Opmerkelijke documentaire over het sociale project van Vincent Kompany

'L’Etranger' volgt seizoen lang de moeilijkste ploeg van BX

vrijdag 10/02

De gereserveerde Gregorio die met het mes op de keel gedwongen wordt om zich bij een jeugdbende aan te sluiten. Die de stilste jongen van de ploeg blijft en op een dag opnieuw verdwijnt. De provocerende Presley die pocht dat hij een dure muts gestolen heeft in de Nieuwstraat en een tegenstander van het veld slaat. Die zijn quartier een rotte buurt en België waardeloos noemt. Het zijn maar twee voetballers die naar voren komen in L’Etranger, waarin Kenneth Michiels het spoor van Moussa volgt. De Senegalese voetbalfreak heeft zijn thuisland verlaten voor de liefde en pendelt voor de U14 van BX Brussels drie keer per week van Brugge richting Brussel.

Aan de oppervlakte lijkt de documentaire het verhaal van de coach en z’n ploegje, maar Michiels graaft dieper: naar de Brusselse jeugd en de kracht van de bal. Toen de dertiger hoorde van BX wist hij dat hij een film zou draaien over de club van Kompany. Sinds 2014 deed-ie research, het seizoen daarop nam hij zijn vriend Moussa mee naar BX. “Het was niet de bedoeling om hem te volgen, maar ik merkte bij hem een soort naturel die aansprak.”

Op z’n eerste training zet de Senegalees de tieners op hun plek. “Niemand wilde jullie. Iedereen zei: ‘De U14 luistert naar niemand.’” Op speeldag 1 krijgen de pubers een pak slaag: 0-13. De daaropvolgende wedstrijden gaat het niet veel beter. Op de training wordt gevochten. De regisseur staat er bij en kijkt er naar. Maar ziet uiteindelijk toch iets veranderen. Moussa wint terrein. Hij triggert de jongeren te vertellen over hun thuissituatie, de school, hun vrienden. Ouders worden opgebeld. Bij elke goal – en dat worden er steeds meer – lopen de spelers richting hun coach. Jongens die hun micro eerder nog weggooiden, geven een high five naar de camera. En die camera dringt almaar dieper door in de persoonlijke leefwereld van de jongens.

Vanwaar de interesse, Kenneth?

Ik heb in de Brusselse zuidrand gewoond. Ik bracht het grootste deel van mijn kindertijd in Molenbeek door, ging in Sint-Agatha-Berhcem en Neder-over-Heembeek naar school. In mijn klas zaten vijf, zes gasten die echt goed konden sjotten. Uiteindelijk heeft maar eentje het min of meer gemaakt, op amateurniveau. De rest heeft het opgegeven, omdat er geen structuur was – niet van thuis uit, niet van buitenaf. Daarom voelde ik me zo aangesproken door het project van BX.

Je hebt de club twee jaar lang heel intensief gevolgd. Waar staat BX voor?

Voor niet opgeven. Er is veel chaos, de communicatie met de ouders verloopt vaak dramatisch. Het is allerminst evident om met jongens met zoveel verschillende achtergronden te werken, maar toch zet de club door. Dat vond ik het mooiste. Zeker omdat BX op een grote basis van vrijwilligers drijft, mensen die er minstens drie keer per week staan.

Marketingtechnisch klinkt het altijd mooi om een sportclub te omschrijven als ‘sociaal project’. Maar gaat dat voor BX ook op?

Jawel. Uiteraard is het sportieve belangrijk: tijdens de wedstrijden willen zowel de spelers als coach winnen. Maar er is bijvoorbeeld ook een regel die zegt dat iedereen, hoe slecht ook, een helft moet spelen. Iets wat veel ploegen beweren, maar weinigen doen. Probleem: op termijn zal het moeilijk worden om het sportieve en sociale in balans te houden. De spelers die dankzij BX evolueren, zie je snel weggeplukt worden.

En verder?

Zit het vooral in de communicatie. Met spelers, met ouders. Een voorbeeld: er worden geen rapporten opgevraagd, maar als duidelijk wordt dat kinderen slecht presteren, worden ze closer opgevolgd. Er is een soort van algemene begeleiding, veel anders dan toen ik voetbalde. Daarvoor moet je wel de juiste mensen aantrekken, coaches zoals Moussa. In mijn jeugd waren trainers vooral mensen die ons afblaften en orders gaven. Moussa gaat letterlijk heel de tijd in gesprek. Hij besefte ook: als ik die jongens sportief beter wil maken, is het van primair belang dat ze op z’n minst elkaar verstaan.

Bij sommige jongens leek de noodzakelijke trap tegen de kont aangekomen. Maar werkt het BX-plan voor iedereen?

Neen, dat denk ik niet. Spijtig genoeg. Voor sommigen was het al te laat. Ik heb die jonge pubers gevolgd: als er niets meer is dan BX, wordt het moeilijk. Als je de ouders niet mee hebt, maakt BX alleen verschil voor jongeren die héél sterk in hun schoenen staan, al een zekere volwassenheid tonen. Het is moeilijk cijfers te geven, maar ik denk dat 50 procent ondertussen gestopt is. Soms is het natuurlijk de juiste hobby niet. Gelukkig zijn er ook andere sociale projecten: boksclubs, karaté, jeugdhuizen,…

Waar maakt voetbal het verschil?

Het is een hobby die velen obsedeert en waar veel rolmodellen zijn. Alle spelers die ik gevraagd heb wat ze wilden worden, antwoordden: voetballer. Voetbal zorgt voor een mooi toekomstbeeld, hè: het belooft een carrière, bekendheid. Voetbal is een manier om het te maken, laat dromen, geeft perspectief. Tegelijkertijd vraagt het doorzettingsvermogen: ‘Als je hard genoeg werkt, dan kan het.’ Voor de gasten in de film is het bereikbaarder dan ingenieur worden.

Wat onthoud jij van BX?

Eerst en vooral de motivatie van al die mensen. Terwijl het niet makkelijk, zelfs heel frustrerend is. Soms steek je maanden tijd en energie in een jongen, en mislukt het toch. Maar die mensen blijven optimistisch. Ook het eenheidsgevoel spreekt aan. Al die kleine dingen waar die begeleiders hun best voor doen, al is het maar ervoor zorgen dat er na elke match een chocomelk staat. Ze werken aan sociale cohesie in hun eigen kleine microwereld. Ze gaan blijvend het gevecht aan, binnen de mogelijkheden die ze hebben.

Als ik vraag of zo’n club subsidies waard is…

Absoluut!

Welke raad zou je geven aan clubs die het voorbeeld willen volgen?

Vertrek niet vanuit een paternalistische rol. Het gaat om meer dan voetbal en coaches. Neem je jonge voetballers serieus. In al hun vreugde en tristesse. En blijf in dialoog gaan. Probeer open te staan voor hun wereld en hun kijk op de wereld.

BX is de club van Kompany, maar hij verschijnt nergens in de film.

Hij is alleen achter de schermen aanwezig. In de realiteit draait BX op een heleboel hardwerkende vrijwilligers. Ik heb Kompany maar één keer gezien, op een fandag voor alle spelertjes. Vooral in het begin zorgde dat voor fierheid, voor Kompany voetballen. Maar het vervaagt. Het nadeel is: op het terrein zijn alle tegenstanders net iets extra gemotiveerd. Het voordeel: BX wordt sneller opgepikt in de pers. En dat is goed. Want het betekent echt iets voor veel Brusselse jongeren.

L’Etranger kwam bij mij binnen als niet-vrijblijvend. Er sluimert een boodschap in.

Ik wil geen politieke boodschap geven, maar vind het wel van belang dat zulke sociale projecten in de aandacht komen. Het was niet mijn ambitie om het ‘zo tof mogelijk’ in beeld brengen, om de kijk van mensen op Brussel en de Brusselse jeugd radicaal te veranderen. Maar ik hoop wel dat de kijker de lichtpuntjes ziet. Er wordt hard gewerkt, er broeien dingen die de moeite waard zijn, mensen vechten voor verandering. Hoe klein ook: sommige projecten doen iets met jongeren. En dat is hoopvol.

L’Etranger wordt eind deze maand vertoond in het Antwerpse Zuiderpershuis. In maart volgen nog meer vertoningen in Brugge, Sint-Pieters-Woluwe, Laken en Evere. De exacte data en meer info: daltondistribution.be/detail.php?filmid=168 en facebook.com/letrangerdoc/

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.