Onze onbekende Europese kampioen

Het bijzondere verhaal van de Belgische vrouwenraftingploeg

maandag 14/03
rafting

Quasi alles op eigen houtje bekostigen en organiseren, maar toch meedraaien aan de wereldtop: het is niet overdreven te stellen dat de Belgische vrouwenraftingploeg uniek was in zijn soort, met een Europese titel en een mooie zesde plaats op het WK als voornaamste uitschieters. Helaas bleven hun ongeziene prestaties lang onder de radar, kwam de broodnodige ondersteuning er niet en werden de vele opofferingen uiteindelijk te zwaar, waardoor het team er twee jaar geleden noodgedwongen mee ophield. Sporta-magazine blikt terug op een korte, maar krachtige carrière met Lore Walravens, passionata van het eerste uur en samen met haar teamgenotes het levende bewijs dat je ook in een kleine, miskende sport heel wat moois kan verwezenlijken.

Rafting is op zijn zachtst gezegd geen typisch-Belgische bezigheid. Hoe is jullie team ontstaan?

Lore Walravens: “Naar aanleiding van het WK in 2010, dat plaatsvond in Nederland. De toenmalige kajaktrainer van de KU Leuven zocht avontuurlijk aangelegde sportvrouwen die zich op het raften wilden storten. We zijn gelukkig vrij snel tot een vaste kern gekomen, want het eerste jaar was behoorlijk zwaar. We waren louter aangewezen op ons eigen engagement. Dus als lid van het raftingteam moest je alles willen laten vallen voor de sport. We moesten onze uitrusting, buitenlandse trainingen, stages en verplaatsingen helemaal zelf regelen en bekostigen.”

 

Alle begin is moeilijk, maar zeker in België is raften toch niet evident?

“Inderdaad, trainen is hier erg moeilijk. In ons eerste jaar hebben we vaak op kanalen getraind om ons vaarritme onder de knie te krijgen en als team op elkaar ingespeeld te raken. Maar nadien trokken we quasi elk weekend naar Zoetermeer in Nederland, waar de olympische baan van Peking was nagebouwd – vijf uur rijden om twee uur te trainen. Onze initiële coaches zijn gaandeweg afgehaakt, omdat het te tijdrovend werd. Bijgevolg zijn we na verloop onze trainingen zelf beginnen organiseren, op basis van de tips van andere, meer ervaren teams. Op de duur stonden er wekelijks drie watertrainingen op het programma, exclusief wedstrijden, stages en individuele stabiliteits-, fitness- en uithoudingstrainingen. Zelf was ik zes dagen op zeven in de weer – toch wel zwaar in combinatie met een fulltimejob. Onze weekends hadden vaak hetzelfde stramien: vrijdag na het werk vertrekken, 's nachts rijden naar het buitenland, twee dagen varen, zondagavond terug en maandag opnieuw aan het werk. Zowat al ons verlof ging op aan stages en wedstrijden.”

 

Wat maakt de raftsport zo aantrekkelijk?

“Het mooie is dat een wedstrijd uit vier nummers bestaat: een sprint tegen de tijd, een wedstrijd één tegen één (head-to-head), een slalom en een langere afvaart op een rivier (downriver). Hierbij ligt het accent telkens op een ander aspect: kracht, uithouding, techniek, coördinatie... Om een wedstrijd te winnen, moet je een complete prestatie leveren. Bovendien is raften een teamsport pur sang. Als je niet weet wat je in een bepaalde situatie moeten doen, dan draait het helemaal in de soep. Je moet perfect synchroon kunnen functioneren. Niet te onderschatten, zeker niet wanneer de vermoeidheid begint op te treden en je echt moet vechten tegen spier- en gewrichtspijn om je peddelslag goed te blijven uitvoeren. Details maken het verschil tussen winst en verlies.”

“Ons teamwork was gelukkig net onze troef. We hadden iemand die alles goed aanstuurde en die de natuurlijke autoriteit had om iedereen op één lijn te krijgen. Raften is eveneens een kwestie van vertrouwen. Op voorhand bekijk je het parcours en bepaal je welke lijnen je zal varen. Je moet daarbij inschatten of je als team voldoende power en techniek hebt om een bepaalde passage te overwinnen – een raftboot is een log object en het water is ongelooflijk sterk, dus twijfel of een foute inschatting kunnen verregaande gevolgen hebben. Een milliseconde te laat reageren en je kan een slag van het water krijgen die je de controle doet verliezen. Als dat gebeurt, kan het zelfs gevaarlijk worden – het risico op zware blessures of levensbedreigende situaties bestaat altijd wel.”

 

"Putje winter in tentjes slapen op een camping zonder warm water, gewikkeld in drie slaapzakken… we hebben het allemaal meegemaakt"

De Europese titel in 2012 en de zesde plaats op het WK in 2013 zijn de onbetwistbare hoogtepunten van jullie carrière. Hoe kijk je daarop terug?

“Ik ben enorm fier op wat we gepresteerd hebben. Op zo'n korte tijd  zo veel progressie maken, is ronduit uniek. De Europese titel kwam totaal onverwacht – we klopten teams die al meer dan tien jaar actief waren, terwijl we er twee jaar voordien nog niets van bakten. We hebben toen wel het geluk gehad dat de toenmalige topfavoriet op een bepaald moment volledig de mist inging. Dat tikkeltje geluk ontbrak ons het jaar nadien op het WK in Nieuw-Zeeland, waar we door kleine foutjes uiteindelijk op de zesde plaats strandden. Zo hebben we in de slalom op een honderdste van een seconde na een medaille gemist. Om gek van te worden.”

 

Na het WK in Nieuw-Zeeland is het helaas snel bergaf gegaan. Was de veer gebroken?

“In de aanloop naar het WK zat iedereen op zijn tandvlees. De vele trainingen en verplaatsingen, de combinatie met een fulltimejob, het management dat volledig op onze schouders terechtkwam, de druk op ons privéleven: het werd voor sommigen echt te veel. Het missen van de podiumplek op het WK was een serieuze domper. We spraken nog wel af om door te gaan tot het WK in Brazilië (2014), maar hoe langer hoe meer werd duidelijk dat ons alles-of-nietsengagement voor sommigen niet meer haalbaar was. Met pijn in het hart hebben we dan maar beslist om forfait te geven. Nadien is het snel gegaan: de druk was van de ketel en de eerste zwangerschappen lieten niet lang op zich wachten. Zelf heb ik ook een kindje gekregen en intussen ben ik zwanger van mijn tweede. Maar ik mis het raften enorm.”

 

Jullie waren twee jaar lang dé sensatie van de raftsport, maar vreemd genoeg is dit buiten het circuit nooit echt opgepikt. Hebben jullie voldoende erkenning gekregen voor jullie prestaties?

“In België alleszins niet. In zekere zin is dat logisch: de sport is hier erg onbekend, waardoor het zeer moeilijk is om onze prestaties juist in te schatten. Raften is (nog) geen olympische discipline, maar wel een mondiale sport met sterke nationale teams die veelal op (semi)professionele basis kunnen trainen. In het circuit zelf kregen we gelukkig wél het nodige respect. Terwijl wij telkens honderden kilometers moesten rijden om wild water aan te treffen, woonden onze concurrenten doorgaans gewoon naast een geschikte rivier of een aangelegde baan. Een training afgelasten bestond voor ons niet – zelfs niet als het vroor of sneeuwde. Putje winter in tentjes slapen op een camping zonder warm water, gewikkeld in drie slaapzakken… we hebben het allemaal meegemaakt. Aan motivatie en engagement ontbrak het ons zeker niet!”

 

Maar aan financieel-organisatorische support jammer genoeg wel. Hadden jullie mits betere ondersteuning nog steeds aan de top gestaan?

“We hebben al die jaren enorm ons best gedaan om de sport toch enigszins te omkaderen – lobbyen voor sponsoring, zelf een nieuwe federatie oprichten, leren van voorbeelden uit het buitenland... En ik begrijp dat we met een onbekende sport als raften geen geld konden verdienen, maar het had toch fijn geweest om tenminste de vele kosten te kunnen dekken. Stel dat we wél ondersteuning hadden gekregen en iedereen maar halftime had moeten werken, dan hadden we echt consistent kunnen meedraaien aan de wereldtop. Gezien de onderhandelingen om de raftsport op termijn olympisch te maken, had dat voor ons als sportland zeer interessant kunnen zijn. In mijn ogen een gemiste kans, want in andere landen investeren ze wél in 'groeidisciplines'. Ik vrees dat ons verhaal voor veel kleine sporten in ons land erg herkenbaar is.”

"Stel dat we wél ondersteuning hadden gekregen en iedereen maar halftime had moeten werken, dan hadden we echt consistent kunnen meedraaien aan de wereldtop"

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.