"Naar de Duvel lopen in Lourdes"

't Goede Voorbeeld: VTM-wielerjournalist Merijn Casteleyn

dinsdag 03/09

De eerste veldrit van het seizoen staat zondag 8 september in Eeklo op de kalender. Voor Merijn Casteleyn, wielerjournalist bij VTM, is het tevens het startschot voor zijn eerste live-verslag van het nieuwe seizoen. Daardoor moet hij helaas wel de ParkinSon of a bitch-rit ten voordele van een oud-studiegenoot missen die aan de ziekte lijdt. “Hij is een jaar jonger dan ik - ik ben er nu 41 -  en hij lijdt sinds zijn 29ste aan Parkinson. Mijn grootste vrees is dat je na je pensioen fysiek niet meer kan doen wat je wil. Dat hij dat nu al meemaakt sinds zijn 29ste is vreselijk.”

Een specifieke uitdaging houdt Casteleyn bij het sporten – vooral lopen – niet voor ogen. “Als ik voor een marathon zou gaan, zou het van moeten worden, terwijl ik nu kan lopen wanneer het mij uitkomt. Ik probeer om de andere dag tien à elf kilometer af te leggen. Thuis mijn vast parcours door het bos, of op verplaatsing.”

Een rondje langs vijf sportervaringen van Merijn Casteleyn.

©ID/photo agency

De waarheid van de Romeinen

“Ik heb altijd al gesport. Eerst heb ik gevoetbald van mijn zes tot achttien, later wat in de zaal gevoetbald, dan redelijk wat jaren gefietst en sinds de kinderen er zijn, ben ik beginnen te lopen. Ik fiets in se liever dan ik loop, maar door tijdsgebrek is het op dit moment lopen geworden. In het begin vond ik het een opoffering, maar nu zit ik al een paar jaar in de fase dat ik ambetant word als ik niet kan sporten. Want, zoals de Romeinen al wisten - mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam - dat is echt wel waar. Je merkt de fysieke en mentale voordelen het beste wanneer je het een tijdje niet kan doen.”

“Het leuke aan fietsen is dat je op veel kortere tijd meer gezien hebt dan wanneer je loopt. Ook al fiets je altijd hetzelfde parcours, het blijft minder eentonig dan lopen. Je kan er ook altijd het competitie-element in leggen als je met een kameraad gaat rijden. Ik ging vroeger vaak fietsen met Jan Suykens, een collega bij VTM. We waren ongeveer aan elkaar gewaagd. Dan maak je er geen koers van, maar op een bergje probeer je toch de eerste te zijn.”

"In het begin vond ik het een opoffering, maar nu zit ik al een paar jaar in de fase dat ik ambetant word als ik niet kan sporten"

Lopen met de bondscoach

“Als je samen gaat fietsen mag het onderlinge verschil in conditie niet te groot zijn, maar het mag er wel zijn. Bij lopen is een klein verschil voor een van de twee al nadelig: de ene loopt niet zo goed als hij zou willen en de andere moet te veel over zijn toeren gaan.”

“Sven Vanthourenhout, de bondscoach van het veldrijden, loopt veel en goed. We hadden in Alkmaar bij het EK wielrennen op de weg samen willen lopen, maar ik had helaas mijn schoenen niet mee, omdat pas op het laatste moment was beslist dat we daar zouden blijven overnachten. Maar ik denk dat het verschil tussen ons eerlijk gezegd ook te groot is. Ik zou mij moeten forceren om hem te kunnen volgen, want hij loopt echt goed (lacht).”

“Toen Kris Boeckmans aan het revalideren was na zijn zware val (in de Ronde van Spanje in 2015 lag hij een tijdje in coma, nvdr.) ben ik met hem eens gaan lopen op het strand in Mallorca, samen met de kinesist. Lotto-Soudal zat daar dan op winterstage en hij was nog niet in staat om de grote trainingstochten met de ploeg mee te doen. Dat was een leuke ervaring die ik daarna ook kon gebruiken in mijn reportage.”

 

Nevermind van Nirvana

“Als ik fiets luister ik niet naar muziek, maar tijdens het lopen kunnen het allerlei genres zijn waar ik naar luister. Dat loopt erg uiteen. Laatst had ik Nevermind van Nirvana opstaan. Dat nummer dateert uit mijn jeugd en het was een hele tijd geleden dat ik het gehoord had. Dus dan focus ik mij meer op de muziek dan op het lopen. Je herontdekt de tekst en de gitaarrifs, waardoor je vergeet dat je aan het sporten bent.”

“Mijn telefoon gaat in een buideltas mee en staat altijd aan. Alleen tijdens de Tour probeer ik hem op stil te zetten. Ik ben daar van ’s morgens tot ’s nachts bereikbaar en druk in de weer, waardoor ik dat uurtje ’s ochtends even niet bereikbaar mag zijn, vind ik. Maar thuis staat de iPhone dus altijd op als ik loop – en ik neem alleen op als ik zie dat het een oproep is van iemand van wie ik weet dat het dringend moet zijn.”

"In de Tour sta ik om de andere dag anderhalf uur voor de rest op en ga ik lopen. Het kan zijn dat ik dan maar een nacht van vijf uur slaap heb, maar uit dat uurtje lopen, haal ik dan wel meer dan uit anderhalf uur langer slapen"

De Giro is de Tour niet

“In de Tour loop ik op gevoel en met de klok erbij. Want je bent gebonden aan het ontbijt- en vertrekuur. Wat ik dan meestal doe, is aan de receptie vragen of ze ergens weten waar je kan lopen. Vaak verwijzen ze mij dan naar een riviertje, wat handig is, want dan kan je niet verdwalen. Als je dezelfde route van de andere kant terugloopt, zijn de aanknopingspunten er niet altijd, dus ik ben wel al een paar keer verdwaald toen het niet langs een rivier was, maar langs veel kriskras-wegjes. Als je dan op een gegeven moment stopt en Google Maps opzet, dan blijkt soms dat je nog twee kilometer van het hotel bent, terwijl je aan het einde van je Latijn bent door de hitte.”

“Wat je in de Tour of Giro soms meemaakt, is dat je joggende ploegleiders tegenkomt als je gaat lopen, zoals Matthew White van Mitchelton-Scott bijvoorbeeld. En dan groet je elkaar zoals motorrijders dat op de weg ook doen. In de Tour sta ik om de andere dag anderhalf uur voor de rest op en ga ik lopen. Het kan zijn dat ik dan maar een nacht van vijf uur slaap heb, maar uit dat uurtje lopen, haal ik dan wel meer dan uit anderhalf uur langer slapen.”

“In het buitenland heb ik een paar vaste parcoursen. In Nice bijvoorbeeld, omdat we daar na Milaan-Sanremo en Parijs-Nice aan de luchthaven slapen. Dan ga ik ’s morgens voor de terugvlucht lopen op de Promenade des Anglais. Tijdens de Tour logeren we elk jaar ook wel een of twee nachten in Lourdes. Als we Lourdes binnenrijden, krijg ik altijd kriebels, weliswaar geen leuke, door de platte commercie daar. Maar er zijn twee voordelen aan Lourdes. Je kan er voor de eerste en enige keer tijdens de Tour Duvel drinken omdat die daar in de cafés geschonken wordt. En ik heb daar in de loop der jaren een route gevonden die perfect is, langs een klein wegje waar geen auto’s rijden. Want als je moet lopen waar je nog nooit eerder geweest bent, dan kan je niet echt ontspannen, vind ik. Zeker in de Ronde van Italië niet. Wat in de Giro tegenvalt, is het rijgedrag van de Italianen. Dat is levensgevaarlijk. Als je daar geen wegeltje hebt langs een rivier om te lopen, is het overal waar auto’s rijden echt gevaarlijk.”

 

Fit met de kinderen

“Ik loop het beste ’s morgens. Als ik in het buitenland ben voor het werk vormt dat geen enkel probleem. Maar als je thuis zit, kan ik niet zomaar beslissen van om zes uur op te staan en te gaan lopen. De kinderen liggen dan nog in bed en ik kan die niet alleen laten, want mijn vrouw gaat vroeg werken. Dus thuis heb je het minder in de hand.”

“Mijn zoon van negen gaat soms naast mij meefietsen, maar vroeger duwde ik de kinderen in een loopkar voor mij uit. Je voelt dat bijna niet, behalve aan je armen als je een bocht moet nemen met een kar met twee kinderen in (lacht). Toen ik naar de eerste twee voetbaltrainingen van mijn zoontje ging kijken, kreeg ik wel weer zin om nog eens te voetballen. Ik ben moeten stoppen met liefhebbersvoetbal omdat ik geen tijd meer had, maar die sfeer – met een pintje achteraf – blijft wel tof.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.