buitenland – zoals voor de Ronde van Frankrijk, het WK atletiek in China en wielrennen in Amerika vorige zomer – en elke morgen sta ik dan vroeg op om te gaan lopen. In China liep ik om zes uur ’s morgens in een park. Ik dacht dat ik zo goed als de enige zou zijn, maar het krioelde daar al van de mensen die lichaamsbeweging deden. Dat is fascinerend, dat je dat overal kan doen. Je ziet en maakt andere dingen mee dan anders. Tijdens de Tour loop ik elke ochtend tien kilometer en dan heb je ook iets van Frankrijk gezien. Vaak word ik verrast door de schoonheid van de omgeving. Ik liep onlangs om zes uur ’s ochtends in Tel Aviv en ik kwam op de dijk nog meer lopers tegen dan in Peking. En zwemmers. Om zes uur ’s ochtends! Dan zie je zoveel dat je tien kilometer hebt gelopen voor je het weet. Daar geniet ik van.”

"Lopen is voor mij hetzelfde als een boterham eten en gaan slapen"

Het zogenaamde ‘runners’ high’ ervoer hij vooral toen hij begon met lopen. “Voor mij is dat het gevoel dat je nog drie dagen kan blijven lopen en energie hebt voor 100.000 man. Dat ervaar je, vond ik, meer als beginnende loper. Want als je zoveel loopt, zie je ook niet vaak meer af. Het wordt een gewoonte.Het zogenaamde ‘runners’ high’ ervoer hij vooral toen hij begon met lopen. “Voor mij is dat het gevoel dat je nog drie dagen kunt blijven lopen en energie hebt voor 100.000 man. Dat ervaar je, vond ik, meer als beginnende loper. Want als je zoveel loopt, zie je ook niet vaak meer af. Het wordt een gewoonte. Lopen is nu voor mij hetzelfde als een boterham eten en gaan slapen. Het is een deel van mijn dagelijks leven geworden.” 

Oase van rust

In België heeft hij twee vaste parcoursen van 20 kilometer waarin hij kan variëren door ze in een van de twee richtingen te lopen. “Ik hou meestal rekening met de wind. Ik probeer als het kan altijd tegen de wind in te beginnen. Ik woon tussen de Hoegaardse velden, een eindeloos gebied van veldwegen, kasseiwegen en tractorsporen. Ik kan hier vijftien kilometer lopen zonder een andere loper, huis of auto gezien te hebben. Een echt paradijs en een oase van rust. Het enige nadeel is dat het nooit vlak is, altijd bergop of bergaf.”

Tijdens het lopen heeft hij altijd wel iets op de oren. “Vroeger kwam ik af en toe Corinne Debaets (Belgisch middellange afstands- en veldloopster, nvdr.) tegen en toen ik haar eens vroeg waarom zij geen oortjes droeg tijdens het lopen, antwoordde ze dat een vriendin van haar daardoor onder een tractor was beland die ze niet had horen aankomen. Maar zo’n stoten ben ik nog niet tegengekomen. Ik podcast heel veel radioprogramma’s of previews op Engels voetbal en de Ronde van Frankrijk. Dan luister ik ’s morgens bijvoorbeeld naar de analyse van de voorbije etappe en een vooruitblik naar de volgende. Werken en lopen is wel met elkaar verstrengeld bij mij. Het is een vorm van time management. Ik heb thuis ook een loopband voor als ik het echt heel druk heb. Dan kan ik 20 kilometer lopen en ondertussen via de iPad naar bijvoorbeeld een veldrit kijken. Maar ik ervaar dat niet echt als onaangenaam. Je wint gewoon tijd.”

"Mij ga je eerder moeten afremmen"

Van opleiding is Vangramberen licentiaat LO – hij maakte zijn thesis bij professor Peter Hespel van de Bakala Academy aan de KU Leuven. “Ik hou mijn hartslagen bij, vooral als ik voor iets specifiek aan het trainen ben. Ik heb nu een topmodel van Polar en die houdt heel veel gegevens bij, waarop ik na elke training een blik gooi. Ik probeer ook mijn hartslag te schatten terwijl ik loop. Ik vind het boeiend om te zien hoe mijn lichaam reageert op een bepaalde inspanning. Daar ben ik wel heel erg mee bezig. Ik sport bovendien vooral solo, al heb ik wel twee goede kameraden die af en toe eens meelopen. Je merkt dat je samen toch sneller loopt. Maar als ik op mijn eentje loop, heb ik meer tijd voor mezelf  en kan ik beter naar mijn lichaam luisteren. Ik heb genoeg zelfdiscipline om uit mijzelf te gaan lopen. Ik heb er geen probleem mee als het regent. Mij ga je eerder moeten afremmen.”

Bruggen in Venetië

Hij liep tot nog toe één keer een marathon: die van Venetië. “Maar ik wil er in mijn leven minstens vijf op mijn palmares. New York is uiteraard een droom, maar de marathon van Berlijn zou ik nog liever lopen. Ik probeer wel voor een min of meer exotische plek te kiezen om een marathon te lopen. Brussel of Eindhoven, dat prikkelt mij zo niet. Venetië had wat dat betreft wel iets. Over die bruggetjes en het San Marcoplein lopen, dat geeft iets extra’s. Mijn grote droom is om ergens in de buurt van de drie uur uit te komen. Dat kan, maar dan moet ik nog iets meer op mijn gewicht letten.”

"Toen ik over de finish van mijn eerste marathon kwam, liepen er toch een paar tranen over mijn wangen"

Het venijn van de marathon in Venetië zat in de staart. “Venetië is een kluwen van waterloopjes en er liggen 13 of 14 bruggen helemaal op het einde. Daar moet je in de laatste 2,5 kilometer dus nog over. Dat doet wel pijn. Ze zeggen altijd dat de eerste 30 kilometer opwarming is en dat het dan pas begint. Dan ben je net op een punt dat je in Venetië een rechte strook van zeven kilometer voor je ziet, de weg van het vasteland naar het eiland. Dat is lastig. Maar een schitterende sfeer, natuurlijk. Lopen op het San Marcoplein, daar kreeg ik echt kippenvel van. Toen ik over de finish kwam, liepen er toch een paar tranen over mijn wangen. Gewoon van de emotie, omdat ik een jongensdroom vervulde. Alleen was ‘mijn madam’ een beetje lastig omdat ik niet gestopt was onderweg. Ze stond namelijk te supporteren op het San Marcoplein en ze vond dat een ideaal moment om haar ten huwelijk te vragen. Ik was echter gefocust op mijn tijd. Dus daar heb ik wel slechte punten gescoord, vrees ik (grijnst).”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.