Meubel

woensdag 16/09

Sport en meubelen, ze hebben weinig met elkaar. De koers scheert wel eens over een meubelboulevard, die eindeloze betonbanen waarlangs wij, schuifelend zondagsvolk, elkaar begluren in immer afgeprijsde salons, bad- en slaapkamers. Wellicht sponsort een lokaal meubelbedrijf een altijd armlastige ploeg. Maar voorts heeft de sport weinig uitstaans met de meubelindustrie en omgekeerd is de relatie al evenmin innig. De uitdruking ‘de meubelen redden’ slaat in de sport nergens op. Maar je leest ze gegarandeerd op maandag in een voetbalverslag uit de lagere afdelingen.

Eens op de tennisstoel kon je van de wereld weg en aan de wolken

De harde, wat schimmelige banken in sportkleedkamers, gedeukte metalen opbergkastjes, plastic zitjes in tribunes, veel verder reikt het meubelgamma in de sport niet. Met de dugout, een wat misvormde versie van het bushokje als meubilair voor bankzitters aan de rand van het betere voetbalveld, valt ook al geen designprijs te winnen. De tafeltennistafel beantwoordt in niks aan wat een mens die uit is op wat gezelligheid, van een tafel verwacht. Een kaal meubel, meer terrein dan tafel, zielig netje. Dan heeft de biljarttafel meer allure. Kamervullend solide klassemeubel van stijl en stilte, laken en krijt. De kickertafel mag er ook zijn. Een vernuftig staaltje van meubelambacht is het, die stoere trek- en sleurbak voor herbergvoetbalhelden. Alleen dat telraampje is er te veel aan.     

Wel harmonieus is het voetbaldoel, strak meubel, geen lijn te veel. De gulden snede van de sport. Maar die onhandige netten verknoeien het. Het rugbydoel met de twee klare lijnen die naar onbestemde hoogte wijzen, heeft toch ook geen netten? Het minidoeltje voor ijshockey lijkt dan weer recht uit de speelgoedwinkel te komen, ‘Barbie’-doel tussen breedverpakte ruwe jongens op schaatsen.  

Het tijdloze meubel van stand en prestige in de sport is natuurlijk het podium. Drie staanplaatsen voor de wereld van verschil!

Het tijdloze meubel van stand en prestige in de sport is natuurlijk het podium. Drie staanplaatsen voor de wereld van verschil, onveranderd sedert de oudheid. Maar het wordt wat vol op het podium. Het verliest zijn status wanneer ook de plaatselijke notabelen samen met de gelauwerden op het smalle meubel willen. Of wanneer het wordt volgestouwd met half leeggespoten champagneflessen, teddybeertjes, wimpels, bloemen, bekers, stenen en andere trofeeën als postuurtjes op een Vlaamse schouw. 

Eén meubel steekt met kop en schouder boven de schrale collectie van sportmeubelen uit: de tennisstoel. De hoge stoel van waarop de umpire heerst en als geen ander setstanden als ‘fifteen love’ kan declameren, bij voorkeur met een Frans accent. Klasse van onder tot boven, hoog boven het veld verheven. De wat bredere, doch ranke poten stutten slanke treden en een sober maar perfect zitje. Designmeubel bij uitstek. Nee, ik heb het niet over die nieuwe zelfrijdende modellen op brede banden als hoogtewerkers voor de bouwindustrie. Het klassieke ranke model, hooguit twee kleine wieltjes voor een korte verplaatsing. Verder niets. Topmeubel. Zonder de opperklasse van de tennisstoel was er geen Roland Garros of Wimbledon, geen Grand Slam, nauwelijks tennis van waarde!           

Zonder de opperklasse van de tennisstoel was er geen Roland Garros of Wimbledon, geen Grand Slam, nauwelijks tennis van waarde!

Uren bracht ik als kind door op de hoge stoel van een verwaarloosd tennisveld in de buurt. Gemalen baksteen overdekt met mos en hier en daar wat gras. Een doorhangend net met gaten als achtergebleven relikwie van de baas van een verloren gegane lokale industrietak. Verroeste stoel met rottende treden. Maar eens op die stoel kon je van de wereld weg en aan de wolken. Om op die stoel te geraken moest je eerst een eindeloze onzekere ladder bestijgen, vervolgens een ooit witgelakt schrijfplankje opklappen, omzichtig draaiend op de stoel klauteren en het plankje als een soort veiligheidsgordel weer dichtklappen. Een heerlijk eenzame, torenhoge uitkijkpost op alles behalve op tennis. Een mooier meubel is me niet bekend. Ik mis de tennisstoel nog elke dag. Zou er al een vintagewinkel voor sportmeubelen bestaan? Of zouden ze bij Ikea... nu nog iemand om het  ding in elkaar te knutselen.   

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.