Onbevreesd lopen en fietsen op eenzame paadjes

woensdag 04/12

De meeste mensen deugen. Dat hou ik me, net als de Nederlandse opiniemaker Rutger Bregman, voor als ik weer eens in mijn eentje ga lopen. Meestal kies ik voor afgelegen paadjes, dwars door velden of in de verste uithoek van een bos. In de hoop geen levende ziel tegen te komen en een te zijn met de natuur. Soms besef ik hoe dom dat overkomt als vrouw alleen. Kom ik de verkeerde tegen, geen kat die me kan helpen. Daarom wil ik geloven dat de meeste mensen deugen. Het helpt mijn gemoedsrust op mijn eenzame looproutes. Ook al bracht een voorval onlangs mijn geloof aan het wankelen.

Het Kloosterbos. Mijn lievelingsbos om te lopen. Geklemd tussen de E34 en Arcelor Mittal, een groene oase van rust aan de rand van Wachtebeke. Ondanks zijn naam de jongste tijd allesbehalve een plaats van kuisheid. Het wordt ook wel het homobos genoemd. Een plek waar eenzame mannen elkaar ontmoeten. Thuis wacht wellicht een onwetende vrouw. Ik voel een steek van compassie als ik denk waartoe die mannen zich vernederen voor een onblusbaar verlangen. Anonieme seks met een onbekende achter een paar struiken. “Ik dacht dat er een gestruikeld was en een ander hem recht hielp,” vertelde een vriendin toen ze er twee in volle actie betrapte.

Hoe dan ook. Ik heb me altijd veilig in dat bos gevoeld. Ik ging er als kind al wandelen met mijn ouders, lang voor het een kwalijke reputatie kreeg. Dat het de laatste jaren voor andere doeleinden dan sportieve recreatie wordt gebruikt, daar had ik nooit last van. Mannen die op mannen vallen, zullen mij wel met rust laten. En bovendien verzamelen ze altijd in één kleine uithoek waar ik ver van weg blijf. Af en toe kom ik op de parking wel eens een man tegen die uit het bos komt geslenterd. Geen sporttenue, geen hond, weinig waarschijnlijk dat die een gezondheidswandeling heeft gemaakt.

Af en toe kom ik op de parking een man tegen die uit het bos komt geslenterd. Geen sporttenue, geen hond, weinig waarschijnlijk dat die een gezondheidswandeling heeft gemaakt

Vies mannetje

Bon. Ik voel me veilig in dat bos. Voelde. Verleden tijd. Ik ben sinds mijn laatste loopje nog niet terug geweest. En dat is nu toch al enkele weken geleden. Ik stapte uit mijn auto en wandelde de 50m naar het hoofdpad dat het bos inslaat. Ik had met een half oog wel een camionette zien passeren, maar had er niet veel aandacht aan besteed. Ineens hoorde ik “Jawadde, zo een lekkere kont!” achter me. De camionette was op een paar meter van me gestopt. De bestuurder had zijn raam naar beneden gedraaid en hing er met zijn hoofd al kwijlend uit. Er bestaan geen woorden om de vuile, geile blik die hij op me wierp te omschrijven.

En ja, ik heb een Serena Williams-kont die in een loopbroek niks aan de verbeelding overlaat. Ik wou dat er een schelleke afkon. Ik schaam me wat voor die kont in een spannende legging. Op zich zou ik zijn commentaar als compliment hebben kunnen beschouwen, maar ik voelde een ijzige rilling over mijn rug lopen. Wat me eraan stoorde was een combinatie van intonatie, zijn blik en de slechte naam die de omgeving zo al heeft.

 

Dutroux

Ik draaide me woedend om en stak een vlammende tirade af. Dat je zoiets niet zegt. Dat hij de pot op kan. Dat het op niets trekt. Ik smeet er de lelijkste scheldwoorden tussen die ik kon bedenken. Ik merkte dat ik een paar stappen in zijn richting zette, goesting om hem wat motten op zijn kop te geven. Maar toen welde ineens toch een kleine paniek in me op. Hij had maar uit te stappen, me in zijn busje te sleuren en weg te rijden. De naam Dutroux schoot door mijn hoofd. Ik heb nog eens kwaad naar hem gekeken, drukte op mijn sporthorloge op start en ben beginnen te lopen. Een sneller tempo dan ik gewoon ben. Toen ik over mijn schouder keek, zag ik hem wegrijden.

Ik wou niet toegeven aan mijn angst en nam zoals vanouds alle kleine paadjes in het bos waar ik zo graag loop. Hoe desolater, hoe meer ik ervan hou. Als kind had ik dat al. Zodra ik van mijn moeder alleen mocht fietsen, trok ik erop uit in de polders en naar de bossen. Dat was nog van ver voor het Dutroux-tijdperk. Een kind alleen aan het fietsen of wandelen, ze zouden nu de Kinderbescherming bellen. Maar toen kon het nog onbevreesd.

Een kind alleen aan het fietsen of wandelen, ze zouden nu de Kinderbescherming bellen

Meestal per twee

Ik kom op mijn loopjes zelden andere vrouwen alleen tegen. Ondanks de populariteit van trails en natuurlopen, laten vrouwen zich bijna nooit zien op mijn bospaadjes of kerkwegels. Soms begroet ik een mannelijke collega-loper. En het gebeurt wel eens dat ik een vrouw zie, maar dan altijd in het gezelschap van een vriendin, zelden alleen. Het doet me elke keer weer denken aan het cliché dat vrouwen altijd per twee naar het toilet gaan. Ik begrijp hen ergens wel. Veel sporters hebben hoe dan ook nood aan gezelschap om zich in gang te trekken. Maar ik vermoed dat angst toch ook een rol speelt. Zeker nu het in de winter zo vroeg donker is, durf je met twee toch al meer op plaatsen te komen waar de schaduw anders aan de haal gaat met je fantasie.

Soms vertrek ik van thuis voor een lange duurloop van twee uur. En dan neem ik alle onverharde paadjes die ik maar kan vinden. Verandering van parcours doet lopen en dat is zeker waar in mijn geval. Soms zoek ik ze speciaal op, nieuwe afgelegen paadjes. Sommige wegels zijn makkelijk meer dan een kilometer lang en lopen ver van welke weg dan ook. Af en toe piept er wel ergens diep in me een stemmetje dat dat allemaal misschien niet zo verstandig is, als vrouw alleen, maar ik leg dat stemmetje snel het zwijgen op. Niemand rond je, geen auto’s horen, alleen het ruisen van de wind in de bomen, een buizerd boven je hoofd horen krijsen, het knarsen van grind of modder onder je schoenen, het ritme van je eigen gehijg. Zalig gewoon.

 

Julie

Maar die keer, op mijn singletrack in het bos, genoot ik niet. Ik dacht de hele tijd aan die griezel in zijn camionette. En aan Julie Van Espen die op een pad in Antwerpen van haar fiets werd gesleurd. Ik keek goed rond of hij me niet elders opwachtte. Ik wou niet toegeven aan de drang om mijn training vroeger af te breken, of me te verleggen naar bredere paden waar meer mensen komen. Ik wou de angst niet laten winnen. Al wist ik dat mijn grote mond me niet zou redden, mocht ik in de problemen komen.

Ik vroeg me af of ik niet overdreef. Uiteindelijk had hij niets écht misdaan, behalve me verbaal en met zijn ogen uit te kleden. Waarom voelde ik me dan zo vies? Ik kan wel tegen een stootje. Maar ik besefte dat dit voorval me voorzichtiger had gemaakt en nog lang aan me zou kleven. Misschien was ik daarom zo boos en bang. Dat onbevreesd gaan lopen een tijdje onbestaand zou zijn. Maar eraan toegeven en voortaan alleen maar op asfalt lopen? Jamais de ma vie!

Na Julie Van Espen was het – grotendeels terecht – een groot issue. Fietsen of wandelen op afgelegen paden. Een mama vertelde me dat ze haar dochter van 14 verbiedt om de kortere veldweg naar school te nemen, maar verplicht om een omweg van een kilometer of twee te maken. Ook vrienden spraken me aan over mijn solotrainingen op eenzame baantjes. “Of dat wel verstandig is?”

Niet de weggetjes zelf zijn gevaarlijk uiteraard. Wel eventueel de griezels die er op de loer liggen. Maar eerlijk gezegd, hoe groot is die kans?

Uitzonderingen

Niet de weggetjes zelf zijn gevaarlijk uiteraard. Wel eventueel de griezels die er op de loer liggen. Maar eerlijk gezegd, hoe groot is die kans? Hoe vreselijk ook de horrorverhalen die het nieuws soms halen, het blijven uitzonderingen. En tuurlijk is elk voorval er een te veel. Na Julie huilde ik net als heel België met haar ouders en vrienden mee. Maar betekent dit dat we moeten plooien en ons alleen nog overdag op drukke plaatsen mogen voortbewegen als vrouw? Als er je iets overkomt op een afgelegen plaats ben je als slachtoffer daarom mee verantwoordelijk? Omdat je je daar maar niet had moeten bevinden? Nee toch!

Ja, ik heb nu zelf zo’n griezel meegemaakt. En gelukkig is het goed afgelopen. Maar ik kan je verzekeren dat ik al veel ergere ervaringen heb gehad in familiale kring of bij kennissen van wie ik dacht dat ze te vertrouwen waren. De meeste misbruiken doen zich trouwens nog altijd voor door bekenden.

 

Niet plooien

Noem me dom of naïef, maar ik weiger mijn hobby op te geven of te veranderen. Ik blijf mijn eenzame loopjes in ere houden. Omdat ik er nood aan heb. Even weg te zijn van de wereld. Alleen ik en de natuur. Tot rust komen in zoveel grootse schoonheid. Ik doe het ook op reis, waar ik van geen kanten de eventuele reputatie van bepaalde plekken ken. Zo liep ik op Tenerife een rondje in een natuurpark, waar ik er eerder mee in zat om wilde honden tegen te komen dan de verkeerde vent.

Binnenkort zal ik nog wel eens naar het Kloosterbos teruggaan. Intussen ben ik al in andere bossen gaan lopen waar ik geen weet heb van rendez-vous plaatsen. Ik kwam er ook mannen tegen die alleen aan het wandelen waren. In een reflex lonk ik kort nadat we mekaar kruisen wel altijd even of ze me niet achterna komen. En dan ben ik altijd wat boos op mezelf. Alsof er een potentiële verkrachter in iedere man zou schuilen. Misschien is het ook gewoon iemand net als ik die even zijn zinnen wil verzetten en één wil worden met de natuur. Gewoon een frisse neus halen, kleine probleempjes tegen het licht houden, mediteren. Overtuigd dat de meeste mensen deugen.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.