Parking C

vrijdag 17/02

Parking C, het idyllische stuk woestijnland op Vlaams grondgebied, daar aan de Brusselse rand van de Heizelvlakte, wordt stilaan beroemder en alvast beruchter dan het naburige Heizelstadion, de plek die na een jammerlijk hooliganaccident in de jaren tachtig royaal herdoopt werd tot Koning Boudewijnstadion. Nu blijkt er ook nog een soort oude heirbaan ontdekt te zijn onder die immer winderige parkeervlakte C. Als middelpunt van het land was de parkeerwoestijn al langer bekend terrein voor menige Heizelganger, autosalonschuimer, voetbalsupporter, Rode Duiveluitdager, atletiekliefhebber, would-be hooligan of aanhanger van pompende stadionconcerten. 

Velen, onder wie mezelf, liepen er vaak bij nacht en ontij wat verdwaald te zoeken naar hun eerder te achteloos geparkeerd vehikel met de gedachten op dat moment al bij wat spannends dat te gebeuren stond, daar op de Heizelvlakte. Generaties Belgische kinderen ontdekten de magie van Parking C met een moeder of tante op weg naar het voedingsalon dat zich bovendien in genummerde paleizen bleek te voltrekken. Altijd een avontuur, die Parking C. 

Maar nu hebben lieden die kicken op de grandeur van bouw en beton diep nagedacht over een hogere bestemming voor de stadswoestijn Parking C genaamd. Na nachten creatief en innovatief denken over stadsvernieuwing en buurtheropleving zagen ze plots het licht. Je raadt het nooit: een nieuw voetbalstadion. Eureka! Een splinternieuwe kathedraal voor de industrieel  geexploiteerde voetbalverering naar glorieus voorbeeld van de talloze pronktempels en witte olifanten her en der ter wereld. Dat komt ervan wanneer lieden die welzijn uitdrukken in kubieke meters beton te lang  samenzitten met te hard opgeblazen voetbalkoppen. Toegegeven, een shopping center had ook nog een verrassende vondst voor venieuwende stadsontwikkeling kunnen zijn. 

Na nachten creatief en innovatief denken over stadsvernieuwing en buurtheropleving zagen ze plots het licht. Je raadt het nooit: een nieuw voetbalstadion. Eureka!

In 2020 wordt er Europees gevoetbald. Dus dan moet er een wedstrijd gespeeld worden in Brussel en dat kan natuurlijk alleen maar, koste wat het kost, in een nieuw stadion. Je speelt zo een wedstrijd toch niet in een al eens eerder gebruikt stadion. Zuivere voetballogica. Brussel klopt zich op de borst als hoofdstad van Europa en dat moet dan maar eens duidelijk gemaakt worden met een nieuw voetbalstadion. En wel nu, zonder dralen en gezever zoals inspraak, overleg , visie op stedelijkheid, langetermijndenken en klare financiering, want het is dringend. Er moet vers gevoetbald worden.

Een voetbalwedstrijd, als dat geen goede reden is om een stuk stadswoestijn om te patsen tot nog maar eens een veel te dure betonkathedraal voor de voetbalindustrie. Alles wat er na die ene wedstrijd in 2020 in en rond dat stadion zou moeten  gebeuren staat op meer dan losse schroeven, wankele financiele poten, duistere contracten en achterkamerpolitiek met belastinggelden. Waar is de roep om goed en transparant bestuur en beheer plots versukkeld?

Waar is de roep om goed en transparant bestuur en beheer plots versukkeld?

Tiens, ontgaat er me iets? Staat er dan geen stadion vlak in die buurt? Een Koning  Boudewijnstadion, de vroegere Heizel? Voor een fractie van de investering kan het Koning Boudewijnstadion gepimpt worden tot een evenheuse voetbaltempel die bovendien geschikt is voor tal van andere sporten en evenementen. Zo barslecht kan een stadion niet zijn waar Rode Duivels spelen, waar de mooiste atletiekmeeting ter wereld plaatsvindt en waar in volle zomer weldra de rockers van U2 concerteren in een uitverkochte kuip.

Die atletiekpiste rond het voetbalveld is er te veel aan, zo stellen  voetballiefhebbers. Inderdaad, dat voetbalveld in het midden hoeft ook niet, zo zouden de atletiekfans kunnen stellen. Met modulaire bouwtechnieken kan zo een piste perfect overbrugd worden met tijdelijke tribunes, voor een eenmalige Europese voetbalwedstrijd, bijvoorbeeld. Klein vergeten detail: bij het deugdelijke Koning Boudewijnstadion stoppen metro, bus en tram op comfortabele wandelafstand. 

En die heerlijke parking C dan? Waarom geen nieuw stadsdeel, daar aan de rand van Brussel, waar het goed is om wonen, werken, schoollopen,winkelen en spelen voor iedereen? Met een plaats voor kunst en sport, ook straatkunst en straatsport. Zulke plekken kan de zelfverklaarde hoofdstad van Europa best gebruiken. Parkeren moet onder de grond, auto’s in laagjes waar ze thuishoren. Ook altijd goed voor betonboeren. En dat in tegenstelling tot de discussie over ‘ons’ nationale stadion. Die discussie moet bovengronds. Helemaal en nu meteen, zonder voetbalchantage.   

“…and all our little victories and glories have turned into parking lots…”  (Bruce Springsteen, Wrecking ball, 2012)              

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.